nieuws

Verontreinigde specie grotendeels hergebruikt Minder baggerdepots bij Maasproject

bouwbreed

Het Maasproject heeft minder baggerdepots nodig dan waar in het verleden rekening mee werd gehouden. Dankzij de nieuwe beleidslijn Actief Bodembeheer mogen grotere hoeveelheden verontreinigde specie die bij het uitdiepen of verbreden vrijkomen, worden hergebruikt in het projectgebied zelf.

Omdat onzeker is of het project helemaal zonder depots kan, gaat de selectieprocedure voor de plaats van de depots gewoon door.

Het Maasrouteproject heeft tot doel de vaarroute in Limburg te verbeteren, overstromingen tegen te gaan en de ontwikkeling van de natuur aan de oevers te bevorderen. Afhankelijk van het alternatief dat voor de Maasroute wordt gekozen, is het benodigde depotvolume 0,5 tot 1,5 miljoen kubieke meter. Daarbij gaat het dan om zogenoemde ‘hot spots’ (materiaal van puntverontreinigingen). Het is echter denkbaar dat ook klasse 4 specie moet worden afgevoerd naar een depot.

Als alle vervuilde grond in depots zou moeten worden gestort zou het volume 3 tot 7 miljoen kuub bedragen. Voor die sterk verminderde hoeveelheid kunnen de bestaande en de in ontwikkeling zijnde depots volstaan.

Het materiaal dat niet in depots hoeft te worden gestort, is specie die zogenoemde gebiedseigen verontreinigingen bevat. Daarbij mag het niet gaan om verontreinigingen die een gevaar voor de gezondheid opleveren.

Die vrijgekomen specie kan op verschillende manieren worden verwerkt. Zij kan worden teruggeplaatst op de oever, hetgeen interessant is in combinatie met de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Bergen onder de rivierverbreding in het zomerbed behoort eveneens tot de mogelijkheden. Ook het ophogen van bestaande diepe plassen staat op het lijstje, evenals toepassing als bouwstof in bijvoorbeeld dijken.

Proefbaggerbestek

Om te bekijken welke mogelijkheden er zijn en beter inzicht te krijgen in de mogelijke hoeveelheden, wordt in het tweede proefbaggerbestek in het traject Swalmen-Kessel, dat begin 1998 wordt uitgevoerd, Actief Bodembeheer opgenomen.

Daarbij worden tevens de verontreinigingsgraad, de kansen op herverontreiniging, de verspreiding naar grond- en oppervlaktewater, de ecotoxicologische effecten en de vegetatie-ontwikkeling onderzocht.

De projectorganisatie De Maaswerken heeft inmiddels drie varianten het licht doen zien: het Basis-Alternatief, het Meest Milieuvriendelijke Alternatief, en het Combinatie Alternatief.

In het Basis-Alternatief gaat het om realisering van het beoogde beschermingsniveau tegen hoog water en verbetering van de vaarroute tot een klasse Vb-vaarweg met een diepgang van 3,5 meter. Dit gebeurt door verbreding van het zomerbed of, als de kosten doorslaggevend zijn, verdieping ervan. Daarnaast wordt het Julianakanaal ten zuiden van Born verbreed, de sluizen in de hele route verlengd of uitgebreid en enkele bochten aangepast.

In het Meest Milieuvriendelijke Alternatief wordt het zomerbed verbreed. De Maasroute wordt tussen Born en Grave verbeterd tot Vb-vaarweg, het overige deel blijft een Va-vaarweg. Het zuidelijk deel van het Julianakanaal hoeft daarvoor slechts beperkt te worden verbreed.

Te weinig geld

Het Combinatie Alternatief ligt tussen deze twee alternatieven in. Afhankelijk van de keuze liggen de kosten tussen de f. 1,9 en f. 2,7 miljard. Nu al is bekend dat daarvoor te weinig geld beschikbaar is. Dat is voor minister Jorritsma de reden om voor te stellen de uitvoering te faseren, waardoor het project pas in 2015 gereed zal zijn in plaats van in 2005.

Omdat wordt vastgehouden aan het bereiken van het beoogde beschermingsniveau in 2005, zal tegen die tijd op zijn minst verdieping van het zomerbed gereed moeten zijn.

De Maas bij Gennep (km 158) nu rustig kabbelend in het zomerbed, moet nog even geduld hebben voor zij meer ruimte krijgt. Voor het zand- en grindvervoer is de ruimte nu in ieder geval voldoende.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels