nieuws

‘Markt vraagt geen gebouwen, maar werkplekken’

bouwbreed

De markt vraagt niet om gebouwen, maar om werkplekken. De bouw denkt nog te veel in kantoorgebouwen met stramienen en kolommen. De gebruikers echter willen werkplekken met computers, waarmee zij hun omgeving ke aanpassen. Dat valt te realiseren met gebouwbeheersystemen met gestandaardiseerde ‘bussen’.

Werkplekken, met elkaar verbonden door een intelligent gebouwbeheersysteem, dat is wat de markt wil. Dat is de overtuiging van ing. W. van der Linden van Rabofacet Vastgoedmanagement te Eindhoven. Hij zei dit in gesprek met Cobouw tijdens de themadag over de nieuwe generatie gebouwbeheersystemen, gehouden door de Stuurgroep Gebouwenbeheer van de Vereniging Krachtwerktuigen. De vereniging maakt zich sterk voor de belangen van de gebruikers van intelligente gebouwbeheersystemen. Voor de gebruikers is het een groot probleem om een keuze uit de verkrijgbare systemen te maken.

“Er zijn geen vier, maar wel zestig aanbieders”, aldus F.P.M. Vebron, secretaris van de Stuurgroep Gebouwenbeheer. Volgens ir. P.J.J. Bessems van het Nederlands Normalisatie Instituut te Delft komt de gebruikersmarkt niet van de grond, omdat er teveel industrie”le consortia zijn die de markt met hun eigen systeem willen veroveren. “Er is een gevecht der titanen aan de gang”, zo omschreef hij de situatie. Als voorbeeld gaf hij de leveranciers van de systemen Batibus en Profibus. Deze twee systemen ke niet met elkaar communiceren.

Markt wacht op ‘bus’

Volgens Van der Linden zitten de gebruikers wel op een doorbraak te wachten. Er moet worden gekozen voor een gestandaardiseerde ‘bus’, een stelsel van afspraken over de hardware, de software, de bekabeling en de apparaten. Een bus heeft enorme voordelen, omdat hij in de plaats kan komen van al de afzonderlijke systemen, die nu nog in gebouwen worden geinstalleerd. Via een bus ke allerlei functies, zoals communicatie, verlichting, verwarming, luchtbehandeling, computers, tijdregistratie en talloze andere worden gecombineerd. Dat betekent, dat bij een verbouwing weinig aan de bekabeling en installaties hoeft te worden veranderd. De bedrijfsonderbreking bij aanpassing van een werkplek wordt daardoor tot een minimum beperkt. In aanschaf is een gebouwbeheersysteem weliswaar duurder dan een gebouw met traditionele installaties, maar tijdens de gebruiksfase zijn de kosten over het algemeen lager, stelde Van der Linden. Hij zei, dat degenen die de technologie ontwikkelen op moeten schieten met de normalisatie. “De gebruikers wachten erop, ze hebben het nodig.”

Gebruikersgroepen

De bouw is nog niet voldoende bekend met de voordelen van gebouwbeheersystemen op basis van een gestandaardiseerde ‘bus’. Van der Linden: “De bouw heeft zich nog geen mening gevormd. Zij bouwt nog steeds kantoren op basis van gebruikersvragen uit het verleden. Ook de markt voor kantoormeubilair en -inrichting is helemaal gericht op stramienmaten. Waar het ons om gaat is de aanpasbaarheid van de werkplek, voor verschillende functies.”

Volgens A.H. Eshuis van Landis en Staefa, leverancier van gebouwbeheersystemen, ziet het ernaar uit dat een aantal ‘bussen’ de strijd zal winnen. Op het niveau van het gebouwmanagement zijn het Bacnet en FND, op het niveau van de automatisering zijn het Bacne, FIP en Profibus, en op het niveau van de werkplekken zijn het LON, EIB, Batibus en European Home Systems. De aanbieders van de laatste twee werken op het moment aan een integratie.

Het blijft belangrijk dat de markt van zich laat horen, via gebruikersgroepen. Volgens Bessems zouden er meer gebruikers in de internationale normalisatie-commissies moeten zitten. De ontwikkelaars van de verschillende systemen zijn op het moment sterk oververtegenwoordigd. “Soms lijkt het wel alsof zij aan de commissies deelnemen om te voorkomen dat er normen tot stand komen”, aldus Bessems. Hij nodigde de gebruikers uit om hun macht uit te oefenen, zodat de leveranciers zich aan hun eisen moeten conformeren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels