nieuws

Aanbesteding volgens Europese richtlijn was niet nodig RGD weert kleinbedrijf bij installatie-onderhoud

bouwbreed

Zo’n 150 kleine bedrijven, die in 1994 in opdracht van de Rijksgebouwendienst (RGD) onderhoud aan installaties uitvoerden, zijn in 1995 van het toneel verdwenen. Dat is een direct gevolg van de clustering van onderhoudsopdrachten, waartoe de RGD medio 1995 overging. Omdat daarbij het drempelbedrag van de Europese richtlijn diensten werd overschreden, moest dat onderhoudswerk, dat voor vier jaar werd uitgegeven, ook Europees worden aanbesteed.

De Unie van Elektrotechnische Installateurs en de Vereniging van Nederlandse Installatiebedrijven, die door deze stap van de Rijksgebouwendienst een verdringing van het midden- en kleinbedrijf vreesden, hebben dat bij het ministerie van VROM aangekaart. Reden voor dit departement om het Onderzoeksinstituut OTB in Delft de gang van zaken te laten onderzoeken.

De Rijksgebouwendienst, zo blijkt uit de resultaten van dit onderzoek, was al voor medio 1995 bezig kleinere opdrachten tot preventief onderhoud en het opheffen van storingen uit een oogpunt van efficiency bij elkaar te vegen.

Begin 1995 besloot men de zes regionale directies van de RGD alle onderhoudswerk aan installaties, waarvan de contracten afliepen, gebundeld aan te besteden. In totaal werden 114 opdrachten gegund voor een periode van in principe vier jaar ter waarde van bijna f. 20 miljoen per jaar.

Europese noodzaak?

Waar door clustering het drempelbedrag van 200.000 ecu (ongeveer f. 450.000) werd overschreden, moest volgens de RGD wel Europees worden aanbesteed. De onderzoekers Kooijman en Meijer merken hierbij op dat de Europese richtlijnen op dit punt onduidelijk zijn.

Wel is het verboden opdrachten te splitsen, zodat de verschillende onderdelen onder de drempelwaarde komen en dus niet voor Europese besteding in aanmerking komen. Maar uit niets blijkt dat onderhoudswerk op verschillende locaties per se als een werk dient te worden beschouwd.

De RGD stelt dat de omvang van de afzonderlijke percelen (gemiddeld zo’n f. 750.000) toch al noodzaakte tot Europese besteding. Maar de brancheorganisatie Uneto vindt het onjuist dat dat bedrag tot stand is gekomen door de waarde van een gemiddeld perceel met vier (jaren) te vermenigvuldigen.

Personeelsomvang

De bundeling had niet alleen tot gevolg dat 150 tot dan aan het installatie-onderhoud in Rijksgebouwen werkende bedrijven van het toneel verdwenen, maar ook dat het aantal bedrijven dat de RGD nu inschakelt bij het onderhoud meer dan gehalveerd is. Ook de gemiddelde personeelsomvang van de bedrijven die het werk uitvoeren steeg, van 114 in 1994 tot 156 in 1995.

Het rapport vermeldt niet hoe vaak er door een buitenlands bedrijf werd ingeschreven, maar volgens ingewijden gebeurde dat geen enkele keer.

Prekwalificatie

Ook op de feitelijke aanbesteding hebben de geenqueteerde bedrijven kritiek. Zo vindt men de omzeteis (driemaal het bedrag van de te leveren dienst) te hoog. Ook het loten bij een te groot aanbod inschrijvers vindt men allesbehalve een goede vorm van kwalitatieve selectie. Een kwalificatiesysteem, zoals dat in Belgie voor bouwbedrijven wordt gehanteerd, lijkt de betrokken brancheorganisaties tot een betere prekwalificatie te leiden. Bovendien leidt het gebruikte aanbestedingssysteem ertoe dat de kwalitatieve relatie tussen bouwer van de installatie en het onderhoudsbedrijf van de installatie verloren kan gaan.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels