nieuws

Josep M. Jujol, even inventief als Gaudi

bouwbreed

De Catalaanse architect Josep Maria Jujol (1879-1949) heeft lange tijd in de schaduw gestaan van Gaudi. In deze Engelstalige monografie maken Saariste en Ligtelijn, beiden architectuurdocent aan de TU Delft, duidelijk dat hij echter een meester op zich is geweest. Hun monografie bestaat grotendeels uit een documentatie in beeld (zwart-wit) van meer dan dertig projecten.

De korte inleiding behandelt onder andere de verhouding tot de veel oudere Gaudi. In zijn werk voor Gaudi opereerde Jujol veelal zelfstandig, zodat eigenlijk bijvoorbeeld de beroemde slingerende bank met scherven in het Parc Guell en Casa Batllo op zijn naam zouden moeten staan. Na de dood van Gaudi was Jujol de laatste architect die vorm gaf aan het expressieve Catalaanse ‘modernismo’. Al gaf hij de erker van Casa Negre de vorm van een koets en bedekte hij het dak van de toren van Casa Bofarull met kopjes, schoteltjes, en delen van een karaf, volgens de auteur was hij geen surrealist. Jujol legde bewust nadruk op de onderdelen, meer dan op het geheel, om smaak en stijl te onderzoeken. Hoe belangrijk vorm voor hem ook was, zij werd nooit los gezien van de constructie. Schematische tekeningen in het boek getuigen daarvan, zoals van het a-symmetrische, taps toelopende schuifraam in eerder genoemde koets.

R. Saariste, V. Ligtelijn: Josep M. Jujol. Uitg. 010; f. 39,50. ISBN 90-6450-248 X.

Oase vol harde materie

Het is eigenlijk een tijdschrift, Oase, maar gezien formaat en frequentie (vier keer per jaar) neemt het steeds meer de vorm aan van een serie boekjes. Het is in de loop van de jaren losgegroeid van de faculteit Bouwkunde van de TU Delft, waar Oase ooit gestart is als uitlaatklep voor alle mogelijke theorieen en ideeen.

Het thema van het eerste nummer van dit jaar is “Essentiele architectuur”. Met die essentie wordt gedoeld op de harde materie waarvan bouwwerken gewoonlijk zijn gemaakt. Het thema sluit aan bij de groeiende aandacht voor deze taktiele (voelbare) kant van architectuur en de textuur (zeg maar het weefsel) van de bouwstenen. Het thema wordt belicht aan de hand van werk van architecten die aan de vergetelheid worden ontrukt: Rudolf Schwarz, een Duitser die voor en na de oorlog enkele zeer sobere, imposante kerken bouwde, en Sigurd Lewerentz die tegelijkertijd zijn eigenzinnige sporen in Zweden achterliet. Het beeld wordt geactualiseerd met werk van het hedendaagse Londense duo Caruso St John en David Chipperfield.

Uitg. SUN. ISSN 0169-6238. Inl. en abonnementen tel.: 024-3221700.

Klaagzang over Amsterdam

Kennelijk was het ontwerp dat Ben van Berkel maakte voor De Kolk in Amsterdam de druppel die de emmer deed overlopen. Enkele ‘bezorgde burgers’ stellen in het pamflet “Amsterdam verdient beter” aan de orde hoe slordig Amsterdam omspringt met de binnenstad. Met name de rol van het (inmiddels gewijzigde) welstandstoezicht wordt gehekeld.

Echt overtuigend is het pleidooi van monumentenliefhebber Geurt Brinkgreve, architect Wiek Roling en NRC-redacteur Max van Rooy niet. Dat komt omdat ze niet een samenhangend betoog opbouwen hoe het wel zou moeten, maar elk slechts hun eigen ergernissen opsommen. De misstanden zijn geillustreerd met deels historische foto’s, deels nieuw materiaal van fotograaf Maarten Brinkgreve.

Wat ook afbreuk doet aan de overtuigingskracht is dat vele oude koeien uit de sloot worden gehaald; wie nu nog met het ‘peper en zoutstel’ tegenover het Rijksmuseum aan komt zetten om te betogen hoe erg het is, loopt vele rondes achter. Uitgebreid wordt wel beschreven hoe de jongste inbreuk op het historisch stadsbeeld – Van Berkels De Kolk – tot stand kon komen ondanks vele protesten. Daar schemert iets door van het achterliggende krachtenveld, dat natuurlijk een veel beter aangrijpingspunt voor een kritische analyse zou zijn, dan de oppervlakkige geveltjesvergelijking die het nu is geworden. Het pamflet is ook veel te chique uitgevoerd en met teveel subsidiegevers om te ke overtuigen als vlammend protest. Amsterdam verdient beter.

G. Brinkgreve e.a.: “Amsterdam verdient beter”. Uitg. Thoth; f. 39,50. ISBN 90 6868 159 1.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels