nieuws

‘Wonen. Ideaal centraal’.

bouwbreed

Met die pakkende slogan op metersgrote billboards langs de A-7 (Heerenveen-Groningen) prijst plattelandsgemeente Marum zich aan als kwaliteits-woonstek voor naar ruimte en rust hunkerende woningzoekenden.

Ook andere gemeenten in de regio centraal-Groningen profileren zich driftig op de woningmarkt. En met succes. De provincie Groningen ziet met lede ogen toe hoe de gestage groei van die gemeenten met wijd opgezette woonwijken ten koste gaat van de ontwikkeling van de stad Groningen.

En dus ziet de provincie zich genoodzaakt in te grijpen. Het beleid is aangepast en dwingt de plattelandsgemeenten tot het neerwaarts bijstellen van de woningbouw. En dat heeft verantwoordelijk gedeputeerde G. Beukema geweten. Het regent protesten. Ook en vooral uit Marum.

Marum begrijpt niets meer van woningbouwbeleid

Nee, boos is hij niet op de gedeputeerde. “Maar ik ben wel erg teleurgesteld in hem”, aldus loco-burgemeester H.R. Tiekstra van de gemeente Marum gedecideerd. “Want juist op nadrukkelijk verzoek van de provincie hebben wij de afgelopen vier jaren kwaliteitslocaties voor woningbouw ontwikkeld, teneinde de leegloop van woningzoekenden naar Drenthe tot staan te brengen. Dat beleid loopt. En nu wordt opeens de woningbouw in onze regio aan banden gelegd. Ik snap daar echt helemaal niks van”, zegt hij.

T

iekstra, die kan bogen op een lange bestuurlijke ervaring (hij is al twintig jaar wethouder), is politicus genoeg om het dilemma waarmee de provincie worstelt te her-en onderkennen.

De stad Groningen moet in het kader van (met name) het vinex-beleid tot en met het jaar 2002 totaal 4500 woningen bouwen. Maar die taakstelling kan alleen worden waargemaakt, wanneer rondom de stad pas op de plaats wordt gemaakt met de sterk concurrerende woningbouw.

“Ik heb best begrip voor de positie van de stad Groningen. Die woningen zijn hard nodig om de voorzieningen, waarvan ook wij gebruik maken, in stand te houden. Afkalving van de stad, daar heeft niemand baat bij”, stelt hij vast.

Om te voorkomen dat concurrentie uit de regio Centraal-Groningen de ontwikkeling van bouwlocaties in de stad Groningen zou frustreren, werden er afspraken gemaakt over de woningbouw. Die hielden in dat de stad Groningen jaarlijks 750 woningen zou realiseren en de rest van de regio de productie zou beperken tot 350 woningen per jaar.

Verder beperken

Voor de gemeente Marum had die overeenkomst tot gevolg dat jaarlijks 50 woningen zouden ke worden toegevoegd aan de voorraad. “Op zich een flinke beperking, omdat al onze toekomstplannen gebaseerd zijn op de bouw van minimaal 60 woningen”, verklaart Tiekstra.

Met die 50 woningen kon Marum echter toch nog wel leven. Totdat begin dit jaar de provincie besloot de woningbouw voor de RCG-plattelandsgemeenten nog veel sterker te beperken.

Voor Marum betekent die nieuwe verdeling van de woningcontingenten een terugval naar hooguit 20 woningen per jaar. Vanaf dat moment heeft gedeputeerde Beukema het verbruid:

“Want wat is het geval? Hij heeft met de gemeenten in de corridor Groningen-Assen afgesproken om daar de komende dertig jaar totaal 55.000 woningen weg te zetten. Wij wisten dat niet toen wij met de stad Groningen afspraken maakten. Die waren er dan nooit gekomen ook. Het is aan de burger namelijk niet te verkopen dat ze niet in Marum, Leek of Ten Boer mogen gaan wonen, omdat er langs de as Groningen-Assen opeens substantiele hoeveelheden woningen gebouwd moet worden. De plannen daarvoor moeten nog worden uitgewerkt, terwijl wij nota bene op verzoek van de provincie – laten we dat toch vooral niet vergeten – volop plannen hebben ontwikkeld voor zogeheten kwaliteitslocaties. Omdat Beukema daarmee inwoners van de stad Groningen, die een kaveltje in Noord-Drenthe wilden kopen, aan de eigen provincie hoopte te ke blijven binden.”

Om zeep geholpen

Het door Beukema zelf geintroduceerde fenomeen van kwaliteitslocaties is volgens de Marumse wethouder ‘om zeep geholpen’. Die beleidsgedachte is in feite door haar eigen succes achterhaald: “De woningen die wij bouwden vlogen weg. Terugval naar 20 betekent veel hogere kosten voor planontwikkeling, duurdere woningen, niet op peil ke houden van voorzieningen, stagnatie in broodnodige infrastructuur (zoals de nieuw aan te leggen ontsluitingsweg naar de A-7) etcetera.”

Tiekstra hoopt dat provinciale staten de gedeputeerde tot de orde roepen. Maar echt veel vertrouwen heeft hij daar niet in. Hij richt de blik daarom alvast maar op 1998. “Dan vinden er weer verkiezingen plaats. En de burgers zullen dan vast en zeker voor een omslag zorgen”, voorspelt hij.

Niet te dwingen

Overigens meent Tiekstra dat er “nog zoveel gestuurd kan worden op gebied van de woningbouw maar dat mensen zich niet laten dwingen ergens te gaan wonen. Dit gebied (Marum en omgeving) is nu eenmaal erg in trek om te wonen”.

Hij ontkent dat de door de provincie gestimuleerde ongebreidelde woningbouw ten koste zou gaan van de stad Groningen. “Wij moesten bouwen om koopkrachtige mensen te behouden voor de provincie. Opvallend genoeg echter hebben wij al die jaren weinig ‘Stadjers’ gekregen. Van de nieuwbouw ging 40% naar eigen woningzoekenden als gevolg van gezinsverdunning. Van de overige 60% is de helft betrokken door mensen uit onze eigen streek (Westerkwartier). De rest is vooral weggegaan naar Friezen.”

Dat de stad Groningen het moeilijk heeft om koopkrachtige inwoners aan te trekken c.q. vast te houden is volgens Tiekstra verklaarbaar:

“Wij geven vrije grondkavels uit. Mensen bepalen zelf hoe ze die bebouwen. In de stad ben je afhankelijk van poontwikkelaars, die pas gaan bouwen als alle woningen in het po verkocht zijn. In Marum kost de grond f. 98 per vierkante meter, in de stad f. 150. In de stad betaal je al gauw f. 700 huur. Dat is net zoveel als de rente over een hypotheek van drie ton. Op zich is dat voor de meeste mensen financieel te behappen. En voor dat geld koop je in Marum een groot huis, onder eigen architectuur en met een flinke lap grond. Dan is de keus gauw gemaakt, zou ik denken.”

TEKST: Peter Stuvel

FOTO’S: Anko C. Wieringa

Overzicht aantal inwoners en aantal woningen

Peildatum Aantal inwonersAantal woningen

1 januari 1989 8566 3020

1 januari 1990 8861 3049

1 januari 1991 8930 3176

1 januari 1992 8981 3217

1 januari 1993 9069 3289

1 januari 1994 9229 3366

1 januari 1995 9375 3477

1 januari 1996 9547 3564

Marum (bestaande uit acht dorpen) is een snelgroeiende gemeente in het landschappelijk fraaie Westerkwartier, zo blijkt uit dit staatje. Vooral dankzij de voortvarende woningbouw.

In 1996 waren al de woningen gebouwd, die volgens de planning in 2000 gebouwd moesten worden. De provincie stond dat toe vanwege het eigen pleidooi voor kwaliteitslocaties.

De gemeente wil tot het jaar 2002 nog 300 woningen bouwen in woongebied ‘De Holten’. De benodigde grond is al aangekocht en het bestemmingsplan is klaar.

Op verzoek van de provincie ontwikkelde ook Marum wijd opgezette kwaliteitslocaties voor woningbouw. De woningen vlogen als warme broodjes over de toonbank. Rust en ruimte, alsmede bouwen onder (eigen) architectuur blijken een grote aantrekkingskracht uit te oefenen op woningzoekenden.

Twee-onder-een-kap woningen worden ook in de sociale koopsector op flinke schaal gebouwd. In stedelijke centra is zoiets welhaast ondenkbaar. Maar in Marum is het ‘de gewoonste zaak van de wereld’, aldus Tiekstra.

Loco-burgemeester Tiekstra: ‘Provinciaal beleid niet te begrijpen’.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels