nieuws

VPRO + MVRDV = het leukste gebouw van Nederland

bouwbreed

Het nieuwe VPRO-kantoor in Hilversum is het meest verbazingwekkende gebouw van de laatste jaren. Het jonge architectenbureau MVRDV heeft de kans die de omroep hen gaf tot het laatste detail uitgebuit. De alchemie van VPRO + MVRDV, vrijzinnigheid plus durf, heeft geresulteerd in het leukste gebouw van Nederland – een nog nooit vertoond type kantoor.

Open dagen zijn er om familie en kennissen het laatste werk te tonen. Dat levert beleefde complimentjes op met gefluisterde kritiek over hoeken en gaten waar de architect het even niet meer in de hand had. Op de open dag die de ontwerpers van het nieuwe VPRO-kantoor organiseerden heerste een totaal andere sfeer: iedereen keek ongelovig in het rond en op het malse gras van het dak heerste de opgetogen sfeer van een heus feestje. Zo’n gebouw was nog nooit vertoond!

De VPRO durfde het enkele jaren geleden aan om de opdracht voor het nieuwe hoofdkantoor te geven aan de toen nog nauwelijks bekende architecten Winy Maas, Jacob van Rijs en Nathalie de Vries, die hun jonge Rotterdamse bureau MVRDV de initialen van hun achternaam hadden meegegeven. Deze droomopdracht voor beginnende architecten hebben zij ten volle uitgebuit, op een eigenzinnige manier die volledig bij deze omroep past. Een eerste indruk daarvan konden relaties afgelopen weekend opdoen tijdens een open dag voor relaties; de officiele opening staat gepland op 29 augustus.

Gebouw zonder gevels

Het is onbegonnen werk om het gebouw, en zeker het interieur, te beschrijven. Er zijn namelijk weinig gangbare referentiepunten. Vloeren golven, kantoortuinen lopen trapsgewijs over drie verdiepingen op, zelfs het dak is een heuvellandschap met mals gras. De vloeren en plafonds zijn van onopgesmukt beton. De spaarzame wanden die er zijn en overige onderdelen, zijn van allerlei onverwachte materialen: zilver gespoten metselwerk, golfplaat, onbewerkte boomstammen, matglas, deurmatten als isolerende wandbekleding, enzovoorts. Het grote blok is doorboord met vides en terrassen; aan alle kanten is er een prachtig uitzicht op omringende bossen en velden.

De kracht van MVRDV is dat ze architectuur niet opvatten als het tekenen van geveltjes. De clou van hun werk is dat ze het programma van eisen tot het extreme door durven drijven. Daaruit resulteert dan het beeld van het gebouw en de vorm van de ruimte, eerder als toeval dan als vooropgezet doel. Ze hebben zelfs nog even geprobeerd een gebouw zonder facades te maken; heteluchtblazers zoals je die vindt boven winkelentrees zouden de enige afscheiding tussen binnen en buiten moeten vormen. Dat was natuurlijk al te radicaal verzonnen; het zijn nu geheel glazen puien van 35 soorten glas geworden. Adembenemend is dat de twee verdiepingen hoge glaspuien van de kantine geheel open ke worden geschoven.

Villa-kantoor

De VPRO werkte verspreid over elf villa’s. De medewerkers wilden graag die informele sfeer daarvan behouden in het nieuwe kantoor. Voor MVRDV betekende dat: geen verlaagde plafonds, een diversiteit aan ruimtes a la de oude serres, kamers-en-suite en zolderkamertjes en direct contact met de omringende natuur. Daar zorgen de vele schuifpuien met Franse balkons en dakterrassen voor, met als apotheose het daklandschap boven bij de kantine. De uitzichten rondom zijn adembenemend. MVRDV spreekt zelf over het gebouw als een geologische formatie, zozeer is het net als het landschap geplooid en gelaagd. In plaats van elf kantoorvilla’s heeft MVRDV op die manier een nieuw type gebouw gemaakt: het villa-kantoor.

Het interieur is duizelingwekkend – niets is gewoon of geeft enige vastigheid. Dat maakt bij tijd en wijlen een rommelige indruk. De spectaculaire vormen van de ruimtes, onverwachte materialen, losse tapijten her en der (modern en Perzisch door elkaar), kabels naar putjes in de vloer en dan nog ieders persoonlijke relikwieen – dat is wel erg veel van het goede.

Nieuwe kneuterigheid

Dat informele interieur doet denken aan een kantoor dat twintig jaar geleden evenveel verbazing wekte: Centraal Beheer van architect Hertzberger. Dat had even weinig representatieve facades en ruimtes; de gebruikers mochten de kale ruimtes afmaken met hun eigen spulletjes, varierend van oude schemerlampen tot visnetten. Het was het eerste niet-hierarchische, geheel open kantoor. Niet het gebouw, maar de mens en zijn manieren van gebruik stonden centraal. “Kneuterigheid” werd dat al gauw genoemd. De open vloeren die moesten uitnodigen tot communicatie bleken vooral tot communicatie te dwingen, met alle overlast van dien. Enkele jaren geleden is daar met een rigoureuze renovatie een eind aan gemaakt.

Eigenlijk is het uitgangspunt bij het VPRO-gebouw hetzelfde. Alles draait om programma, gebruik, en informele openheid. Bij de VPRO is de kneuterigheid zelfs nog meer ingebakken in het gebouw omdat geen enkele plek hetzelfde is; bij Centraal Beheerwas het gebouw op zich een strenge repetitie van vides en rechthoekige vloervelden, de gebruikers brachten zelf verschillen aan.

Wonderbaarlijk dat deze leerlingen van Rem Koolhaas met hun bijna mathematische manier van ontwerpen – dat voor hen vooral een kwestie is van eisen optellen en op elkaar in laten werken – op zo’n resultaat uitkomen. Mocht de VPRO in de toekomst dezelfde problemen tegenkomen als Centraal Beheer, dan weten ze dus wat ze moeten doen: ‘Even Apeldoorn bellen’.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels