nieuws

SPO-bestuur hekelt traagheid Brussel met inschrijvingsvoorwaarden Terugkeer ‘romantische periode’ zeer ongewenst

bouwbreed

Hoe langer de beslissing van ‘Brussel’ uitblijft over de Algemene inschrijvingsvoorwaarden (AIV), hoe meer de bedrijfstak het geloof zal verliezen dat het nog eens wat wordt met de marktordening. Een terugkeer naar de ‘romantische periode’ met zijn aanbestedingscowboys is echter absoluut ongewenst. Er zal toch een fundament moeten komen dat iedereen houvast biedt.

Het scheidende bestuur van de Samenwerkende Prijsregelende Organisaties (SPO) in de personen van L.A. van den Bos en H.A.C.M. Moeskops praat over de hectische periode die achter hen ligt. Het beroemde of liever beruchte onderzoek van de Europese Commissie naar de prijsregeling in Nederland, culminerend in een boete van f. 52 miljoen, loopt als een rode draad door het verhaal.

“De naam prijsregeling was volstrekt verkeerd. Wij regelden de prijs niet, maar zaken als de rekenvergoeding en bureaukosten. Die naam riep een verkeerd beeld op. Wij hebben nog altijd de indruk dat we voor Brussel een proefkonijn waren. Het onderzoek heeft heel lang geduurd, vrachtwagens papier zijn naar Brussel gegaan”, zo zegt Van den Bos.

De uiteindelijke uitslag van het onderzoek – in februari 1992 kwam een totaalverbod van het Uniform Prijsregelend Reglement af – was een volstrekte verrassing. “Wij hebben de beslissing van Brussel niet zien aankomen. Hoe wil je ook als zelfs het ministerie van Economische Zaken het zelf niet wist. Het ging om een regeling die de instemming had van de Nederlandse overheid.”

Boete

En dan nog de boete van f. 52 miljoen die uiteindelijk door de hoogste Europese rechter werd bevestigd. “Niet de SPO zelf, maar 30 aangesloten leden kregen die boete opgelegd. De meeste hebben die betaald. Van enkele hebben wij echter het vermoeden dat een betalingsregeling is getroffen omdat ze gewoon het geld niet hadden.”

Is er dan nooit overwogen om dat geld bij de Nederlandse overheid te claimen? Per slot van rekening had de regeling haar instemming.

“Dat hebben we wel overwogen. Onze juristen gaven ons echter geen schijn van kans”, aldus Van den Bos.

“Daar komt nog bij dat we verder moesten met de overheid. Wij willen nog steeds een regeling voor de marktordening, waarvoor we de medewerking van diezelfde overheid nodig hebben”, vult Moeskops aan.

Aan die regeling wordt nu ook hard gewerkt door de Stichting Marktwerking Bouwnijverheid (SMB), een door het AVBB en SPO opgerichte stichting. Onder de bezielende leiding van AVBB-voorzitter Brinkman wordt aan regels voor een marktordening gewerkt.

Uiteindelijk moet dat leiden tot een UAR plus. Daarin moeten zaken worden geregeld als de rekenvergoeding, de rechthebbende en een terugtrekmogelijkheid. Hoe ver daarmee kan worden gegaan, hangt af van de beslissing van Brussel over de Algemene Inschrijvings Voorwaarden, die de SMB in november 1995 bij de Europese Commissie aanmeldde om ontheffing te krijgen van het verbod op mededingingsregelingen krachtens artikel 85 lid 3 van het EG-Verdrag.

Het antwoord uit Brussel laat nu al weer zo’n anderhalf jaar op zich wachten.

“Wat er uiteindelijk voor regeling uitkomt, hangt ook af van de vraag of de bedrijfstak onverdeeld kan blijven. In de gww-sector gaat het voornamelijk om publieke aanbestedingen door overheden. In de b en u wordt veel meer privaat aanbesteed. Het zou ke dat er daardoor twee stromen ontstaan binnen de bouw”, zo schetst Moeskops de nu bestaande status quo.

“Zelfs als het UAR-plus er dan is, zijn we er nog niet volledig. Het UAR is een publiekrechtelijke zaak. Private partijen zijn daar niet aan gebonden. Daarom is daarnaast een private regeling nodig. Dat zou de AIV ke zijn”, vult Van den Bos aan.

Nodig

Beiden zijn er meer dan van overtuigd dat een regeling nodig is. “Ik wens niemand een terugkeer naar de ‘romantische periode’ toe”, zegt de scheidend voorzitter. Moeskops: “Er moet een fundament zijn waar men vastigheid aan heeft. Momenteel kun je niets doen om een marktordening te handhaven.”

Zij wijzen er daarbij op dat na het veto van de Europese Commissie over het UPR de opdrachtgevers niet gelukkig waren. Niet langer mochten calculatiekosten van degenen aan wie een po niet werd gegund, worden doorberekend. Dat betekent dat die kosten gaan drukken op de algemene kosten en dus worden doorberekend aan opdrachtgevers die die kosten niet hebben veroorzaakt. “Het principe ‘de vervuiler betaalt’, of anders gezegd, de kosten zijn voor diegene die ze oproept, was hiermee verdwenen”, zegt Van den Bos.

Toekomst SPO

Blijft de vraag wat er met de SPO gaat gebeuren in de toekomst. “Die blijft voorlopig nog wel bestaan. Er zijn nog lopende verplichtingen af te handelen. Ook is er nog geld, dat gebruikt moet worden voor algemene bouwdoeleinden. Dat zijn volgens de statuten echter andere doeleinden dan die van het Centraal Orgaan Algemene Bouwdoeleinden, waarin acht regionale stichtingen met eenzelfde doelstelling zijn verenigd. Zo steunen wij bijvoorbeeld financieel het werk van de SMB”, aldus Van den Bos.

Terugkijkend op de lange tijd dat zij het bestuur van de SPO hebben mogen dragen, zijn beiden het er roerend over eens: “Het is nu geen dankbare klus voor onze op7volgers. Het is niet interessant meer. Wij hebben het instituut van de prijsregeling zien opbouwen en ook naar de Filistijnen zien gaan”, verwoordt Moeskops de gevoelens.

Moeskops – eind jaren zeventig in het bestuur gekomen – en voorzitter Van den Bos (hij kwam er in 1983 bij), zijn begonnen de mededinging in de bouw uit de achterkamertjessfeer te halen. Veel contacten met koepels van opdrachtgevers, zoals de Nationale Woningraad en het NCIV waar het de woningbouw betrof en met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten wanneer het ook andere werken betrof, hielpen mee de onjuiste beeldvorming over de mededinging weg te nemen.

Inkrimping

Na eind jaren tachtig met het EG-onderzoek te zijn geconfronteerd met het definitieve UPR-verbod in 1992, werd met de introductie van een Voorlopige Uitvoerings Instructie geprobeerd te redden wat er te redden viel. Een en ander had wel tot gevolg dat zowel in het land bij de negen uitvoerings-bv’s als op het centrale kantoor in Amersfoort aan een sterke personele inkrimping niet kon worden ontkomen.

Als straks ‘Brussel’ afkomt met een ontheffing voor de Algemene Inschrijvings Voorwaarden en er gewerkt kan worden met een UAR plus, zal de SPO ke ophouden te bestaan. Dan zullen zowel mededinging als marktordening verenigd zijn in de Stichting Marktwerking Bouwnijverheid.

“Gedacht werd dat alles veel minder tijd zou nemen. Daarom zijn we ook aan gebleven ondanks de statutaire verplichting om na je zeventigste jaar af te treden. Inmiddels weten we wel hoe langzaam alles gaat in Europa”, aldus Moeskops.

Vandaar dat is besloten toch nog maar van bestuur te wisselen. Vanaf dinsdag zit hun klus er definitief op. In het Amsterdamse Okura-hotel zal Van den Bos voor de laatste keer de Algemene vergadering mogen voorzitten. De daarop volgende afscheidsreceptie zullen zij als ‘ambteloos’ burger over zich heen laten gaan.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels