nieuws

Nederlandse aannemer heeft voorrang bij bouw WPC

bouwbreed

De bouw van het World Port Centre (WPC) in Rotterdam wordt een nationale aangelegenheid. Opdrachtgever/eigenaar ING Vastgoed gaat vanwege mogelijke communicatieproblemen niet in zee met buitenlandse aannemers.

“De wijze van aanbesteding is nog niet geheel uitgekristalliseerd. Onze gedachte gaat uit naar een meervoudige onderhandse aanbesteding,” aldus Dick van Hooff, hoofd ING Vastgoed Ontwikkeling. “Op deze manier zetten de aannemers hun beste beentje voor. Onze idee is om drie tot vier aannemers uit te nodigen en die een prijs te laten maken. Waarom we kiezen voor Nederlandse aannemers heeft onder andere te maken met taalproblemen. Daarnaast wordt het ook gedaan uit economische overwegingen. Overigens betwijfel ik, of het goedkoper is om met een buitenlander in zee te gaan.”

ING Vastgoed en de gemeente Rotterdam presenteerden dinsdagavond het door Sir Norman Foster ontworpen World Port Centre (WPC), dat komt te staan op de Kop van Zuid. Als gevolg van onder meer de zeer kritische opstelling van het Q-team – de internationale welstandscommisie voor de Kop van Zuid – heeft het opvallende po meer dan een half jaar vertraging opgelopen. Van Hooff: “We werken snel de bestekken uit om zo vlug mogelijk de aanbesteding in gang te ke zetten. De achterstand halen we niet in, maar we willen de toekomstige huurder Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam (GHR) wel snel in het gebouw hebben. In het tweede kwartaal van het volgende jaar willen we beginnen met de bouw. Overigens doen we het bouwmanagement geheel zelf.” Volgens architect Paul Kalkhoven van het bureau van Sir Norman Foster is het zeker geen ingewikkeld gebouw. “De Nederlandse aannemerij is goed in betonbouw en verder is de constructie eenvoudig. De uitdaging zit hem in de snelheid, in 2000 moet het gebouw klaar zijn, en in de omvang.”

Duurzaam is duur

Bij het ontwerp moest architect Kalkhoven rekening houden met duurzaam bouwen. De commissie Ruimtelijke Ordening had daar heel nadrukkelijk om gevraagd. Kalkhoven: “Zo’n eis van de gemeente is voor ons niet vervelend. Ons architectenbureau houdt daar bij elk ontwerp al rekening mee. Dubo is een fundamenteel onderdeel van onze architectuur.”

Een opvallend duurzaam-bouwen-element is het toepassen van reflectoren aan de gevel die het zonlicht diep achterin de kantoorruimte kaatsen. Het kunstlicht wordt dan automatisch uitgeschakeld. Daarnaast is men met Eneco in onderhandeling over de levering van een systeem voor absorptiekoeling. Het systeem werkt op de afvalwarmte van de stadsverwarming. Tevens wordt getracht om met rijkssubsidie fotovoltaische cellen op het gebouw te plaatsen.

Het is overigens niet zo dat duurzaam bouwen door de poontwikkelaar wordt gefinancierd. Het GHR, bijgestaan door Twijnstra Gudde, had nogal wat aanvullende eisen. ING Vastgoed stelt het Havenbedrijf voor om een hogere huur te betalen in ruil voor het toepassen van onder meer plantaardige bekistingsolie, 20 procent puingranulaat en energiezuinige verlichting. Ook een Rc-waarde van 3 m2/KW en de decentrale warmte opwekking door zonneboilers worden doorberekend in de huur.

Bij de pijl komt het WPC. Er schuin achter staat het vermaarde Hotel New York. Overigens is de kans klein dat op het midden van de pier een metro-systeem wordt aangelegd dat het WPC verbindt met het bestaande metrostation op de Wilhelminapier. De kosten van het po bedragen f. 60 miljoen en zullen deels door het bedrijfsleven moeten worden opgebracht.

Foto: ING Vastgoed

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels