nieuws

Politiepost in Renkum Een liefdesverklaring aan de architectuur

bouwbreed

Architectuur is voornamelijk de ervaring ervan. Architectuur is wat je voelt, wat je ziet, wat je hoort. Natuurlijk kent deze medaille ook een andere kant, dat is de reflectie over architectuur. Je kunt discussieren over de interpretatie van een programma, over historische parallellen met andere gebouwen, over de stedenbouwkundige situatie, over geld. Architectuur is ook wat je erover denkt. Maar nadat alles is gezegd en overwogen, moet uiteindelijk het gebouwde resultaat op eigen kracht de tijd door.

Veel architectuur-met-een-hoofdletter is belangwekkend omdat het betreffende gebouw een manifest is, een bijzonder moment in de geschiedenis, omdat er een verhaal achter zit. Via de omweg van achtergrondkennis dwingen deze gebouwen waardering af bij kenners, maar blijven door leken onopgemerkt. Er zijn niet veel gebouwen die zo dicht op de huid zitten dat ze kenners zowel als leken onmiddellijk aanspreken. Zo’n uitzonderlijk gebouw is de politiepost die architect Madeleine Steigenga van het Amsterdamse bureau Steigenga Smit architekten heeft neergezet in Renkum.

Een politiepost is een bescheiden type gebouw, waarvan er verspreid in het land enkele staan. Vandaaruit rukken de stoere surveillanten van ’s lands rijkswegen uit. Het is dus geen bureau met veel aanloop van publiek. Het is een uitvalsbasis in een uithoek die grote delen van dag en nacht slechts schaars is bemand.

Schok

De post in Renkum staat in de bossen rond Planken Wambuis, aan een doodlopende straat waar ook de ANWB is gehuisvest en Rijkswaterstaat enkele zoutloodsen bouwt. De A12 is vlakbij en tegelijk ver weg door de omringende natuur van uitbottende bomen en wellustig zingende vogels.

De schok bij nadering is groot. Niet dat de politiepost er zo adembenemend uitziet; door de donkere baksteen lijkt het of het gebouw daar gewoon al heel lang staat, en door de flauw hellende daken met grote overstekken doet het vaag denken aan een buitenhuis, in het formaat dat je in die bosrijke omgevingen wel vaker aantreft. De schok is het contrast met het naburige bloedeloze onderkomen van de ANWB. Ineens besef je hoe gewend je bent om overal in Nederland je ogen te sluiten voor dit soort blokkendoosjes van de verkeerde kleur steen en hoe mooi het had ke zijn.

Het zal heel wel ke dat het ANWB-gebouw uitstekend voldoet. Dat het programma past, dat het klimaat klopt, dat het dak niet lekt. De architect meende het mogelijk oprecht goed door te kiezen voor praktische vormen en materialen. Wie zal zeggen hoe weloverwogen daarbij zijn keuze van lichte steen met her en der vrolijke kleuraccenten is geweest? Maar het zijn loze gebaren, los van de context, los van enige betekenis.

Het geheim van het succes van de politiepost is daarentegen de hechte samenhang van alle aspecten en onderdelen. Context, constructie, vorm, interieur, programma, materiaal, kleur – als vanzelfsprekend hoort alles bij elkaar. Vloeiend gaat het een over in het ander. Daardoor stijgt de betekenis van het bouwsel uit boven zichzelf. Het roept Heraclitus’ filosofie in gedachten: “panta rhei”, alles stroomt. Alles is aan verandering onderhevig, nooit kun je twee keer in dezelfde rivier stappen, al heeft die een voorkomen van permanentie en eeuwigheid. Zo is het gebouw permanent en veranderlijk tegelijkertijd. Het is een liefdesverklaring aan de stroom van het leven en aan architectuur in het algemeen, zoals poezie niet alleen iets buiten zichzelf aanduidt maar tevens een lofzang op de woorden zelf is.

Omdat alles ‘stroomt’ in een hechte onderlinge samenhang, kan de uitleg van het gebouw beginnen met elk willekeurig detail. Het verhaal vertelt zichzelf.

Laten we beginnen bij het dak, dat in het relief van zijn hellingen een echo is op het grondvlak waarop het gebouw staat, de rand van de Veluwe. Het dak bestaat uit twee hellende vlakken die ineengrijpen in het midden van de T-vormige plattegrond. Op dit snijpunt van bouwdelen zijn de gevels met zink bekleed, net als rondom de ruime dakoverstekken. Hier bevindt zich het expressieve trappenhuis in een ruime, hoge hal. Enkele hoge ramen werpen licht in het kleurige interieur ervan. De hal loopt via matglazen taatsdeuren door in de kantine. En daar biedt een reusachtige glazen schuifpui uitzicht op het omringende bos; daarmee is de cirkel rond en zijn we weer terug bij de Veluwe.

Frisse lucht

Dankzij de dakhellingen hebben de twee gangen aan weerszijden van de hal ook een levendig profiel. Het plafond loopt trapsgewijs op. De werkkamers delen in deze luxe en lopen dus in een richting op. In de andere richting zijn de plafonds aan de kant van de buitengevel en gangwand afgeschuind. Aan de gangkant zitten de afzuigopeningen van het ventilatiesysteem en een deel van de plafondverlichting weggewerkt in de afschuining.

Aan de raamkant zit achter de schuine aftimmering het ventilatierooster in de buitengevel. Dankzij deze aftimmering wordt de frisse lucht langs het plafond ver naar binnen geleid. De ramen, vrijwel allemaal op het noorden, zijn groot en laten overvloedig licht binnenvallen. De vereiste zonwering bestaat uit screens aan de buitenkant, die worden opgerold in het dakoverstek. In neergelaten vorm zitten de schermen op ruime afstand van de gevel, zodat er genoeg ruimte overblijft om de ramen (naar buiten) te openen.

Zo grijpen de hoofdvorm van het gebouw, de afwerking van het interieur en de bouwfysica ineen. De vormgeving van de onderdelen vloeit er als vanzelf uit voort, en is daarom tegelijkertijd eigenzinnig en vanzelfsprekend. Het resultaat is een kantoor en werkplaatsen met een welhaast organische vormgeving en veel (natuurlijk) licht en lucht.

Lijmtechniek

Het lichte interieur is een enclave in het bos. Omgekeerd is het exterieur van donkere, gelijmde baksteen een verheviging van de omringende aardkleuren. De gevlamde strengperssteen is van een groot, hoekig formaat. Om het ‘gewicht’ en de kleur van dit aardse bouwsel te laten spreken is de voeg zo klein mogelijk gemaakt. Daarom is de steen niet gemetseld maar gelijmd. Al is de lijmtechniek al wat langer bekend, omdat dit het grootste po tot nu toe in Nederland is, is er sprake van experimenteel, innovatief materiaalgebruik. Zo versterken architectuur en bouwtechniek elkaar – al bouwende ontwikkelt zich het vak.

Datzelfde geldt voor de dakconstructie. De grote overstekken zijn aan de onderkant met zink bekleed. Er zijn geen dakgoten. Zoals eerder al gezegd zijn de overstekken benut om de zonwering in onder te brengen. Om het regenwater op de grote dakvlakken in toom te houden is een waaiervormig patroon van zinken ribben aangebracht op het bitumen dak. De zinken ribben steken net buiten de dakrand uit en vormen zo tegelijk een systeem van bliksemafleiders (samen met de zinken onderkant van de overstekken) en een decoratieve rand.

De vorm van dak en gebouw hangen vanzelfsprekend samen met de interne en externe routing. Ook de draagconstructie voegt zich ongedwongen in dat spel. De schuine kolom in de hal in het midden van het gebouw is daarvan het vrolijkste voorbeeld.

Brandhaspels

Het zou in dit verband te ver voeren om alles uitputtend te beschrijven. Hopelijk is voldoende duidelijk dat, hoe ongewoon de vorm en kleur van menig onderdeel ook is, niets geforceerd aandoet. Niets dringt zich op als een persoonlijke gimmick van een architect die zo nodig origineel moet zijn; alles lijkt als vanzelf voort te komen uit het geheel en heeft een vanzelfsprekende plaats.

Bij aanstellerige gebouwen is altijd het probleem dat het dictaat van de architect op gespannen voet staat met afgedwongen onderdelen, zoals de per definitie opvallende brandhaspels en bordjes bij nooduitgangen. Omdat de politiepost geen monomaan dictaat is, maar een spel waaraan alle onderdelen op hun eigen wijze bijdragen, hebben ook die vervelende details een vanzelfsprekende plaats. De gebruikers hoeven zich niet bezwaard te voelen als ze een plaquette of schilderijtje van persoonlijk belang ophangen.

Een mooi voorbeeld van dit spel is de zonwering van de kantine. Een reeks smalle, hoge ramen met diepe neggen verlevendigt het interieur en draagt bij aan een gevoel van ruimte, ritme en schaal. Bijna improviserend heeft dat aan de buitenkant geleid tot een reeks verschuifbare zonneschermen die door hun kleur en iets schuine stand het gevelbeeld onverwacht decoratief maken.

Als een architect meer kan zijn dan louter esthetisch adviseur, als de architect de ruimte krijgt alle facetten te integreren in een samenhangend ontwerp, levert dat extra kwaliteit: voor hetzelfde geld meer plezier, meer poezie. De politiepost is daarvan een duidelijk bewijs.

Het bewijst ook dat dergelijke gebouwen niet per definitie zo teer en gevoelig worden dat er nooit meer een spijker aan vertimmerd zou mogen worden. De gebruiker kan het gewoon gebruiken. Het gebouw kan alles verdragen wat nodig is. Al heeft de architect het volstrekt niet zo bedoeld, het is daarmee een schoolvoorbeeld van organische architectuur. Panta Rhei.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels