nieuws

‘Zodra je de wc niet meer kunt doortrekken, is er aandacht voor de gww-sector’

bouwbreed

Nederland is gemaakt door aannemers

“Er is praktisch geen plekje in Nederland te vinden dat niet ooit op de schop is gegaan. Wat dat betreft kun je rustig zeggen dat heel Nederland is gemaakt door aannemers. Jammer is dan het gebrek aan belangstelling voor ons dagelijks werk. Dat is er pas zodra je de wc niet meer kunt doortrekken.”

Hij zegt het met een glimlach rond de lippen. De ondertoon is evenwel bloedserieus. De nieuwe voorzitter van de Vereniging van Aannemers in de Grond-, Water- en Wegenbouw (VAGWW) Daan Stuit is dan ook van plan hard te werken aan het image van zijn vereniging en haar leden.

De verklaring voor het gebrek aan belangstelling voor het werk van de gww-aannemer is in zijn ogen best verklaarbaar. “Iedereen kijkt naar wat er boven de grond staat. Zolang er niks overloopt vindt iedereen het prima. Zodra je echter de wc niet meer kunt doortrekken, ligt dat anders. Dat gebrek aan aandacht voor ons dagelijks werk vindt ik jammer. Als het al in de publiciteit komt, is het meestal negatief, terwijl heel Nederland toch door aannemers is gemaakt.”

Rioleringen

Het is geen nieuw verschijnsel. Oud-minister van VROM Pieter Winsemius zei het al eens toen hij sprak over de onderhoudsachterstand van rioleringen: “Ik heb nog nooit een wethouder een riool zien openen.” Zijn opvolger Ed Nijpels deed dat wel.

“Het tekent het gebrek aan belangstelling voor wat er allemaal moet gebeuren voordat er ergens gebouwd kan worden. Het bouw- en woonrijp maken vergt nogal wat. En juist daar wordt door opdrachtgevers dikwijls verkeerd mee omgegaan. Ik heb wel eens gezegd dat de overheid een goed rentmeester moet zijn. Daarin past niet het uitmelken van het bedrijfsleven, dan is er sprake van slecht rentmeesterschap”, zo vindt Stuit.

Maar ook daar is hij van zins iets aan te doen. “Ter gelegenheid van ons 25-jarig bestaan hebben wij het EIB opdracht gegeven te bekijken hoe de toekomst zich voor onze bedrijfstak ontwikkelt. Dat moet een boekwerkje worden waar we wat mee kunnen.”

Ook de rol van de opdrachtgever is een onderwerp dat hoog op de agenda staat. Daarbij is het de VAGWW-voorzitter een doorn in het oog dat met name de overheidsopdrachtgevers proberen voor een dubbeltje op de eerste rang te gaan zitten.

“Neem bijvoorbeeld de oproep van de provincie Zuid-Holland om met creatieve ideeen te komen voor de sanering van de Zellingwijk in Gouderak. Voor zover mij bekend is er geen enkele garantie dat je dan ook het werk krijgt. Een ander kan aan de haal met je idee. Ik vind dat je als opdrachtgever dan niet netjes bezig bent”, zegt Stuit.

Aanbesteden

De overheid als opdrachtgever doet het naar zijn visie ook niet echt goed. Clusteren van bestekken en alternatieve manieren van aanbesteden betekenen vaak dat het middelgrote en kleinere bedrijf nauwelijks meer aan de bak komt. Zo is Rijkswaterstaat momenteel bezig om te bezien welke manieren van aanbesteden het beste zijn.

“Wij zitten daar als VAGWW bij om ervoor te zorgen dat die alternatieve manieren geen trend worden die voor allerlei kleinere projecten toegepast gaan worden. Gebeurt dat wel, dan is er niet eens meer sprake van scheve concurrentie, maar van geen concurrentie. En dat is nog veel erger.”

Wat dat betreft vindt hij dat de overheid in zijn algemeenheid op een verkeerde manier naar het midden- en kleinbedrijf kijkt. “Nu wordt er vaak iets op poten gezet door de overheid. Als dat er is, dan wordt gevraagd of het ook toepasbaar is voor het midden- en kleinbedrijf. Het zou andersom moeten zijn. Er zouden regelingen gemaakt moeten worden, waarna moet worden bekeken of ze ook voor het grootbedrijf geschikt zijn. Vergeet niet dat 80% van de bedrijven in het MKB zitten. Maar die 80% krijgt absoluut niet 80% van de aandacht.”

Hij vindt het dan ook geen wonder dat bij een verder terugtredende overheid de behoefte aan een goede branche-organisatie toeneemt.

Discontinuiteit

De discontinuiteit met de name in de gww-sector is een probleem dat nog immer oplossing behoeft. “Uiteraard wordt er wel het een en ander aan gedaan. Zoals bijvoorbeeld het jaarmodel en het einde aan het verbod om te asfalteren in de winter. Aan de andere kant zijn er nog steeds belemmeringen. Een probleem is onder meer de inspraak. Die is zo groot dat er geen uitspraak meer komt. Als die er uiteindelijk wel komt, dan moet ook ineens het werk worden uitgevoerd.”

“Als gww-bedrijf kun je heel weinig sturen. Wij worden gestuurd door de opdrachtgever en de bestekken. Aan de andere kant kunnen we er zelf ook wat aan doen. Het begrip bouwvak wordt steeds minder. In het Rotterdamse werken 19% van de bouwbedrijven nu door. Dat is overigens voornamelijk in de B en U. Zelf heb ik het in mijn bedrijf nu ook voor elkaar. Dat werkt perfect. Al het werk dat normaal voor de vakantie af moet, kan nu met minder stress tijdens de vakantieperiode worden afgemaakt. Opdrachtgevers waren wel verbaasd. Die denken blijkbaar dat we na de vakantie niet meer terugkomen. Mijn vaste toeleverancier sloot wel zijn deuren. Geen probleem, een ander was meer dan bereid om te leveren.”

Stuit vindt het wel jammer dat het Bouwhuis is afgeblazen. “Het zou voor de bouw een goede zaak zijn geweest als we in een huis zouden komen. Dan kun je als een branche naar buiten treden. Als gww-sector moeten we dan in ieder geval bij elkaar gaan zitten.”

Of dat uiteindelijk moet leiden tot een totale fusie binnen de gww is geen uitgemaakte zaak. “Clusteren hebben we nog steeds op de agenda staan. Maar we moeten er ook voor zorgen dat we herkenbaar zijn naar de leden toe. Die willen toch met Peter Paul (van der Kaaij) of Henk (de Koning) praten.”

Daan Stuit voor het Nieuwegeinse hoofdkwartier van de VAGWW.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels