nieuws

‘Afval in cementovens leidt tot oneerlijke concurrentie’

bouwbreed

De Afvalverwerking Rijnmond (AVR) te Rotterdam luidt de noodklok. Er verdwijnt steeds meer gevaarlijk chemisch afval naar het buitenland, waar het gebruikt wordt als brandstof in cementovens. “Dit leidt tot oneerlijke concurrentie en bovendien is het slecht voor het milieu”, aldus L. Chevalier, woordvoerder van de AVR. Volgens de AVR moeten er dringend maatregelen worden genomen, op Europees niveau.

“Wij vinden dat aan alle ovens waarin afval wordt verwerkt dezelfde strenge eisen gesteld zouden moeten worden. We merken dat er heel veel gevaarlijke stoffen naar het buitenland gaan. Ze worden daar verwerkt als aanvullende brandstof in cementovens. Wij hebben geinvesteerd op basis van de strenge Nederlandse regelgeving. De cementindustrie doet dat niet en heeft daardoor een goedkope brandstof aan de gevaarlijke afvalstoffen. Het is onze dringende wens dat alle ovens in Europa waarin afvalstoffen worden verbrand aan dezelfde regels gaan voldoen”, aldus Chevalier.

Het argument dat de cementindustrie een nuttig product maakt met behulp van de afvalstoffen, gaat volgens hem niet op. “De AVR voorziet 600.000 mensen van elektriciteit. Wij gebruiken de afvalstoffen dus nuttiger dan de cementindustrie. Voor hen is het alleen maar een goedkope brandstof, omdat zij niet hoeven te investeren om aan de regels voor afvalverbranding te voldoen. Er is dus wel degelijk sprake van oneerlijke concurrentie.”

Autobanden

De Eerste Nederlandse Cement Industrie (ENCI) te Maastricht vormt een uitzondering. Daar is men pas laat met alternatieve brandstoffen begonnen en er worden uitsluitend oude autobanden gebruikt. “Wij hebben alleen vergunning voor autobanden. Daarnaast doen we proeven met het gebruik van slib als brandstof. Daarover is een Milieu Effect Rapportage (mer) in voorbereiding”, aldus M.A.H. Poesen, chef Public Relations en Voorlichting bij de ENCI.

De autobanden zouden toch niet naar de AVR zijn gegaan, dus de Nederlandse cementindustrie is geen concurrent voor het afvalverbrandingsbedrijf, is de redenering. Anders ligt het bij de cementproducenten in het buitenland. Er worden gevaarlijke afvalstoffen uit Nederland getransporteerd naar cementovens in Belgie en Frankrijk. De afvalstoffen gaan onder andere naar de fabriek van CBR te Lixhe, vlak over de grens bij Maastricht. De verontreiniging van het milieu stopt echter niet bij de grens en bereikt ook het gebied waar de ENCI is gevestigd.

Transport

Op de vraag, of er voor de fabriek te Lixhe geen strengere regels zouden moeten gelden, geeft Poesen geen antwoord. “We hebben pas commentaar op het moment dat wij zelf chemisch afval zouden gaan verwerken, en dat zijn we niet van plan.” Volgens Poesen zijn autobanden geen gevaarlijk afval en is er geen sprake van oneerlijke concurrentie tussen ENCI en andere cementfabrieken in Europa, die wel over de goedkope alternatieve brandstoffen ke beschikken. De regelgeving voor cementovens is in Nederland strenger dan in de andere landen van Europa.

Niet alleen het verwerken, maar ook het transporteren van de gevaarlijk afvalstoffen is een probleem, vindt R. Oomen-Ruyten, lid van de Commissie Milieuzaken van het Europees Parlement. “Het probleem is, hoe definieer je afval”, aldus Oomen. “De OESO- en Europese regels verbieden de export van gevaarlijk afval. Maar je kunt ook zeggen dat het een product is dat nog is te verwerken, zoals in de cementovens. In dat geval gelden de principes van de vrije markt.”

Europese richtlijn

Volgens Oomen maakt de AVR zich terecht zorgen over het transport van de afvalstoffen. “Ik zie gevaren en ik zie niet de mogelijkheid om ze tegen te houden. De Afvalverbranding Rijnmond is opgericht om tenminste een eindbestemming te hebben voor gevaarlijke afvalstoffen. Maar nu wordt er gesteld, dat het gaat om stoffen die nog nuttig worden verwerkt. Je zou echter gelijke eisen moeten stellen aan de emissie van alle ovens. Op dit moment zijn de eisen in Nederland strenger dan in de rest van Europa. Er is echter een Europese richtlijn op komst.”

De Europese Cement Associatie (Cembureau) te Brussel onthoudt zich van commentaar. “Ik kan niets zeggen over het transport van afvalstoffen”, aldus L. Hjorth, technisch directeur. “We hebben wel recent een rapport uitgegeven over het gebruik van afvalstoffen als alternatieve brandstof in cementovens. Het blijkt de concurrentiekracht van de cementindustrie te versterken en levert bovendien een bijdrage aan het verminderen van de belasting van het milieu. Ik denk niet dat er sprake is van oneerlijke concurrentie.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels