nieuws

Makelaars staan aan vooravond van transformatieproces Ideeen NVM vinden slechts mondjesmaat gehoor

bouwbreed

Met de regelmaat van de klok predikt Oscar Smit, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM), het woord van ‘de markt’ en pleit hij voor regiomanagement om de woningproblematiek regionaal aan te pakken. Zijn woorden lijken echter niet of nauwelijks gehoor te vinden. De VNG haalde onlangs hard uit naar de makelaars door het een gesloten groep te noemen, die alleen daarom al niet tot een structurele gesprekspartner van de gemeente behoort. “Waar ze het vandaan halen? Ik weet het niet”, verzucht Smit, “Wat wij zeggen wordt slechts mondjesmaat opgepikt.”

Een jaar staat mr. O.J. Smit nu als voorzitter aan het roer van de Nederlandse vereniging van Makelaars (NVM). In het dagelijks leven leidt hij als directeur de makelaarsdivisie van Meeus Onroerend Goed Holding bv in Breda. Vandaag opent Smit in Leeuwarden het NVM-congres 1997. Het jaarlijks evenement voor de ruim 2500 leden tellende vereniging. Twee dagen lang gaan de makelaars zich te buiten aan inspanning maar bovenal ook aan ontspanning. En die ontspanning komt er onder andere in de vorm van een gala-avond met optredens van een keur aan vaderlandse artiesten onder wie Lee Towers en een middagje zeilen op de Friese meren. De inspanning heeft plaats in de vorm van themabijeenkomsten waarbij uiteraard het vak van de makelaar centraal staat.

Transformatieproces

En dat is niet voor niets. Immers, de NVM en de makelaar in het bijzonder staat aan de vooravond van forse veranderingen. Deze veranderingen zijn vormgegeven in de Beleidsnota 1997-2000 die de leden vandaag krijgen voorgelegd. In het kort komen de beleidsvoornemens er volgens Smit op neer dat de toekomstige makelaar een specialist op een bepaald gebied in de branche moet gaan worden. Dat kan op terreinen als de woning- en kantorenmarkt, bedrijfs- en agrarisch onroerend goed. Om dat specialisme te creeren gaat de NVM de leden scholen. Deze studies zijn niet vrijblijvend en worden min of meer van de leden geeist. “Het gaat er hier vooral om dat de kennis van de makelaar wordt gecultiveerd. Iedere makelaar heeft naast zijn basis als algemene makelaar een bepaald specialisme.”

Toetsing

Verder worden de NVM-leden elke vier jaar getoetst. Daarbij wordt gekeken of de werkzaamheden van de makelaars nog wel aan de eisen van de NVM voldoen. “In dit kader willen we ook werken aan erkenningsregels”, benadrukt Smit. Daarnaast wordt nog een consumentenafdeling opgezet waar men met klachten over de makelaar terecht kan. Smit: “Is iemand nu ontevreden dan staat het hem of haar vrij om naar de tuchtcommissie te stappen. Dat is echter een grote stap. Wij willen met onze consumentenafdeling laagdrempelig zijn en bemiddelen tussen de makelaar en zijn client. Komen ook wij er niet uit dan kan alsnog de tuchtcommissie worden ingeschakeld.” Deze afdeling is volgens Smit ook het ideale signaleringssysteem om makelaars die regelmatig met hun clienten in aanvaring komen op te sporen. “Mocht er over iemand regelmatig dezelfde klacht binnenkomen, dan wordt het tijd om met die makelaar eens rond de tafel te gaan zitten”, zegt Smit.

Een verdere uitbouw van het woningaanbod van de NVM op Internet en een snellere uitwisseling van verkoopgegevens maken de beleidsvoornemens compleet. “Het zijn allemaal zaken die ervoor moeten zorgen dat het logo van de NVM absoluut niet ter discussie staat. De kwaliteitseisen van de consument worden hoger en daar moeten wij simpelweg aan voldoen.”

Specialist

De makelaar van deze tijd weet alles op het gebied van wonen en werken in zijn regio. Hij kent de markt door en door en weet ook exact hoe de vraag- en aanbod verhoudingen nu zijn en hoe die eigenlijk zouden moeten zijn.”De woningmarkt vraagt een micro-aanpak”, benadrukt de NVM-voorzitter dan ook. “De overheid stelt de macroregels op maar de fijn-tuning moet op microniveau dus regionaal en het liefst lokaal gebeuren. En dat is ook logisch, want de marktsituatie in het oosten van het land is een hele andere dan de woningmarkt in het westen. Per regio moeten plannen worden gemaakt. Hoe is de verdeling, hoeveel woningen moeten er komen en in welk prijssegment. Zo’n verhouding van zeventig procent markt dertig procent sociaal, die door de overheid is opgesteld, is bijvoorbeeld ook veel te star. Dat kun je als gemiddelde voor heel Nederland vinden, maar niet als eis voor alle regio’s stellen.”

Ander geluid

Smit pleit dan ook voor een regionale aanpak waarbij marktpartijen, gemeenten, corporaties en makelaars samen optrekken. Zijn woorden vinden in de praktijk echter (nog) niet of nauwelijks gehoor. “Nou”, zegt hij na een moment van stilte, “de ontwikkelaars pikken de laatste tijd toch veel van ons op.” Een ander geluid valt bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten te beluisteren. Onlangs op een symposium betitelde deze organisatie de NVM nog als “een dermate gesloten groep, waardoor makelaars niet altijd tot een structurele gesprekspartner van de gemeente behoren.”

“Waar halen ze het vandaan”, aldus Smit, om daar monter aan toe te voegen: “binnenkort hebben we een gesprek met de VNG. Dan zal ik dat wel horen…”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels