nieuws

Werkloosheid in bouw minimaal

bouwbreed

Het is dat de uitvoering van werken in de bouw niet altijd precies op elkaar aansluiten. Anders zou er niet eens meer van frictiewerkloosheid gesproken kunnen worden, zo sterk is de werkloosheid in de bouw en aanverwante sectoren gedaald. De werkloosheid in de bouw heeft met 3,8% in jaren niet een zo laag niveau gekend. Hoewel daarmee de spanning op de arbeidsmarkt is toegenomen, blijven werkgevers zeer kritisch bij het aannemen van personeel.

“Als je de ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten (soms gaan die twee aspecten samen) van het bestand aan werklozen aftrekt, resteert een frictiewerkloosheid van 2 a 3%. Het kwalijke is alleen dat je in de bouwnijverheid al oud bent wanneer je de leeftijd van 35 bent gepasseerd.”

Aan het woord is Cees van Vliet, directeur van de stichting Bouw-Vak-Werk, naar aanleiding van de meest recente werkloosheidscijfers.

Het aantal werklozen in de bouw, onder schilders, stukadoors, uta-personeel en de natuursteenbranche samen bedraagt 9763 per eind juni van dit jaar op een totaal arbeidsbestand van 249.350 mensen in deze sectoren. Van die ruim 9700 werklozen blijken er 6483 ouder dan 35 jaar en daarmee voor veel aannemingsbedrijven en ondernemingen in in de schildersbranche of te duur of een te grote risicofactor. Dat komt ook tot uitdrukking in de duur van de werkloosheid. Ruim 6400 mensen blijken langer dan een half jaar werkloos te zijn .

Kritisch bij aannemen

De roep om vakbekwaam personeel onder de aannemers neemt nog steeds toe, maar tegelijkertijd ook stelt men zich kritischer op bij het aannemen van arbeidskrachten gezien de risico’s die men loopt”, aldus Van Vliet. Die risico’s zijn groter geworden sinds de verplichting tot het doorbetalen van loon tijdens ziekte gedurende een jaar. En vanaf 1 januari volgend jaar krijgen bedrijven ook nog eens te maken met het voor de bouw vast te stellen gedifferentieerde deel van de wao-premie. Voor dat fluctuerende deel kan men eigen risico gaan dragen. Dan lijkt een scherpe selectie het eerste verdiend.

Een deel van de ‘ouderen’ en gedeeltelijk arbeidsongeschikten zullen zonder aanvullend beleid geen beschikbaar aanbod voor de arbeidsmarkt meer vormen, zo is Bouw-Vak-Werk toegedaan. Voor hen is aanvullende scholing of begeleiding nodig of meer activiteit richting werkgevers om hen een plaats te gunnen in hun bedrijf.

Averechts

De overheid heeft voor dit doel dit jaar f. 2,2 miljoen beschikbaar gesteld, maar dat is volgens Van Vliet veel te weinig. “De overheid beseft niet altijd goed dat sommige maatregelen averechts uitwerken op wat ze eigenlijk voorstaat. Meer mensen aan het werk laten komen en tegelijkertijd het ziekte- en wao risico meer bij werkgevers leggen is daar een voorbeeld van”.

Bij de Arbeidsvoorziening blijkt overigens nog 77% van het werklozenbestand te staan geregistreerd als fase 1. Die fase betekent dat die werklozen zonder extra inspanningen bemiddelbaar zijn. “Dat percentage is veel en veel te hoog. Ongeveer de helft van de werklozen blijkt al niet tot het Arbeids Bestand Bouwnijverheid te behoren. Ze voldoen niet aan de criteria daarvoor, zoals een tienjarige ervaring in de bedrijfstak of een voltooide vakopleiding.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels