nieuws

Nieuwe woonwijk met parkachtige uitstraling Schiedam haalt stukje Zweden naar Nederland

bouwbreed

‘Het Zweedse wonen’ noemt Schiedam het stedenbouwkundige concept voor de uitbreidingswijk Spaland-Oost. Meest opvallende verschil met de gebruikelijke Nederlandse nieuwbouwwijk: de geleidelijke overgang tussen prive en openbaar terrein. Voor de zomervakantie moet de samenwerkingsovereenkomst met de marktpartijen worden getekend. Een nog te selecteren groep van drie of vier architecten zal vervolgens het architectonisch ontwerp verzorgen. De bouw start in 1998.

“Geef de woonomgeving terug aan de mensen in plaats van aan de auto”, is het motto voor wethouder drs. A. Reijnhout van Schiedam. Hoe dat moet zag hij tijdens bezoeken aan Zweden, waar met subsidie van de Zweedse ambassade inmiddels ook de hele Schiedamse raadscommissie is gaan kijken. Van Reijnhout mag de laatste nieuwbouwwijk in zijn gemeente beslist geen doorsnee-wijk worden. Het stedenbouwkundig concept moet een tegenwicht bieden aan het steeds sterker wordende individualisme. Geen houten schutting dus, die in de gemiddelde Nederlandse nieuwbouwwijk overheerst, maar een inrichting die uitnodigt tot sociaal contact. De Zweedse architect Ralph Erskine heeft het masterplan voor de duizend woningen tellende wijk gemaakt en ir. A. van Hengel van Groep 5 Architecten en Stedenbouwers is bijna klaar met de stedenbouwkundige uitwerking. De wijk zal bestaan uit vier deelgebieden waarvan er een associaties moet oproepen met de Schiedamse binnenstad met zijn grachtjes. In de andere drie, meer tuinstad-achtige delen wordt de bebouwingsdichtheid minder hoog.

Geen auto

Nog voor de zomer wordt met Amstelland, Bemog en Bokx een samenwerkingsovereenkomst gesloten.

Het meest opvallende kenmerk van ‘Het Zweedse wonen’ is volgens Reijnhout de woonomgeving waarbij prive en openbare ruimte lang niet zo nadrukkelijk zijn gescheiden als in ons land gebruikelijk. “Het openbare gebied blijft meestal beperkt tot de straat met een stoep. De tuinen in Zweden zijn kleiner en gaan als vanzelf over in een nogal besloten openbaar gebied, meestal met bankjes, speeltoestellen en een zandbak. Het geheel krijgt daardoor een parkachtige uitstraling. Voor de auto is in het woonbeeld geen plaats. Die staat aan de rand van het woongebied, in carports of onder de woningen. De woonomgeving is het domein van de mensen, met name de kinderen. Daardoor ontstaat een gevoel van intimiteit en rust.”

Ook de overgang van straat naar groen moet geleidelijk verlopen. Geen strakke trottoirbanden of hoogteverschillen.

Zorgvuldig

Het Zweedse wonen wordt volgens Reijnhout verder gekenmerkt door een zorgvuldige architectuur met veel oog voor details, kleur en harmonie. De keuze voor de architecten die dat vorm moeten geven is nog niet gemaakt. Reijnhout denkt aan een team van een Zweedse en twee of drie Nederlandse architecten.

“Ze moeten met elkaar de hele wijk ontwerpen. Het mag niet zo zijn dat je om de hoek een heel ander concept met een heel andere architectuur vindt, zoals in andere nieuwbouwwijken.” Hoe dat ontwerp eruit zal zien, ziet Reijnhout al helemaal voor zich: woningen met dakhellingen van 30 graden, met mooie overstekken, diversiteit in nokhoogte, terugliggende en geaccentueerde raampartijen, grote uitgebouwde balkons met een overkapping, in kleur gevoegde gevels, uitgebouwde entrees, goed onderhouden gazons die doorlopen tot aan de gevel, met zorg geselecteerde armaturen voor de straatverlichting, grote garages zodat men de auto er ook werkelijk in zet enz. Deze details moeten een vriendelijke, harmonieuze wijk tot gevolg hebben waarin de mens centraal staat.

Referentiewijken

Een kopie van de referentiewijken in de Zweedse plaatsen Ostersund en Jonkoping zal het niet helemaal worden. Daarvoor verschilt de Nederlandse mentaliteit teveel van de Zweedse. Om te beginnen denkt Reijnhout dat de prive-tuinen wat groter moeten zijn dan in de Zweedse voorbeelden. Ook de auto krijgt waarschijnlijk een iets minder ondergeschikte plaats.

“De auto is in Nederland veel meer een statussymbool dan in Zweden waar het gewoon een noodzakelijk vervoermiddel is”, zegt Reijnhout. Ook een centrale fietsenberging, zoals in een van de Zweedse voorbeelden, acht hij in Nederland niet haalbaar.

Voor de openbare ruimten in de wijk moet nog een beheersconstructie worden opgezet. Reijnhout denkt aan een soort vereniging van eigenaren, waarbij de bewoners gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van het terrein.

Dat er binnen de kortste keren toch houten schuttingen in de wijk zullen verrijzen, daar is Reijnhout niet zo bang voor. “Ik hoop dat het bijzondere karakter van de wijk die mensen aantrekt die het hele woonconcept aanspreekt. En daar past gewoon geen schutting in. Bovendien weet men van tevoren waarvoor men kiest.”

Op 26 juni zal in het Stedelijk Museum in Schiedam een mini-conferentie worden gehouden over ‘Het Zweedse wonen’. Het centrale thema daarbij is de markt- en gebruikswaarde van poen met een sterke identiteit.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels