nieuws

De nimbus van het KNSM-eiland

bouwbreed

Transformatorhuisje, gasreduceerstation en wachtplaats voor buschauffeurs ineen. Een geheiligd huisje tussen hoogbouw. Maar waarom moeten passagiers voor deze profane plek buiten in de rij blijven staan?

Bij de bushalte op het pleintje is het druk. Bus 59 naar Holendrecht staat spinnend klaar voor vertrek. Net zoals bus 32 naar Buikslotermeer. De passagiers staren verdwaasd voor zich uit. Niemand heeft oog voor het merkwaardige gebouwtje dat achter de bushalte staat, bedoeld als eindmarkeringspunt van de langgerekte Amsterdamse KNSM-laan.

Een herkenbaar baken is het evenwel niet, daarvoor ligt het te ver verscholen achter een woonblok. Je ziet de uitstekende punt van het gebouwtje dan ook pas als je bijna aan het einde van de laan bent. Nou ja zien, het blijft van een afstand vooral gissen naar de herkomst van die merkwaardige punt. Is het de wijzer van een telescoop? Een radar- of radiostation misschien?

Na nog zo’n honderd meter wordt het mysterie onthuld; de punt blijkt een enorme scheepsmast inclusief tuien te zijn. Het gevaarte staat iets voor een gebouwtje van spiegelglas, cortenstaal en beton, en steekt door het midden van een gigantische nimbus die het dus kennelijk heilige gebouwtje boven zijn hoofd draagt.

Om het aureool lopende, is het net alsof de rand ervan overal niet even dik is en de vorm van een amandel heeft. Pas als je pal onder de stralenkroon staat, openbaart zich het optische bedrog en de schijnheiligheid van het drie-in-een bouwseltje. Dit is geen futuristische kerk, maar gewoon een carrousel.

De ronde nimbusvorm keert op nog enkele manieren terug. Niet alleen in de halve cirkel op de stoep van het transformatorhuisje annex gasreduceerstation annex buschauffeurhokje, maar ook in de vorm van het chique cirkelgebouw, een arena van koop- en huurappartementen, waarvoor het gebouwtje staat. Ook van achteren blijkt dat ineens rond; grappig, want van voren is het zo plat als een surfplank.

Het ontwerp komt uit de koker van het bureau Babet Galis uit Delft. Galis koos voor de drie-in-een oplossing om het pleintje niet op te sieren met een trio losse hokjes en huisjes. Dat had in zijn ogen enkel geleid tot een visueel rommeltje. Nu staat er een ordentelijk geheel.

De chauffeur van bus 32 vindt het niettemin maar niks. “Ik heb er wel eens ingezeten, maar ik blijf liever zitten in mijn bus. Dat hokje is veel te klein binnen. Je kan je kont nauwelijks keren. Claustrofobisch? Ach mijnheer, je wordt hier toch sowieso claustrofobisch. Al die hoge nieuwbouw, moet je nou toch eens kijken. Rechttoe rechtaan. Zal wel een functie hebben. Net zoals dat gebouwtje. Wat het moet voorstellen, weet ik niet. Een oprisping van een of andere gesubsidieerde kunstenaar, denk ik. Maar kom, ik moet rijden.” En weg is bus 32, de hoek om.

Leeg is het niet bij de bushalte. Gelukkig is het droog. Want anders was iedereen beslist kletsnat geregend. En neem dan de wind die overal vandaan over en door je heen waait. Je zal maar net van de kapper komen of een opwaaiend zomerjurkje dragen.

Het is daarom ook jammer dat de buspassagiers geen toegang tot het stralengekroonde wachthuisje hebben. De chauffeurs zelf maken er toch nauwelijks gebruik van. Daarbij zitten ze achter hun stuur toch al op het droge. Als de architect het gebouwtje iets groter had gemaakt, was ook een aparte bushalte niet nodig geweest. Nu blijft de mast er maar wat verlaten bijstaan, scheefgewaaid en genegeerd in de wind.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels