nieuws

Friesland loopt achter met windenergiebeleid

bouwbreed

De provincie Friesland slaagt er tot dusverre niet in om de met het rijk gemaakte afspraken over het opwekken van windenergie na te komen. Het geplaatste vermogen is minder dan overeengekomen was. Gedeputeerde Staten willen nu eerder dan gepland het gevoerde beleid evalueren.

In de uit 1991 daterende overeenkomst met het rijk heeft Friesland zich gecommitteerd om in het jaar 2000 voor 200 MW windenergievermogen te leveren. Om windmolens ruimtelijk in te passen werd de Streekplanuitwerking Windstreek doorgevoerd.

Die geeft aan dat een evaluatie zal plaatsvinden na realisering van in totaal 75 MW, waarin zowel grootschalige opstellingen, kleine clusters van windmolens als solitaire turbines op het erf zijn begrepen.

Maar die evaluatie komt er eerder. Per 1 januari van dit jaar bleek namelijk nog slechts 54,4 MW aan windenergievermogen te zijn gerealiseerd in Friesland. Een aantal ontwikkelingen geeft aanleiding tot het sneller uitvoeren van tussentijds onderzoek.

Zo is een aantal windrijke gemeenten best genegen met de provincie een convenant af te sluiten, maar dat pas dan nadat het provinciale beleid is geevalueerd.

Bovendien stagneert de snelheid van plaatsing van windturbines. In 1996 is slechts 10 MW aan vermogen in Friesland bijgeplaatst. Ter vergelijking: het jaar ervoor bedroeg het vermogen 22 1/2 MW.

Ook is er nog steeds geen sprake van invulling van de in de streekplanuitwerking gereserveerde grootschalige locaties voor windmolenparken.

En – niet het meest onbelangrijk – blijken gemeenten vaak te maken te hebben met een gering draagvlak onder de bevolking voor plaatsing van windmolens.

Veel vragen

Het bestuur van de provincie zit met een groot aantal vragen over het moeizaam verloop van realisering van windenergievermogen. Zo moet de evaluatie uitwijzen in hoeverre windenergie eigenlijk ook wat oplevert voor de Friese burger.

Belangwekkend om te weten is voorts in hoeverre de gemeenten in hun bestemmingsplannen geen belemmeringen voor windenergie opwerpen, bijvoorbeeld door middel van woningbouw: “Hebben ze bij het zoeken naar locaties voor kleine clusters van turbines rekening gehouden met bestaande landschapspatronen, zoals lintbebouwing, dijken, wegen, water, rij-beplanting of verkaveling?”

Antwoord moet er tevens komen op de vraag wat de praktijk is als het gaat om draagvlak voor windenergie bij bevolking en betrokken instanties.

Tenslotte moet de evaluatie uitwijzen in hoeverre het ontwikkelen van door de Tweede Kamer bepleite mega-locaties gevolgen hebben voor het plaatsingsgebied in Friesland. Dit mede in het licht van discussies om de

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels