nieuws

De zoektocht naar standaardisering gaat door

bouwbreed

Een aantal bouwondernemers en instituten uit Zweden, Finland, Groot-Brittannie en Nederland heeft besloten samen te werken in een Europees project dat als proef voor de gehele bouwbranche moet dienen. Het zijn Skanska AB en het Koninklijk Instituut voor Technologie uit Zweden, IVO Power Engineering en VTT (onderzoeksinstituut) uit Finland, Taylor Woodrow Construction (UK), en TU Delft + TNO Bouw en STABU uit Nederland.

Dr. Robert Los van TNO Bouw is een van de Nederlandse initiatiefnemers. “Als we de bouwwereld vergelijken met andere vakgebieden van grootschalige menselijke activiteiten, valt het gebrek aan uniformiteit en standaardisering meteen op. Vooral internationaal gezien is er een veelheid aan werkwijzen, afspraken, gewoonten, regels en (technische) uitwisseling. Dit werkt belemmerend voor een goede verdere ontwikkeling, want aan internationalisering valt niet meer te ontkomen.”

De wetenschap, vele takken van industrie en allerlei vormen van politieke supranationale organen (EU) vorderen gestaag naar meer eenheid. Welke voordelen zijn te behalen aan meer internationale samenwerking? De vraag is dezelfde als die decennia geleden op nationaal niveau gesteld werd. Inmiddels zijn vele bedrijven ervan overtuigd geraakt dat samenwerking goed is. Er zijn fusies geweest, bestekkenorganisaties gekomen, gezamenlijk opgezette instituten, nationale normen enz. Nu de Europese Gemeenschap steeds verder gestalte moet krijgen, heeft een aantal bouwbedrijven en instellingen besloten gebruik te maken van (ESPRIT) subsidieregelingen om op Europees niveau een 4-jarig prototyping-po aan te gaan voor samenwerking op zeer breed niveau.

Verbinden

Het consortium in het kader van het ‘Brite-EuRam’-po CONCUR streeft commerciele en technische doelen na, die overdraagbaar moeten zijn naar alle belanghebbenden in de bouwwereld. Het gaat niet om gezamenlijke activiteiten bij het verwerven of uitvoeren van concrete poen, maar om het verbinden van alle bedrijfsprocessen. Dat verbinden kan gaan via Internet of langs andere elektronische wegen, zoals EDIFACT.

Concur betekent in het Engelse gelijk-op-werken, meewerken. De uitvoering van CONCUR ligt vooral op het gebied van automatisering en informatietechnologie, kort gezegd ‘software’. De software (bestaand en nieuw te ontwikkelen) van de CONCUR-organisaties zal gebruikt worden voor een complete elektronische uitwisselingsweg tussen opdrachtgevers (klanten), ontwerpers (architecten enz.), uitvoerders, (calculatie) adviseurs, wetenschappelijke instituten en dergelijke. Men streeft daarbij naar het collectief hanteren van of voldoen aan standaards: ISO 10303 STEP, SGML, EDI, ISO 13584 Parts Library, IAI etc.). Aan STEP (STandard for the Exchange of Product model data) en IAI (International Alliance for Interoperability met de Industry Foundation Classes) wil men ook bijdragen leveren. Niet alleen het bouwproces vormt het thema van het consortium, ook onderwerpen als gebouw-, bouwplaats- en terreinbeheer (facility management) zullen deel uitmaken van de CONCUR-activiteiten. Ook (3D) visualisering zal deel uitmaken van de technologie die in het po aan de orde komt. En de uitkomsten zullen naar verwachting van Los ook bruikbaar ke zijn in andere bedrijfstakken, zoals de industrie.

Ambitieus

Voorlopig hebben sommige van die bedrijfstakken echter al een voorsprong en zal CONCUR eerst een achterstand in te halen hebben, maar de plannen zijn ambitieus. Het doel is eenvoudig: er beter van worden. De gehele bouw in brede zin kan van betere data-uitwisseling en onderlinge afstemming profiteren. Grote opdrachtgevers of klanten eisen dit ook steeds vaker. En ook overheden stellen bepalingen op waarvoor data beschikbaar gesteld moeten worden.

Zo is de helft van alle vuilstort afkomstig van de bouw en daar zullen strengere maatregelen niet uitblijven. Efficiency- en kwaliteitsverbetering zal bevorderend werken voor alle betrokkenen en dat kan de kracht van de bedrijven alleen maar ten goede komen. CONCUR zou dan ook uitgelegd ke worden als het verbeteren van de concurrentiekracht. Aan het eind van het eerste jaar willen de deelnemers een demonstratie geven van wat zij denken aan het eind van het po volledig bereikt te zullen hebben.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels