nieuws

Opleidingen nu richten op veranderbaar bouwen

bouwbreed

Veranderbaarheid van gebouwen zal in de nabije toekomst een zo grote rol spelen dat daaraan nu in de opleidingen meer aandacht moet worden besteed. Alleen dan zullen we er in 2015 iets aan hebben. Mede als gevolg hiervan zal er ook behoefte komen aan andersoortige materialen.

Dit blijkt uit een publicatie van de Stichting Toekomstbeeld der Techniek en de Bond voor materialenkennis ‘Bouwwijs, materialen en methoden voor toekomstige gebouwen, dat is aangeboden aan staatssecretaris Tommel (VROM). In de studie is gekeken naar trends in de bouw de komende vijftien tot twintig jaar.

Opvallende conclusie is de verwachting dat spectaculair nieuwe materialen dan nog niet worden toegepast in de bouw wegens het ontbreken van een duidelijke vraag. Wel zullen er andere toepassingen, verschijningsvormen of constructies zijn, maar ook deze bouwen voort op wat er anno 1997 al te zien is.

Wel zal volgen de publicatie Bouwwijs de vernaderbaarheid van gebouwen in de toekomst zo’n grote rol spelen “dat daaraan nu in de opleidingen op de verschillende niveaus meer aandacht moet worden besteed om er in 2015 iets aan te hebben”.

In dit verband blijkt overdimensionering bij verschillende gebouwsystemen een economisch haalbare manier om veranderbaarheid te realiseren. Modulariteit speelt ook een rol in dit opzicht en is soms zelfs essentieel voor veranderbaarheid.

Om gebouwen echt veranderbaar te maken, is er behoefte aan materialen die een redelijke prijs combineren met grote nauwkeurigheid, duurzaamheid en prestatie. Een verandering van de aanbestedingsprocedure in de zin van het definieren van een prestatie en het laten aanbieden van materialen door geinteresseerde bouwers zou de ontwikkeling van nieuwe materialen wel sterk bevorderen.

Installaties

In de visie van de onderzoekers spelen installaties een belangrijke rol in de gebouwen van de toekomst. Leidingstelsels zijn in hoge mate bepalend voor de veranderbaarheid van het hele gebouw. De ontwikkeling van een visie over de veranderbaarheid van een gebouw moet dan ook samengaan met de ontwikkeling van een flexibel installatieconcept. Vooral de toeleverende industrie zal de eerste aanzet moeten geven om te komen tot de ontwikkeling van ‘plug-and-play’ producten met een groot bedieningsgemak.

De markt, zo schrijven de onderzoekers, vraagt om kortere levertijden en in het algemeen om kortere ontwikkeltijden. Voor de bouwwereld blijkt het moeilijk te zijn snel in te spelen op de wensen van de gebruikers.

Een andere opvallende conclusie is dat ook wegwerpgebouwen, die na een geplande korte levensduur worden afgebroken, toch duurzaam ke zijn. Dit is het geval als er na sloop weinig afval overblijft en ook de energieverspilling gering is.

Veel milieuwinst kan worden behaald door koeling van kantoren overbodig te maken. Dit kan door het buitensluiten van de zon en het vergroten van het warmte-accumulerend vermogen. Ook nieuwe kantoorconcepten die geen hele werkplek per werknemer kennen bieden winst voor het milieu.

Dit brengt de onderzoekers tot de conclusie dat de eerste prioriteit bij duurzaam bouwen momenteel niet zozeer op materiaalgebruik moet liggen, maar op minder energiegebruik, vooral in de gebruiksfase.

Arbeidsomstandigheden

Ook is gekeken naar de arbeidsomstandigheden in de bouw. Vooral de trends naar meer montage op de bouwplaats en naar het gebruik van lichtere materialen zullen gevolgen hebben voor de gezondheid en het welzijn van werknemers in de bouw.

Wat dat laatste betreft waarschuwt het rapport er echter voor dat lichte materialen ook ke uitnodigen tot het tillen van meer tilbare bouwcomponenten tegelijkertijd. Een principieel andere benadering zou dan ke zijn bouwdelen zo zwaar te maken dat ze alleen maar mechanisch verplaatst ke worden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels