nieuws

Werkgeversvoorzitter bedroefd over afwijzing pre-pensioen Bonden van slag door ‘fantastisch voorstel’

bouwbreed

“Ik heb de indruk dat de vakbonden verrast zijn door het feit dat de werkgevers in de bouw met een zo fantastisch voorstel zijn gekomen en niet goed weten hoe te reageren. Ik ben echt verbaasd dat ze de kans laten liggen om het pre-pensioen voor uta-personeel volgens ons nieuwe voorstel zeker te stellen”. Dat zegt ir. J.A. Holleman, voorzitter van de werkgeversdelegatie, die de collectieve arbeidsovereenkomst voor dit personeel opnieuw dient vast te stellen.

Holleman steekt zijn teleurstelling over de breuk in het overleg op 16 juli niet onder stoelen of banken. “Tot aan de zesde onderhandelingsronde had ik de stellige overtuiging dat we er uit zouden komen. Toen bleek echter dat de bouwbonden van FNV en CNV bezwaar maakten tegen de integrale behandeling van de vutcao voor het uta-personeel en de overige arbeidsvoorwaarden. Maar het is een samenhangend pakket, omdat zowel pre-pensioen als uta-cao beide elementen van de totale loonkosten bevatten.”

Dat er iets moet gebeuren met de vut-regeling is voor alle partijen zonneklaar. De kosten van de huidige vut-regeling groeien de pan uit. Vorig jaar moest de uitkeringsleeftijd al met een jaar worden verhoogd omdat partijen nu eenmaal hadden vastgelegd dat de premie niet boven de 8% mocht uitkomen.

Over de inruil van de vut voor een pre-pensioenregeling bestaat dan ook geen verschil van mening. Al in 1992 spraken partijen af een studie te doen naar beheersing van de vut-kosten. “Het is nu 1997, dus de hoogste tijd”, aldus Holleman. Om duidelijk te maken hoe erg de tijd dringt zegt hij dat voor de mensen die nu al vervroegd zijn uitgetreden, het huidige systeem een tekort kent van f. 1 miljard. “Omdat door verhoging van de leeftijd dit jaar bijna niemand kan uittreden, wordt dat tekort tot f. 700 miljoen teruggebracht. Daarom is dit het jaar ideaal om van systeem te veranderen, dat dan per 1 januari 1998 kan ingaan.”

Heel simpel

Holleman zegt geen expert te zijn als het om pensioenvraagstukken gaat. “Maar pensioenfondsen, actuarissen, personeelsfunctionarissen en directies van grote ondernemingen hebben een pre-pensioenregeling bedacht die betaalbaar en beheersbaar blijft, de nodige zekerheid biedt en flexibel is voor de mensen die het betreft.”

Het is zo simpel, dat hij het zelf allemaal makkelijk kan uitleggen. Alle uta-mensen gaan vanaf hun 42ste jaar voor hun eigen pre-pensioen zorgen. Dat doen ze door betaling van 7,6 % aan premie, waar het werkgeversaandeel nog vanaf moet. Op hun 62ste ontvangen ze 70% van hun laatste loon. Meer premie is niet nodig omdat de binnenkomende gelden worden belegd.

Mensen die nu al ouder zijn dan 42 jaar zullen die 70% op deze wijze nooit meer kunnen halen. Voor hen moeten jong en oud in de uta-sector een solidariteitspremie betalen van 3,5% gedurende vijftien jaar. En dan moet er ook nog “in de juiste betekenis van het woord” nog worden “afgerekend” met al die mensen die nu al van een vut-regeling gebruik maken. Die uitkeringen moeten blijven doorlopen en voor deze ‘affinanciering’, zoals de officiele term luidt is ook nog eens een premie van 1,9% van jong en oud nodig.

Het komt er dus op neer dat tot het jaar 2012 werknemers tot 42 jaar 5,4% premie betalen (3,5% overgangsregeling en 1,9% affinanciering) en werknemers ouder dan 42 jaar in totaal 13% ( de eigen premie van 7,6% met de 3,5% en 1,9% aan solidariteit en affinanciering). Na het jaar 2012 betalen jonge mensen tot hun 42ste geen enkele premie om na hun 42ste 7,6% aan het eigen pre-pensioen te gaan bijdragen.

Flexibel

De bonden hebben nogal wat bezwaren tegen dit simpele systeem, zegt Holleman. Er zou geen zekerheid op een uitkeringsbedrag van 70% bestaan. “Die absolute zekerheid is inderdaad niet te geven, maar bij de opzet van het systeem is van heel voorzichtige promessen uitgegaan: rekenrente van 4%, loonstijging van 2% en een rendement van 6%.”

“Elk jaar krijgen de mensen een overzicht van wat er aan rechten is opgebouwd. Het systeem is zo flexibel dat individueel kan worden bijgestort als men meent op 62-jarige leeftijd tekort te komen. Wat ons betreft kan dat door adv-dagen in te leveren of door (een deel van) de bedrijfsspaarregeling of de premiespaarregeling daarvoor te gebruiken. Het systeem is zo flexibel dat ook voor uittreding op jongere leeftijd kan worden gekozen als men met minder geld genoegen neemt.”

De bonden blijken ook tegen het loslaten van de solidariteit te zijn. Die is bewust losgelaten, aldus Holleman. Als de overgangsregeling voorbij is, bestaat namelijk alleen nog een spaarregeling per individu. Een belangrijk argument is bovendien dat het salaris van jonge toetreders tot de bedrijfstak er negatief door zou worden beinvloed en uitwijken naar andere bedrijfstakken een reeel gevaar gaat worden.

Een ander bezwaar van de bonden is de korte overgangstijd, waardoor de kosten voor een deel van het uta-personeel vrij hoog zullen zijn.

Zelf mee zorgen

De werkgevers zijn dus op die korte termijn gaan zitten om zo snel mogelijk van het collectieve systeem naar een spaarsysteem per individu te gaan. Een systeem, aldus Holleman, dat beantwoordt aan de ontwikkelingen in de maatschappij, waarin individualisering, het mede zorgen voor de eigen ‘oude dag’, heel normaal wordt gevonden.

Holleman hoopt dat de bonden willen gaan inzien dat het daar toch naar toe moet, de (onderhandelings)draad weer snel willen oppakken en niet langer het pre-pensioen voor uta-personeel te blokkeren. “Enkele modificaties in het systeem kunnen nog wel worden aangebracht”, zo zegt hij hen indirect toe, “maar aan het systeem zelf valt niet te tornen”.

Ir. J. Holleman, enthousiast over het voorstel voor pre-pensioen, is teleurgesteld in de houding van de vakbonden.

Foto Peter van Mulken

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels