nieuws

Volkswagen Transporter: ruwe schets wordt successtory

bouwbreed

De Volkswagen Transporter vierde op 23 april zijn gouden jubileum. Het was precies vijftig jaar geleden dat Ben Pon in zijn notitieboekje een ruwe schets maakte van een op de weg te gebruiken transportwagen met veel laadruimte. Dit idee leidde uiteindelijk tot een wereldsucces. Op dit moment zijn er maar liefst acht miljoen Transporters van de productieband gelopen.

De kalender staat op 23 april 1947. Tijdens een bezoek aan de Volkswagenfabriek, waar de mogelijkheden worden besproken om Volkswagen te importeren, haalt Ben Pon zijn notitieboekje te voorschijn. Met potlood maakt hij een ruwe schets van een rechthoekige transportwagen. Deze transportwagen, met voorin een cabine, heeft als uitgangspunt het bekende Kever-chassis en heeft de motor achterin. Het idee is gebaseerd op de zogenaamde ‘Plattenwagen’, een primitief aandoend voertuig voor intern gebruik op het fabrieksterrein. Vooralsnog zet Volkswagen het idee van Pon in de ijskast.

Prototype

In 1948 besluit de directeur van Volkswagen in Wolfsburg, Heinrich Nordhoff, het idee toch verder te ontwikkelen. De auto krijgt de werktitel Typ 29. Na testritten met een eerste prototype in 1949 wordt besloten af te wijken van het eerste idee om het Kever-onderstel als basis te gebruiken. Er wordt een volledig nieuw chassis en een revolutionaire, zogenaamde zelfdragende carrosserie ontworpen en de rechthoekige vormen maken plaats voor een fraaie, rondgevormde cabine, hetgeen ten goede komt aan de luchtweerstand.

Als de Typ 29 vrijwel gereed is voor serieproductie, verklaart technisch directeur Alfred Haesner dat de auto een ‘universele bedrijfswagen’ is, die alle denkbare goederen kan vervoeren.

Het enige dat nog ontbreekt is een officiele naam. Uiteindelijk wordt gekozen voor de naamstelling Typ 2. De latere generaties krijgen tot 1990 de namen T1, T2, T3 en T4, maar doorgaans worden ze gewoon Transporter genoemd. Deze naam is sinds 1990 officieel geregistreerd.

Serieproductie

De serieproductie van de eerste Transporter begint op 8 maart 1950. Twee jaar daarna zijn er ook al varianten produceerbaar zoals een versie met een open laadbak en een personenbusje. In 1951 doet de Samba zijn intrede, een super-de-luxe bus die plaats biedt aan zeven personen. De Transporter blijkt een succes. In 1955 worden er zelfs 50.000 geexporteerd over de hele wereld. Dit betekent dat de productiecapaciteit moet worden uitgebreid. In Hannover wordt een nieuwe fabriek gebouwd, speciaal voor de productie van de Transporter.

Eind jaren ’50 zijn ook een Transporter met dubbele cabine en open laadbak en een koelwagen in het leveringsprogramma opgenomen.

Na 17 productiejaren en 1,8 miljoen Transporters type T1 wordt in 1967 de opvolger geintroduceerd: de Transporter T2. Het is een compleet andere auto. De karakteristieke voorruit met het verticale stijltje is vervangen door een ronde ruit uit een stuk. Qua techniek heeft de auto een verbeterde wegligging en versterkte achteras gekregen. De belangrijkste veranderingen hebben te maken met veiligheid. Zo zijn de portieren verstevigd en heeft het chassis aan de voorzijde gevorkte stalen balken. Tevens is de T2 uitgerust met een stuurkolom die bij een botsing naar voren klapt zodat de bestuurder hier niet tegen aan kan komen.

De derde generatie

In 1979 gaat de derde generatie, de T3, in productie. Dit model heeft nog steeds luchtkoeling en de boxermotor is achterin gebouwd. In 1981 stapt men af van dit principe. Dan wordt een watergekoelde dieselmotor geintroduceerd die schuin achterin wordt ingebouwd. In 1982, na dertig jaar, worden de luchtgekoelde motoren vervangen door watergekoelde motoren.

Rond 1983 beschikt Volkswagen over een van de modernste fabrieken ter wereld. Het is nu mogelijk om allerhande Transporter-varianten in kleinere series te bouwen. Zo ontwikkelt Volkswagen de zeer luxe Caravelle Carat.

Bij een aantal botsproeven halverwege de jaren ’80 blijkt, dat de Transporter de veiligste bedrijfswagen is. Dit komt mede door de in lengte uitgebouwde voorkant waarin twee gevorkte stalen balken zijn gemonteerd. Deze constructie wordt door Volkswagen al sinds 1972 gebruikt.

In 1985 kan de Transporter Syncro aan de pers worden voorgesteld. Syncro is de permanente vierwielaandrijving van Volkswagen en varieert de overbrenging op de voor- en achterwielen, al naar gelang de verkeerssituatie.

Rond 1985 wordt de Transporter geexporteerd naar zo’n 180 landen. Met circa 264.000 Transporters tot begin 1986 staat Nederland op de derde plaats van landen waarnaar wordt geexporteerd.

Grote verandering

In 1990 wordt de T4 gepresenteerd. Het betreft wederom een volledig nieuwe auto. De motor is voorin geplaatst en de auto heeft nu voorwielaandrijving. Door de inbouw van de motor voorin is de neus uitgebouwd. De beenruimte in de cabine is zeer groot. De bredere wielbasis vergroot de toch al fors bemeten laadruimte. Ook bij dit nieuwe model is veel aandacht besteed aan de veiligheid van de inzittenden. Milieuaspecten hebben eveneens een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling, zoals hergebruik van metalen delen en recycling van kunststof onderdelen.

Begin 1996 zijn de Transporter en Caravelle grondig herzien. Een van de opvallendste punten is het uiterlijk verschil tussen de zakelijk gebruikte modellen zoals de bestelwagen met ruiten, gesloten bestel, chassis cabine, pick-up of dubbele cabine, en de overwegend voor personenvervoer gebruikte Volkswagen Caravelle, Multivan en California. Laatstgenoemde modellen hebben een verlengde voorzijde met een nieuwe uitstraling.

Successtory

Wat begon met een schets van Ben Pon is uitgegroeid tot een successtory. Volkswagen is al die tijd trouw gebleven aan de uitgangspunten: kwaliteit, duurzaamheid en betrouwbaarheid. Zo ontstond de meest veelzijdige bedrijfswagen ter wereld, die nu al bijna 50 jaar dienst doet in de meest uiteenlopende sectoren. Hierin neemt de bouw een zeer belangrijke plaats in.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels