nieuws

Aansprakelijkheid in de bouwwereld

bouwbreed

Blijkens de Cobouw van 16 augustus/18 augustus jl. zijn de afgelopen twee maanden bij werkzaamheden in de bouw twaalf werknemers om het leven gekomen. Het aantal ongevallen zonder fatale afloop zal vele malen hoger liggen. Door de wettelijke regeling in deze zal de werkgever veelal aansprakelijk zijn voor de schade die zijn werknemer als gevolg van een bedrijfsongeval lijdt.

De wet is duidelijk: de werkgever moet zorgen dat de plaats waar de werknemer zijn arbeid verricht alsmede de materialen waarmee de werknemer zich bedient, veilig zijn. Voorts dient de werkgever zodanige maatregelen te treffen dat redelijkerwijs wordt voorkomen dat de werknemer schade lijdt. Schiet de werkgever tekort, dan is hij aansprakelijk vor de schade die de werknemers in de uitoefening van hun werkzaamheden lijden.

Schade

Welke schade moet de werkgever vergoeden? Alle schade, aldus de wetgever. Deze schade kan bestaan uit vermogensschade maar ook uit immateriele schade. Hierbij kan gedacht worden aan ziektekosten, loonderving, smartengeld, maar ook aan eventuele onverwachte schade die ontstaat door bijvoorbeeld medische fouten of door een afwijking van de werknemer waardoor herstel extra lang op zich laat wachten. Van belang is dat schade die gedekt wordt door een sociale verzekering zoals de zfw of wao niet door de werkgever vergoed hoeft te worden.

Bewijslast

Lijdt de werknemer schade, dan hoeft hij alleen maar aan te tonen dat deze schade bij de uitoefening van zijn werkzaamheden is ontstaan. Als de feitelijke toedracht van het ongeval niet komt vast te staan, maar de aard van het letsel duidt op onveiligheid, dan komt het ontbreken van voldoende feitelijke gegevens voor rekening van de werkgever. Het is vervolgens aan de werkgever om te bewijzen dat hij voldoende maatregelen heeft getroffen om een ongeval te voorkomen of om te bewijzen dat de schade het gevolg is van opzet of bewust roekeloos handelen van de werknemer. De rechtspraak biedt nog een derde ontsnappingsclausule: de werkgever die bewijst dat de schade ook zou zijn ontstaan indien de veiligheidsmaatregelen wel waren nagekomen, is mogelijk ook niet aansprakelijk.

Bouwwereld

De veiligheidsverplichtingen van werkgevers kunnen in de bouw aanleiding geven tot verwarring. We kennen immers bij een bouwproject een aantal partijen: opdrachtgevers, ontwerpers, aannemers, onderaannemers, zelfstandigen en, natuurlijk, de werknemers. Bij de wettelijke regeling dat de werkgever moet zorgen dat de plaats waar de werknemer zijn arbeid verricht, alsmede dat de materialen waarmee de werknemer zich bedient, veilig zijn, kunnen de volgende vragen worden gesteld. Wie is eigenlijk de werkgever, wiens materialen zijn het, en wat gebeurt er als de plaats waar de werknemer zijn arbeid verricht niet het gehele bouwterrein omvat?

Twee werkgevers

Net als bij uitzendarbeid hebben werknemers van onderaannemers vaak met twee werkgevers te maken. Enerzijds de juridische/formele werkgever, dat is dus de werkgever met wie de arbeidsovereenkomst is gesloten, en anderzijds de feitelijke/materiele werkgever, dat is de werkgever voor wie de werkzaamheden feitelijk worden verricht. Civielrechtelijk hebben de werknemers met de laatste categorie geen arbeidsovereenkomst, onder andere niet omdat de feitelijke werkgever geen loon betaalt.

Maar wie moet de werknemer nu aanspreken als hem een bedrijfsongeval overkomt?

De rechtspraak

Uit de rechtspraak is het volgende geval bekend. Een werknemer van een isolatiebedrijf verricht werkzaamheden op een bouwterrein van een oliemaatschappij in het Botlekgebied. Het isolatiebedrijf handelt in opdracht van een aannemer. Na afloop van zijn werkzaamheden loopt de werknemer van zijn eigen werkplek naar de bouwkeet om zich te verkleden. Hij passeert daarbij een gedeelte van het bouwterrein waar personeel van een ander bedrijf nog aan het werk is. Terwijl de werknemer passeert, valt van 25 meter hoogte een metalen schijf op de helm van de werknemer en daarna op zijn hand. De werknemer loopt hierdoor schade op en wil deze schade op zijn werkgever, het isolatiebedrijf, verhalen.

De werkgever voert aan dat hij niet aansprakelijk is omdat het ongeval plaatsvond buiten de werkplek van het isolatiebedrijf en dus op een plaats waarover de werkgever geen enkele zeggenschap had.

De Hoge Raad denkt daar echter anders over. De zorgverplichting van de werkgever voor de veiligheid van zijn werknemers is niet beperkt tot de specifieke, eigen werkplek, maar geldt voor het gehele bouwterrein, ook voor zover daarop door derden werkzaamheden worden verricht. Daaraan doet niet af, aldus de Hoge Raad, dat de werkgever bij gebrek aan zeggenschap over het bouwterrein als geheel de algemene zorg voor de veiligheid van zijn werknemers buiten de werkplek in de regel moet overlaten aan anderen, zoals opdrachtgevers en hoofdaannemers en door dezen op hun beurt ingeschakelden derden, zoals onderaannemers.

Al deze partijen kunnen in beginsel worden aangemerkt als hulppersonen van het isolatiebedrijf, hetgeen met zich meebrengt dat de formele werkgever voor hun tekortschieten gelijk aansprakelijk is als voor een eigen tekortschieten.

Kortom, de formele werkgever is in de eerste plaats aansprakelijk. Kan ook de aannemer of de opdrachtgever aansprakelijk worden gesteld? Dit is immers de partij waarvoor de werknemer, veelal ook nog op zijn bedrijfs- of bouwterrein, met behulp van zijn apparatuur en volgens zijn aanwijzingen, de werkzaamheden verricht. Ja, ook deze partijen kunnen volgens vaste rechtspraak aansprakelijk worden gesteld, niet op grond van het arbeidsrecht, maar op grond van het burgerlijk recht (onrechtmatige daad).

Keuzevrijheid

De werknemer kan dus kiezen wie hij wil aanspreken. De formele werkgever op grond van het arbeidsrecht en daarnaast, bijvoorbeeld omdat de formele werkgever niet genoeg geld heeft, de materiele werkgever op basis van een onrechtmatige daad. Van belang daarbij is dat de keuze van de werknemer geen gevolgen heeft voor de zwaarte van de bewijslast van de werkgever zoals die hiervoor beschreven is. In de rechtspraak is namelijk bepaald dat in een procedure uit onrechtmatige daad gelijke regels met betrekking tot de stelplicht en bewijslast gelden als die gelden indien de arbeidsrechtelijke weg gevolgd zou worden.

Wel zal de werknemer bij de juiste rechter moeten aankloppen. In arbeidsrechtelijke geschillen is dit de Kantonrechter, in civielrechtelijke geschillen, indien de hoogte van de vordering meer bedraagt dan f. 5000, de Arrondissementsrechtbank.

Europa

Niet alleen de nationale wetgever, ook Europa zit niet stil op het terrein van de arbeidsomstandigheden en veiligheid van werknemers. Zo is er voor tijdelijke en mobiele bouwplaatsen een EG richtlijn die de verschillende betrokkenen bij een bouwwerk verplichten in de ontwerp-, planning- en de uitvoeringsfase van het bouwwerk rekening te houden met de veiligheid en de gezondheid van werknemers.

Voorts ziet de richtlijn erop toe dat met name in de uitvoeringsfase maatregelen worden getroffen om op doelmatige wijze samen aan de veiligheid van de werknemers te werken. De richtlijn realiseert dus een keten van verantwoordelijkheden die alle betrokkenen bij de totstandbrenging van een bouwwerk verbindt: opdrachtgevers, ontwerpers, werkgevers, aannemers en onderaannemers.

De bepalingen van deze richtlijn zijn in Nederland opgenomen in het Bouwprocesbesluit Arbeidsomstandighedenwet.

Afronding

De vele partijen die bij een bouwproject zijn betrokken zijn in eerste plaats op grond van de wet verplicht sluitende afspraken te maken over de verdeling van de veiligheidsverplichtingen indien zij tegelijk arbeid doen verrichten op een bepaalde plaats. Mocht er toch iets fout gaan, dan lopen alle partijen kans om voor de gehele schade die de werknemer bij de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, aangesproken te worden, ook als zij geen zeggenschap hadden over de uitoefening van de werkzaamheden. Van belang is dat de partijen onderling duidelijk afspreken wie deze schade uiteindelijk zal moeten dragen.

Dit artikel is geschreven door Mr. H.M.M. Prinsen en Mr. R.E. van Steenwijk, beiden werkzaam bij Wouters Advocaten te Amsterdam, geassocieerd met Arthur Andersen en Co, Belastingadviseurs. Bij vragen zijn de auteurs te bereiken op onderstaand telefoonnummer: 020-5039735.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels