nieuws

Rechtsongelijkheid of niet?

bouwbreed

Inschrijven op een po, waarvoor men zelf heeft geadviseerd, zelf ook het bestek heeft geschreven en daarin hebt opgenomen dat eigen producten moeten verwerkt, is volgens de Raad van Arbitrage voor Bouwbedrijven in Nederland (zie voorpagina) in strijd met aanbestedingsregels en derhalve verboden.

Inschrijven voor het werktuigbouwkundig en elektrotechnisch deel voor het vrijetijdscentrum De Vliert NV in Den Bosch, waarvoor men zelf als adviseur is opgetreden, bovendien het bestek heeft geschreven en tevens leverancier is van diverse apparatuur, vermocht de rechtbank in Den Bosch en in mei van dit jaar het Gerechtshof in appel niet tot eenzelfde conclusie te brengen. Het werk mag doorgaan en de belangenorganisatie Uneto krijgt geen inzicht in de aanbestedingsstukken.

Behalve de hier genoemde identieke situaties bleken ook de betrokkenen in beide zaken dezelfde: Hevo Pomanagement optredend als gevolgmachtigde van de aanbesteder en Gibros Installatietechniek als adviseur etc. en als laagste inschrijver.

Genoeg voer voor juristen. Dat denkt ook de branche-organisatie Uneto, die overweegt van het appel Den Bosch in cassatie te gaan bij de Hoge Raad.

Waar recht halen

Niet alleen de vraag wat nu toch recht is, maar tevens de vraag waar men het halen moet, lijkt aan de orde te zijn.

Voor niet-juristen lijken de beide zaken zodanig identiek dat tot een eensluidende veroordeling gekomen had moeten worden. Er zijn wel enkele onderdelen die afwijkend zijn, maar niet is duidelijk in hoeverre die doorslaggevend zijn geweest voor de uitspraken.

Zo was in de casus Bergen op Zoom nog niet gegund, in Den Bosch al wel. In Bergen op Zoom was de UAR-EG van toepassing (en dus het conflict voor de Raad van Arbitrage mogelijk), in Den Bosch werd wel volgens de Europese richtlijn aanbesteed, maar was de UAR-EG niet van toepassing verklaard (waardoor de eisende partij naar de burgerlijke rechter moest).

Dat vermag overigens geen verschil uit te maken als het gaat om de vraag of een contract, dat is gebaseerd op een onjuiste toepassing van voorgeschreven regels (in beide gevallen de Europese richtlijn werken) nietig moet worden verklaard.

Het hof Den Bosch is die mening, zo blijkt uit de overwegingen, inderdaad (ook)toegedaan, maar vindt dat nietigheid van een overeenkomst alleen bij zwaarwegende omstandigheden moet worden opgelegd. Het hof heeft de door Uneto aangevoerde omstandigheden (zie boven) echter niet zwaar genoeg bevonden en niet aangegeven wanneer dat wel het geval zou zijn geweest.

Dan moet ook de vraag nog worden beantwoord waar men zijn recht kan halen. Uneto had om inzage in de aanbestedingsstukken gevraagd om zo aan te ke tonen wat er allemaal niet heeft geklopt volgens de regels.

Het hof verwees naar de Wet Openbaarheid van Bestuur, maar daaraan werd toegevoegd dat artikel 10 van die wet openbaarheid van stukken verbiedt als daar bedrijfsgegevens van een derde in staan vermeld. Welnu in het Bossche geval is dat het geval (Gibros was adviseur, bestekschrijver, leverancier en inschrijver) en dus is een beroep op de WOB bij voorbaat kansloos.

Nu bestaat er nog zoiets als een Europese Rechtsbeschermingsrichtlijn, die waarborgt dat men als particulier of instelling ten alle tijden zijn recht zal ke halen. Nederland heeft die richtlijn niet in de vaderlandse wetregels willen implementeren omdat die waarborg in ons land door eigen regels ten alle tijden verzekerd zou zijn.

Maar in het Bossche geval lijkt het de eisende partij onmogelijk om de geuite grieven bewezen te krijgen als inzage in daartoe belangrijke stukken wordt ontzegd.

Zoals gezegd: meer dan voldoende voer voor juristen. Als die toch bezig gaan, is het aan te bevelen dat ze, overigens los van deze zaak, zich eens buigen over de vraag of er toch niet kan worden gekomen tot meer eenvoudige en dus minder voor meerdere uitleg vatbare regels, waaraan men zich bij aanbestedingen dient te houden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels