nieuws

Onderzoek naar verlaging fysieke belasting Straatmakers doen proef met mechanisch opperen

bouwbreed

Binnenkort start in Delft een proef met het mechanisch opperen van straatbakstenen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het frame van de opkar (een elektrisch aangedreven ‘kruiwagen’), die enkele jaren geleden is ontwikkeld voor het opperen van metselbaksteen en nu is voorzien van een brede klem. Doel van het po is het verbeteren van de arbeidsomstandigheden van de straatmaker. Het zware handmatig opperen van stenen moet op den duur geheel verdwijnen.

In Nederland werken ruim 8000 straatmakers in 600 bedrijven. Ieder jaar komt ruim drie procent in de wao terecht. Het ziekteverzuim is hoog: 12,5 procent. Tweederde van de straatmakers is jonger dan 35 jaar. Vijftien procent van de straatmakers verlaat ieder jaar de bouw. Het kost straatmakersbedrijven de grootst mogelijke moeite om aan nieuw personeel te komen. De vraag of er iets mis is met de arbeidsomstandigheden van straatmakers/oppermannen lijkt hiermee wel voldoende beantwoord.

Nadat een vergelijkbaar po voor metselaars een succes bleek, is TNO Bouw dan ook in samenwerking met de baksteenfabrikanten en de overkoepelende organisatie van straatmakersbedrijven OBN anderhalf jaar geleden gestart met onderzoek naar mogelijke ergonomische verbeteringen. Dat onderzoek heeft tot nu toe geresulteerd in een aangepaste opkar die het handmatig laden en leegkieperen van de kruiwagen, het gooien van de stenen en het in gebukte houding weer opstapelen van de stenen vervangt.

Uit het onderzoek blijkt dat de stapeling van de stenen voor de straatmaker het best ‘twee hoog met de kop naar voren’ kan worden uitgevoerd.

Een niet onbelangrijke bijkomstigheid is echter dat de vijf fabrieken die straatbakstenen maken, ze nu leveren in pakketten die daar niet geschikt voor zijn. Wil de nieuwe methode van opperen ingang vinden, dan zullen de leveranciers hun productieproces moeten aanpassen of robots moeten inzetten om de stenenpakketten die uit de machine komen te herstapelen. In Delft start begin juni een proef met de nieuwe opkar en stenenpakketten die met de hand zijn omgestapeld.

Voorlopig heeft het onderzoek alleen betrekking op gebakken straatstenen, maar De Kroon is ervan overtuigd dat in een later stadium betonsteen op dezelfde wijze zal worden geopperd.

Drie werkmethoden

In beginsel worden bij het straten op het ogenblik drie verschillende werkmethoden gebruikt. Het machinaal vlijen, het handmatig vlijen en het handmatig straten. Belangrijkste onderscheid tussen de eerste twee en de te is volgens poleider ir. J.C.A. de Kroon van TNO Bouw dat alleen de laatste hoogwaardig vakwerk is en een hoge kwaliteit bestrating oplevert

Machinaal vlijen is volgens hem alleen geschikt voor grootschalig werk. Het is een relatief arbeidsvriendelijke methode, maar er is weinig vakmanschap vereist. Het enige wat de straatmaker rest zijn de rotklusjes, zoals het aanvullen van de hoekjes en kanten.

Het handmatig vlijen, het neerleggen van de stenen op een verdicht en vlak zandbed, is ook geen hoogwaardig vakwerk. Iedereen kan het in principe, maar het geeft een onaanvaardbaar hoge fysieke belasting. “Men staat zowat dubbelgevouwen te werken; het slechtste wat je je kunt voorstellen”, zegt De Kroon.

Blijft over het ‘echte’ straten, het aanbrengen van de stenen in een los zandbed. In het po wordt dit het hamerstraten genoemd. Daarbij zijn twee methoden van opperen te onderscheiden. Bij de eerste methode wordt gewerkt met een opperman per straatmaker. De opperman levert de stenen aan voor de straatmaker, netjes tweehoog gestapeld op het reeds gestrate werk. De straatmaker ‘schuift’ ze vervolgens in het zandbed en tikt de steen met de hamer precies op zijn plek. Juist dat inhameren levert een hoge kwaliteit van de bestrating op.

Voor de straatmaker brengt deze methode de laagste fysieke belasting met zich mee. Bovendien is het voor hem leuk en hoogwaardig werk. Voor de opperman is het echter onaanvaardbaar zwaar werk.

Bij de tweede manier van hamerstraten – de laatste jaren door de hogere productiviteit steeds vaker toegepast – worden de stenen met een shovel uitgespreid in het zandbed achter de straatmaker. Dat zorgt voor een hogere fysieke belasting van de straatmaker, doordat hij steeds links van zich de stenen moet pakken, ze vaak moet omkeren om ze vervolgens rechts van zich neer te leggen en in te hameren.

Hoewel de eerste methode voor de straatmaker veel gezonder is, hebben metingen van NIA TNO uitgewezen dat het op de knieen in het zandbed zitten bij hamerstraten zo zwaar is dat het maximaal vier uur per dag mag worden uitgevoerd.

Deze ergonomisch beste methode is uitgangspunt van het onderzoek. Doel is het opperen zo aantrekkelijk te maken dat de straatmaker het mechanisch opperen met de opkar gebruikt als afwisseling op het straatwerk. “Zo sla je twee vliegen in een klap”, zegt De Kroon.

Moeite

De bedoeling van OBN en de straatbaksteenfabrikanten is dat op den duur alle straatmakers op de nieuwe manier gaan werken. Voordat het echter zover is zullen volgens De Kroon nog wel enkele jaren verstrijken. Er is anderhalf jaar uitgetrokken voor praktijkproeven en optimalisaties. Daarna moet de nieuwe methode overal worden ingevoerd. Daarbij komt nog wel het een en ander kijken: de fabriek moeten dan anders gaan aanleveren, het transport en de opslag moet veranderen, het opperen moet worden gemechaniseerd, de organisatie van het werk wordt anders. “Maar het mooie beroep van straatmaker blijft!”, zegt De Kroon die ervan overtuigd is dat het lukt. Het moet ook lukken, want “straatmaker is een beroep dat dreigt te verdwijnen en overal asfalt is ook niet alles.”

Bert Bosker

De door GSP-Machinefabriek De Oude Rijn uit Pannerden ontwikkelde opkar is voorzien van een klem die telkens een rij stenen van 1,20 meter breed en twee stenen hoog van het pakket neemt.

De stenen worden aangeleverd voor de straatmaker, die ze vervolgens in het zandbed schuift. Zowel voor de straatmaker als voor de opperman is dit de werkmethode met de geringste fysieke belasting.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels