nieuws

‘Handreiking’ stuurt hergebruik baggerspecie

bouwbreed

“Over ongeveer een jaar komt er een handreiking voor het hergebruik van baggerspecie. De inhoud geeft aan wat er moet gebeuren met specie waarin een bepaalde vervuiling zit, welke soort specie je op welke manier moet verwerken. De aard van de specie wordt dan afgezet tegen de kosten en tegen de voordelen die de afzet biedt.” Dat stelt onderzoeker W. Polderman van het Pobureau Hergebruik Baggerspecie van Rijkswaterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde uit Delft.

“Bij de herverwerking van zand en klei uit baggerspecie gaat het vooral om de afzet van minder vervuild materiaal in gww-werken”, stelt Polderman. “Temeer omdat je anders niet aan de overeengekomen norm van 20 procent hergebruik komt. Verwerking van zwaar vervuilde bagger is vooralsnog duur en verkeert vaak nog in het stadium van experiment. Door maatregelen als scheiding en reiniging ontstaat residu. Wat er met het te moet gebeuren is nog steeds in onderzoek. We proberen zoveel mogelijk bestaande kennis toe te passen. Wil je die in normen en richtlijnen vatten dan merk je al snel dat er in die kennis nog wel wat gaten zitten. Het ligt in de bedoeling dat die leemten over pakweg een jaar zijn gevuld zodat we een eerste versie van de handleiding ke opstellen. In de afgelopen tijd zijn de meeste elementaire aspecten onderzocht. In de loop van de tijd moet meer inzicht komen in de verwerking van klei in ophogingen. Maatschappelijk gezien een zwaarwegend onderwerp gezien de grote hoeveelheden grond die zullen vrijkomen wanneer meer ondergronds wordt gebouwd.”

Modellen

“Ook is bijvoorbeeld weinig bekend over de rijping van klei”, legt Polderman uit. “Momenteel werken we twee modellen bij die de Rijksdienst IJsselmeerpolders en het Staring Centrum opstelden. Op die manier ke we voor de handleiding een soort beslismodel maken. Wie klei wil gebruiken kan onder meer via de granulaire samenstelling de benodigde rijpingstijd naslaan. Belangrijk zijn ook de chemische aspecten. Het rijpingsproces oefent allerlei invloeden uit op de verontreinigingen. Die hechten zich over het geheel genomen aan de fijnere kleifracties. Ontwaterde en gerijpte klei uit specie volgens de klasse 2 kan onder een andere categorie komen te vallen zodat het volgens het Bouwstoffenbesluit niet kan worden verwerkt. Toepassing van verontreinigde materialen vergt nogal wat aandacht. Hoe vuiler het materiaal hoe kleiner de mogelijkheden voor verwerking. Zo mag categorie 2-grond niet in contact komen met water. Dit betekent in de praktijk dat je dan eigenlijk niet meer mag graven om bijvoorbeeld langs wegen allerlei voorzieningen te plaatsen omdat dan de isolatie kan beschadigen.”

Prognose

“Nader onderzoek moet uitwijzen hoe we op voorhand ke beoordelen hoe de uiteindelijke klei uit de specie eruit komt te zien”, zegt Polderman. “Een nog op te stellen model geeft dan een chemische prognose en gaat in op de manier en mate waarin bepaalde stoffen afbreken en of eventuele reacties in het materiaal nieuwe stoffen laten ontstaan. Aan de hand van het Bouwstoffenbesluit worden vervolgens de waarden beoordeeld. Als je regelgevingen met elkaar vergelijkt kom je soms tot bizarre conclusies. Het ene materiaal veroorzaakt dan gigantische problemen terwijl het andere materiaal zonder meer kan worden toegepast, ook al veroorzaakt dat een gelijk of groter milieubederf. We willen in elk geval weten op welke manier je de regelgeving wat kunt verruimen om de afzet van baggerspecie te bevorderen. Verder volgen we de gang van zaken rond eerder begonnen proefpoen en werken met de bevindingen de modellen bij.”

“De zakelijke markt voor klei is nog niet zo groot”, weet Polderman. “Over het geheel genomen blijven vraag en aanbod redelijk in evenwicht. In het geval van baggerspecie behoort de aanbieder veelal tot dezelfde organisatie als de afnemer. Door een goede planning ke beiden nogal wat materiaal verwerken. En omdat verwerking politiek beleid is wordt dat ook gedaan. Vooraf moet je dan vaststellen welke kleisoort chemisch gezien in een bepaald po terecht kan. Ook het veengehalte en de zand/lutum/ silt-verhouding stellen voorwaarden. Momenteel leggen we voor verschillende werk (delen) een lijst met eisen aan. Het gaat dan bijvoorbeeld om toelaatbare vervormingen in de tijd, de verende eigenschappen en de kans op herverwerking onder invloed van vocht. Het gaat dan ook om materiaal dat vooraf niet wordt gereinigd. Voor elke soort specie bestaat wel een toepassing. We onderzoeken nu aan welke regelgeving de toepassing van klei onder wegen zou moeten voldoen. Dat gebeurt aan de hand van literatuurstudies over soortgelijke buitenlandse poen. In de tussentijd maakten we bij de Slufter een proefophoging met klei om te zien hoe die bult zich in de praktijk gedraagt. De bevindingen leidden tot een voorlopige richtlijn.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels