nieuws

Alleen ‘goede’ breker moet vergunning krijgen

bouwbreed

Toetsing van nieuwe vergunningsaanvragen voor puinbreek- en sorteerinstallaties moet gebeuren op basis van spreiding en capaciteit. Bij de beoordeling moet worden gekeken naar de kwaliteit van het proces van de afvalverwerking en naar de mate van handhaving door de provincie.

Dat schrijft de Belangenvereniging Recycling Bouw- en Sloopafval (BRBS) aan Gedeputeerde Staten van Limburg. Aanleiding vormen de ontwerpwijzigingen van het Milieubeleidsplan 1995-1998 en de derde tranche Provinciale Milieuverordening.

De leden van de BRBS in Limburg maken zich zorgen over het voornemen de doelmatigheid zodanig te toetsen dat iedereen die met afvalstoffen omgaat een vergunning kan krijgen. Sinds enkele jaren beoordeelt de provincie nieuwe vergunningsaanvragen voor hergebruik van afval op doelmatigheid van de verwerking. Doelmatigheid is volgens de BRBS in de eerste plaats toetsing op spreiding en capaciteit. Anders gezegd: de provincie dient het aanbod van afval in een bepaalde regio te inventariseren. Loslaten van de doelmatigheidstoetsing staat welbeschouwd haaks op hoogwaardig hergebruik. Daarbij deden sorteerders en brekers aan de hand van de Provinciale Afvalstoffen Plannen niet onaanzienlijke investeringen in deze hoogwaardigheid. In het verlengde daarvan liggen diverse certificeringen. De hoogwaardigheid die mede daardoor tot stand komt blijft behouden wanneer de provincie bij de beoordeling van nieuwe vergunningsaanvragen naar de kwaliteit kijkt. Te denken valt aan de professionaliteit van de verwerkers, de aanwezigheid van een overdekte sorteerhal en de betoonde zorg voor kwaliteit, arbo en milieu.

Bedrijfsafval

De BRBS maakt ook enkele kanttekeningen bij het opstellen van provinciale regels voor bedrijfsafvalstoffen. Het gaat dan vooral om de rol die AVL Sturing speelt als acceptant van alle afvalstoffen in Limburg. Daar komt bij dat provinciale sturingsorganisaties geen rol meer spelen zodra een landelijk mechanisme voor afvalsturing de provinciegrenzen opheft. De voorbereiding voor een dergelijke organisatie is inmiddels begonnen. Limburg zou er volgens de BRBS goed aan doen daar nu al op in te spelen. Bedrijven moeten zelfstandig hun te storten en te verbranden afval ke laten verwerken. Het blijft onduidelijk waar het afval bij de sturingsorganisatie naar toe gaat. Limburgse sorteerders willen niet dat herbruikbaar, brandbaar afval in een installatie terecht komt in de Randstad. De provincie doet er verder goed aan om ‘nuttige toepassing’ als verwerkingsoptie op te nemen. Het begrip ‘doelmatige verwijdering voor afvalstoffen moet volgens de BRBS ook gelden voor hergebruik/bewerking van afvalstoffen in Limburg. De omschrijving van het begrip moet aansluiten op de doelmatigheidstoetsing op basis van spreiding en capaciteit.

Aannemersregeling

De aannemersregeling voor kleinschalige werken wint aan effect wanneer deze uitgaat van een bovengrens van 100 m3. De provincie hanteert een bovengrens van 10 m3. Dit betekent dat voor poen waar minder materiaal vrijkomt geen afvalnummer hoeft te worden aangevraagd. Bij de meeste werken komt echter meer bouw- en sloopafval vrij. Daarbij is het van tevoren moeilijk te voorspellen om hoeveel materiaal het uiteindelijk gaat. Loslaten van het exportverbod voor afvalstoffen naar andere provincies voorkomt het ontstaan van vertragingsschade en administratieve rompslomp voor provincie en bedrijven. Provincie en gemeenten dienen tevens gelijke voorwaarden op te nemen in de milieuvergunning voor mobiel- en stationair breken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels