nieuws

Interieurs monumenten veelal vogelvrij

bouwbreed

Interieurs vormen een blinde vlek in de monumentenzorg. Als onderdeel van monumentale gebouwen worden ze volstrekt onderbelicht. Aldus dr. P.W.F. Brinkman, hoofd van de afdeling registratie van de Rijksdienst voor Monumentenzorg in het monumententijdschrift Heemschut, dat eind april verschijnt. Het interieur vormt een onderdeel van onze monumenten, dat vrijwel vogelvrij is als gevolg van de bepaling in de Monumentenwet, dat bij herbestemming van een monument de nieuwe functie het primaat heeft. Veel onderdelen van interieurs komen in de vuilcontainer terecht.

Bij het samenstellen van de officiele monumentenlijst werd voornamelijk naar de buitenkant gekeken. ‘Geveltoerisme’ noemt Brinkman dat. Een klus echter, die dermate tijdrovend was, dat men aan de interieurs niet meer toe kwam. Veel monumenten zijn bovendien moeilijk toegankelijk zodat de kans op beschrijving (en bescherming) van een interieur nog kleiner wordt.

Verandering

De Rijksdienst wil verandering brengen in deze onduldbare situatie. De tijd is er rijp voor.

Belangrijke interieurs overleven vaak nog wel maar interessante details ervan lang niet altijd en onbekende interieurs zijn praktisch vogelvrij. De dienst wil nu systematisch ook interieurs gaan beschrijven. Want documentatie gaat vooraf aan bescherming. Formeel wordt een rijksmonument weliswaar in zijn geheel beschermd met inbegrip van het interieur. Maar zolang het interieur niet in de beschrijving van het monument wordt meegenomen heeft de beschermer geen been om op te staan.

En zelfs een beschrijving garandeert nog niet altijd bescherming, zoals vorig jaar bleek bij het voormalige raadhuis van Usquert, een ontwerp uit 1930 van Berlage. Ondanks de 2,5 pagina officiele beschrijving, ook van het interieur was de wandbespanning van de raadszaal in de afvalbak terecht gekomen.

De Rijksdienst is echter van goede wil. Nog voor de zomer wordt er een inventarisatieformulier ontworpen, zodat elke beschrijver op dezelfde manier te werk kan gaan. Een inventarisatie zo omvangrijk als een ‘MIP’ (monumenten-inventarisatiepo) zit er echter voorlopig niet in. De RDMZ wil zich beperken tot het ‘meeliften’ met bestaande poen. Een beperking, die niet al te veel ambitie verraadt, meent de Bond Heemschut. Men zou immers moeten bedenken, dat nog dagelijks onderdelen van interessante interieurs vaak gewoon uit onwetendheid worden weggegooid.

Psychologisch inzicht kan men de Rijksdienst niet ontzeggen blijkens de opvatting van het hoofd registratie, dat je bescherming ook niet moet afdwingen. De echte bescherming zit immers ‘tussen de oren’: in de bewustwording, dat iets de moeite van het beschermen waard is.

Bij de restauratie van het Haags Gemeentemuseum wordt heel zorgvuldig met het interieur omgegaan. Op de foto de nieuwe presentatie van de oude kunstnijverheid.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels