nieuws

‘Blinde vlek’ dijkenbouwers kost 1,25 miljard aan herstel

bouwbreed

De Nederlandse waterbouwkunde heeft last van een collectieve blinde vlek waar het gaat om dijkconstructies. Dit heeft tot gevolg gehad dat de zeedijken in Zeeland en langs de Waddenzee en de dijken rond het IJsselmeer slechter zijn dan verwacht. Kosten daarvan: f. 1,25 miljard.

“Voor de waterbouwkunde als geheel is hiermee weer eens pijnlijk duidelijk geworden dat het uitsluitend leunen op ervaring niet goed is. Het is niet overdreven te spreken van een collectieve blinde vlek.” Dit schrijft de Technische Adviescommissie Waterkeringen (TAW) in een brief aan de Directeur-Generaal van de Rijkswaterstaat naar aanleiding van onderzoeken naar de staat van de zeedijken.

Dat onderzoek is ingesteld nadat in Zeeland was geconstateerd dat de zeedijken op een aantal plaatsen onvoldoende sterk waren. Geschat werd toen dat de kosten van herstel zo’n f. 300 tot f. 600 miljoen zouden bedragen.

De TAW komt tot die conclusie omdat van oudsher de samenstelling en dimensionering van steenzettingen berustte op ervaring. De kennis ontbrak ten enenmale om door middel van berekeningen (‘rekenregels’) een relatie te leggen tussen de te verwachten golfaanval en de afmetingen van de toplaag met een daarbij passende onderlaag.

Eenzelfde ervaringsaanpak gold voor de hoogte van de dijk. Als die te laag bleek, werd de dijk verhoogd. Hetzelfde gold ook voor de breedte van de dijk en de steilheid van de hellingen. “Als de dijkhelling niet stabiel bleek, werd deze flauwer gemaakt of voorzien van een steunberm”, zo schrijft de TAW.

Pas na de stormvloed van 1953 kwam er verandering in de dijkprofielen als gevolg van strengere eisen in de Deltawet.

Steenzettingen

Dat kan echter niet van de steenzettingen worden gezegd. Dit komt mede doordat die in 1953 geen uitzonderlijke schade te zien gaven.

Wat wel veranderde was de samenstelling van de steenzettingen als gevolg van de moeilijker verkrijgbaarheid van basaltzuilen. Daardoor zijn meer en meer betonblokken gebruikt. “Afgezet tegen de huidige kennis en inzichten zijn deze bekledingen niet altijd verbeteringen geweest ten opzichte van de traditioneel toegepaste basaltzuilen”, aldus de TAW. Zo werd voor betonblokken meestal globaal eenzelfde gewicht per vierkante meter aangehouden als voor de natuursteen werd toegepast. De resulterende laagdikte was daardoor vrijwel gelijk omdat de lagere soortelijke massa van de betonblokken wordt gecompenseerd door het feit dat ze naadloos op elkaar aansluiten. Het resultaat is dan echter een laag van gelijke dikte met een lagere soortelijke massa, hetgeen uiteindelijk leidt tot een lagere stabiliteit. En dat is precies het probleem van de zeedijken nu.

Nog niet af

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Jorritsma dat het onderzoek nog niet volledig af is. Daarvoor is nog enig aanvullend onderzoek nodig.

Uit wat nu bekend is, wordt verwacht dat 4 miljoen m2 blokbekleding op de boventafel (tussen gemiddeld hoog water en Toetspeil) onvoldoende is en 2 miljoen m2 op de ondertafel. Dat zou betekenen dat de kosten van herstel zo’n f. 1,25 miljard zullen bedragen “plus of min 35%”.

Dat dit bedrag veel hoger is dan oorspronkelijk gedacht, wordt veroorzaakt doordat grotere oppervlakten aan onvoldoende bekledingen, met name buiten Zeeland en de ondertafels, zijn aangetroffen. Daarnaast is een iets hogere kostprijs per vierkante meter aangehouden.

Bovenop dat bedrag komt nog het herstel van de dijken die nu als voldoende worden gekwalificeerd maar goed moeten worden. Dit komt op enkele honderden miljoenen voor rekening van de dijkbeheerders, die dit ook over langere tijd ke uitsmeren.

Gezien de omvang van de problemen verwacht Jorritsma dat pas in 2010 alle dijken het predikaat goed zullen ke hebben.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels