nieuws

Hypotheek is noodzakelijk voor bevordering bouw

bouwbreed

Het lijkt een paradox: er is een groot tekort aan woningen in St. Petersburg maar er wordt niet gebouwd. De oorzaak daarvan ligt in het onvermogen van de meeste woningzoekenden om de koopprijs in een keer te voldoen. Een eis die door het ontbreken van mogelijkheden voor gespreide betaling nog steeds wordt gesteld. Wil in de woningbouw de gevraagde vaart komen, dan moet er eerst een systeem voor langlopende kredieten komen. Daarmee is het echter niet gedaan. Draagkrachtige investeerders moeten de woningbouw voorfinancieren en de investeringen in de productiesector vergroten.

De Russische woningbouw liep in de afgelopen tien jaar met een drievoud terug. De werkwijze van de aannemerij maakte door toedoen van opdrachtgevers een meer dan drastische verandering door. Bedrijven die aan de slag willen blijven zullen op wat voor manier dan ook kwalitatief hoogwaardiger woningen moeten opleveren. Te denken valt aan een betere warmte-isolatie en aan het gebruik van milieusparende materialen. Wanneer op termijn de wettelijke regelingen voor een hypotheekstelsel in werking treden ke meer mensen een woning verwerven en op die manier meer werk bij de aannemer in portefeuille brengen. De problemen aan de productiezijde zijn met buitenlandse fondsen en expertise op te lossen. St. Petersburg geniet hier het voordeel dat het in de enige Russische regio ligt die direct aan het westen oftewel Finland grenst. Dat maakt de stad aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders.

Vooralsnog valt het aantal buitenlandse investeringen echter tegen. In 1996 ging het om zo’n f. 266 miljoen wat overeenkomt met ongeveer 8 procent van het totale investeringsaanbod. De jaarlijkse behoefte aan buitenlandse gelden beloopt evenwel f. 1,3 tot f. 1,5 miljard.

Investeringen

In februari van dit jaar stelde het stadsbestuur 300 prestigepoen vast met een gezamenlijke jaarlijkse waarde van ruim f. 570 miljoen. Buitenlandse middelen gaan vooral op aan hotels, kantoren, (detail)handelsgebouwen en aan restaurants. Buitenlandse investeringen in de woningsector blijven vooralsnog een uitzondering. Over de rol van de plaatselijke overheid in deze valt hetzelfde te zeggen. In 1996 besteedde de gemeente niet meer dan 2 procent van de begroting aan de woningbouw. Cooperaties droegen voor 12 procent bij. In dit geval ging het om de afbouw van reeds in ruwbouw bestaande en om in aanbouw genomen woningen. De afspraken daarover werden nog in de Sovjettijd gemaakt. Stellen we vervolgens vast dat slechts 6 procent van het totaal voor rekening van individuele opdrachtgevers komt dan dragen zakelijke particuliere investeerders zorg voor 80 procent van de totale woningbouw.

Productie

Eind 1996 telde St. Petersburg 2695 gezamenlijke bedrijven en buitenlandse ondernemingen; 30 procent meer dan in 1995. Finland, de VS, Duitsland, Groot-Brittannie en Zweden organiseerden het grootste deel van de gezamenlijke ondernemingen. De kapitaalsom van dergelijke bedrijven bedraagt zo’n f. 220 miljoen waarbij de buitenlandse partij 81 procent van de aandelen in handen houdt. Bij elkaar bieden deze organisaties een baan aan ruim 55.000 mensen, waarvan 95 procent Russen. Ongeveer 20 procent van hen werkt in industriele bedrijven voor de productie van bouwbenodigdheden. Het vooral sanitair en elektrotechnische materialen die aan buitenlandse bedrijven de beste kansen bieden. De fabricage in gezamenlijk verband vergroot de kwaliteit van Russische producten die vervolgens beter ke concurreren met het westerse aanbod.

De markt voor ruwbouwmateriaal biedt westerse bedrijven welbeschouwd geen enkele kans; hier treden uitsluitend Russische fabrikanten op. De markt voor afbouwmateriaal biedt daarentegen meer dan voldoende kansen.

Rol consument

Hier wint de rol van de consument fors aan belang. Steeds meer mensen halen hun woning tot op het casco leeg om dat met nieuwe materialen aan te kleden. Nogal wat mensen die een nieuwbouwwoning kopen willen dat de aannemer die als casco oplevert. De aanzienlijke groei die de markt voor afbouwmateriaal in de afgelopen jaren boekte komt vooral voor rekening van verlaagde plafonds, kunststof panelen, vloerbedekking, behang en tegels. In het laatste geval komt 35 procent van het aanbod uit Spanje, 70 procent van de panelen komt uit Duitsland en 65 procent van de verlaagde plafonds uit Finland. Kijken we naar het totale aanbod dan komt 60 procent uit Scandinavie en slechts 10 procent uit Rusland. De kwaliteit van de producten bepaalt slechts een deel van het verkoopsucces. De mate waarin er reclame voor wordt gemaakt speelt een minstens even belangrijke rol. In dat opzicht lopen Nederlandse aanbieders wat achter.

*) Prof. L. Kaplan is directeur van de ‘Associatie van Aannemers in St. Petersburg’, een vereniging waarbij zo’n 300 bedrijven zijn aangesloten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels