nieuws

Noord-Brabant bespaart ruim f. 2 miljoen maar: Openbaar aanbesteden gevaar voor gww-sector

bouwbreed

Het openbaar aanbesteden van civiele werken en groenvoorzieningspoen heeft de provincie Noord-Brabant ruim f. 2 miljoen opgeleverd. Het provinciebestuur moet nu echter vooral niet alle werken openbaar aanbesteden. Want hoewel dat op korte termijn veel geld bespaart, op de lange termijn wordt de rekening gepresenteerd omdat de kwaliteit en de continuiteit van de bedrijfstak in gevaar komen.

Tot deze conclusie komt KPMG Management Consulting in het rapport ‘Aanbesteding, Prijs en Kwaliteit’. In opdracht van de Dienst Waterstaat, Milieu en Verkeer van de Provincie Noord-Brabant heeft KPMG onderzoek gedaan naar de invloed van de aanbestedingsvorm op de gerealiseerde kwaliteit van werken in relatie tot de kosten.

Het onderzoeksbureau stelt in de uiteindelijke rapportage dat de kwaliteit van het werk bij openbaar aanbesteden niet minder is dan bij poen die onderhands zijn aanbesteed. Wel scheelt het de provincie fors in de portemonnee. Immers, KPMG heeft alle civiele werken en groenvoorzieningspoen die Noord-Brabant in 1995 heeft uitgevoerd tegen het licht gehouden. Uit die vergelijking blijkt dat de provincie in 1995 door openbaar aan te besteden ruwweg f. 2,4 miljoen heeft bespaard op een totaal aanbesteed volume van f. 27,4 miljoen.

Het hanteren van de laagste prijs als enige gunningscriterium leidt tot sterke prijsconcurrentie met als gevolg lage aanneemsommen en lage winstmarges. “Dat is mooi voor de overheid in zijn rol van opdrachtgever, want het betekent doelmatige besteding van publieke middelen en het maakt de gunning objectief en controleerbaar”, aldus KPMG in de rapportage.

Kanttekeningen

Tegelijkertijd haast het zich met het plaatsen van kanttekeningen op het moment dat de provincie besluit alle werken voortaan openbaar aan te besteden. Want, zo concludeert het onderzoeksbureau, de overheid is in de grond-, weg- en waterbouw veruit de grootste opdrachtgever. “En vanuit die positie een marktpartij die het reilen en zeilen van de sector in belangrijke mate bepaalt.”

Dubbelrol

Daarmee komt de overheid volgens KPMG ook in een dubbelrol omdat het enerzijds maximaal wil profiteren van de marktwerking en concurrentie tussen de aannemingsbedrijven maar anderzijds medeverantwoordelijk is voor de gezondheid van de sector. “Indien alle werken openbaar zouden worden aanbesteed, heeft dat op termijn zeker negatieve gevolgen voor de continuiteit en de kwaliteit in de bedrijfstak. In zo’n situatie zullen de aanneemsommen onherroepelijk omhoog gaan. De continuiteit zal tenslotte ergens uit gefinancierd moeten worden. Vanuit het algemeen maatschappelijk belang zal de overheid dus ook moeten kijken naar de langetermijn effecten van haar aanbestedingsbeleid.”

Volgens KPMG moet de provincie zorgen voor een evenwicht tussen het volume openbaar aanbesteden werken en het volume niet-openbaar aanbesteden werken.

Volgens KPMG is het dan ook belangrijk dat de provincie een visie ontwikkelt over de positie die zij wil kiezen in het spanningsveld tussen kortetermijnbelangen, dus besparingen voor de overheid, en langetermijnbelangen, de consequenties voor de sector, rond aanbestedingen.

Lijst

Om in ieder geval kwaliteit blijvend af te dwingen moet de provincie een stringent afkeurings- en beloningsbeleid gaan voeren. In de praktijk betekent dit dat de overheid als opdrachtgever de aannemer werk in het vooruitzicht stelt als de opdracht naar behoren wordt uitgevoerd. Zo’n aannemer wordt dan op een lijst van voorgeselecteerde bedrijven geplaatst. In Noord-Brabant wordt gewerkt met een lijst waarop zo’n 180 bedrijven staan. Deze wordt niet dynamisch gehanteerd. “Het moet echter bij bedrijven bekend zijn dat slechte samenwerking kan leiden tot schrappen uit de lijst”, zo concludeert het onderzoeksbureau op het hanteren van een dergelijke prikkel.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels