nieuws

Economie tijdens Frans-Duitse oorlog

bouwbreed

Zoals gezegd was de handelsgeest in de tweede helft van de negentiende eeuw vrij groot in ons land. Die opleving werd een halt toegeroepen toen in 1870 de Frans-Duitse oorlog uitbrak. Nederland kon aan een algemene mobilisatie niet ontkomen.

‘Miliciens, schutters en hun remplacanten snellen – in matig tempo – naar de grenzen. Aan de bewapening ontbreekt, als gevolg van de traditionele onwil om geld voor de landsverdediging uit te geven, zeer veel en met de uitrusting van de soldaten is het eveneens droevig gesteld.

De overheid weet in die dagen de weg naar het ‘Advertentieblad’ te vinden en besteedt de leveranties aan van alles wat een krijgsman nodig heeft, wil hij behoorlijk uitgerust op het slagveld arriveren.

Blanco achterpagina

In lange kolommen wordt prijsopgave gevraagd van sjakos (een hoofddeksel in de vorm van een afgeknotte kegel), katoenen hemden, wollen sokken, haarkammen, granaten (voor schouderpassanten staat er voor alle zekerheid bij), knopenhaken, tressen en manenkammen. De aanbiedingen behoren te worden gericht tot een kwartiermeester, die met de naam Fleischhacker door het leven moet.

De pagina-lange aanvragen zijn ongetwijfeld een welkome vulling van het weekblad, want het aantal aanbestedingen loopt in de loop der jaren sterk terug, zo zelfs, dat de uitgave verschillende malen moet verschijnen met een blanco achterpagina.

Een schrale troost is dat de badplaatsen Wiesbaden en Ems per forse advertenties laten weten dat de spoorwegverbindingen naar deze steden geheel als vroeger zijn geregeld en dat men ‘Geenerlei onaangenaamheden tengevolge van de gebeurtenissen op het oorlogstoneel had te vrezen en dat de badkuren gewoon doorgang konden vinden.’

Vestingwerken

In deze oorlogsjaren wordt niet alleen – zij het passief – het oorlogsgeweld van de twee elkaar bevechtende landen gadegeslagen, er wordt ook een polemiek gevoerd over het nut van onze vestingwerken. Hogere officieren nemen daar zelfs aan deel.

Zo verschijnt er een brochure van een zekere B. Civilis waarin de vraag of het voor de toekomst van de steden Nijmegen, Groningen, ’s Hertogenbosch en de IJsselsteden wel verantwoord is nog langer als vesting dienst te doen, ontkennend wordt beantwoord.

De schrijver roept de regering toe: “Maak de vestingwerken van de steden los. Leg rondom de steden gedetacheerde forten aan en herschep de steden tot opene plaatsen. Dan ke zij zich in vredestijd ongestoord uitbreiden en in de algemeene welvaart deelen. Dan zullen zij in oorlogstijd niet doelloos worden platgeschoten en geen nadeeligen invloed op de verdediging uitoefenen. Het geheele land zal uit die nieuwe militaire vestingen in vredestijd een onnoemelijk voordeel trekken, dewijl de groote provinciesteden, de brandpunten van het verkeer, zich voortaan ongehinderd in alle opzichten ke ontwikkelen.

Handel en nijverheid ke dan ene vroeger ongekende vlucht nemen. Men make de vestigingen los van de steden.”

Ook dan al komt de ruimtelijke ordening ter sprake en komt de ‘Randstad’ nog niet zo sterk in het beeld. Het gaat met name over het welzijn van onze provinciesteden.

Vrede

Nauwelijks is de oorlog ten einde of het Ministerie van Financieen ging op zijn beurt in het ‘Advertentieblad’ plaatsruimte innemen voor de aankondigingen van door dit departement georganiseerde verkopen van ‘buiten dienst gestelde militaire-en hospitaalgoederen als geweren, karabijnen, klingen brandspuiten, tonnen en een verzameling Mineralen.

Voorts verschijnt er een grote aankondiging van een concert in het Haagse Diligentia ten bate van het Roode Kruis en bovendien wordt er enige weken achtereen een advertentie geplaatst waarin de lezers worden aangespoord loten a f. 2,50 te kopen ten bate van de vereniging ’s Lands Weerbaarheid.

Van ver over de grenzen zijn er in het ‘Advertentieblad’, dat nu Cobouw heet, tekenen van vreugde over de herstelde vrede te vinden. Dat men in Frankrijk de nederlaag en de Franse Commune wil vergeten en een nieuw tijdperk van sociale vooruitgang wenst te beginnen, blijkt uit een in het Frans gestelde grote advertentie waarin de ‘Exposition d’Economie Domestique’ wordt aangekondigd die te Parijs in juli 1872 zal worden gehouden. Ook de bouw krijgt ruime belangstelling op deze expositie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels