nieuws

Tuinstad De Horsten krijgt tweede leven

bouwbreed

Woningbouwcorporaties pakken de naoorlogse wijken voortvarend aan. Sloop, renovatie en nieuwbouw zijn de middelen om de wijken klaar te maken voor de volgende eeuw. In Rotterdam worden de bekende tuinsteden ‘op Zuid’ van onder anderen stedenbouwkundige Lotte Stam-Beese en architect Willem van Tijen grondig onder handen genomen. Stichting Tuinstad Zuidwijk (STZ) schreef een boek over heden en verleden van de roemruchte tuinstad De Horsten.

Jan Buma is trots. De directeur van STZ Woningbouwcorporatie loopt aan de kop van een groep volkshuisvestingscoryfeeen. De staatssecretaris van Volkshuisvesting komt speciaal naar deze Rotterdamse wijk op Zuid om de eerste sleutel uit te reiken aan de eerste bewoners van De Horsten Nieuwe Stijl.

De tocht van het hoofdkantoor van STZ, achter de Slinge, gaat langs verpauperde winkels met daarboven woningen en leegstaande duplex huizen. ‘Seppel Snackshop’ is dichtgetimmerd en bij ‘Mondaine Haarmode’ staan de scheuren in de ramen. Na vijftig jaar wonen, werken en vooral leven heeft de tand des tijds onverbiddelijk toegeslagen. De woningen zijn te klein geworden, bewoners weggetrokken en de verloedering heeft toegeslagen.

Voor STZ zat er niets anders op dan De Horsten, een ontwerp van de ‘Nieuwe Zakelijke’ architect Willem van Tijen (1894-1974), door sloop en nieuwbouw weer het elan te geven dat het in de jaren zestig had: lucht, licht en groene ruimte.

Als de staatssecretaris de deur van de eerste woning heeft geopend symboliseren het geloei van een scheepstoeter en het oplaten van ballonnen het einde van vijf jaar planontwikkeling. Want, zomaar de wijk van de beroemde stedenbouwkundige/architect Van Tijen aanpakken was er niet bij. Vooral de autochtone bevolking – hoofdzakelijk ouderen – had en heeft soms nog steeds, moeite met de sloop van tegen de achthonderd woningen.

“Het moest”, zal Buma na de rondgang zeggen. “Door sloop en vervangende nieuwbouw van zeshonderd woningen wordt een genuanceerder aanbod tot stand gebracht ter versteviging van het draagvlak en daarmee de leefbaarheid van de wijk. Met nieuwe producten, zoals koopwoningen komen er nieuwe doelgroepen naar de wijk. In de verbetering van de wijk steken we f. 250 miljoen.”

Klachten over bouw

Begin jaren vijftig was dat wel anders. Op 18 mei 1951 worden de eerste Horsten-woningen in gebruik genomen en twee jaar later is alles verhuurd. Een onderzoek uit die tijd meldt dat de bewoners veel waardering hebben voor de ruimte in de buurt, voor de frisse, gezonde lucht en voor de rust. Twintig jaar eerder is dat de insteek geweest van het Nieuwe Bouwen. Van Tijen wil samen met collega’s uit die tijd als Rietveld en Van der Vlugt niet alleen de woningen verbeteren maar ook de wooncultuur.

Maar de medaille heeft een keerzijde die donker is. Het feit dat nog geen 25 jaar na de oplevering de klachten binnenstromen heeft te maken met het niet uitwerken van het stedenbouwkundige plan van Van Tijen, inferieure bouwmaterialen en gebrek aan financiele middelen. “Zuidwijk – het gebied waar De Horsten in ligt – het eerste grote woningbouwpo van na de oorlog. Tuinstad Zuidwijk, jawel, maar geld om hieraan een royale opzet te geven was er niet”, schrijft het bestuur van STZ in het jaarverslag 1952-1953.

Ten eerste de bouw. Om de woningnood te lenigen wordt het traditionele bouwen als te traag ervaren en doet de rationele systeembouw zijn intrede. Van Tijen heeft al in 1946 contact met de Rijnlandse Betonbouw Maatschappij (RBM) uit Delft. De relatie is zo goed dat de stedenbouwkundige/architect al zijn grote woningbouwpoen in dit RBM-woningbouwsysteem uitvoert. Er wordt gewerkt met stalen stijlen, drijfsteen, prefab-beton- en vlasvezelplaten en bimsbeton. Al in het begin is er kritiek op de gehorigheid. STZ in het jaarverslag 1952-1953: “De stuc-laag aan de glad afgewerkte plafonds liet vrijwel overal los, moest worden afgestoken en het beton moest enkele malen met natuurkalk worden gewit. Ook kwamen nogal wat klachten binnen over slecht trekkende schoorstenen in de boven-duplexwoningen.”

In de loop der jaren gaat de kwaliteit met sprongen achteruit. Zo vormden de massieve gevels een koudebrug en verkleurden deze van grijs/wit naar grauw onbestendige kleur. Ondanks enkele renovatiepogingen, er kwam buitenisolatie, zag STZ zich genoodzaakt tot sloop over te gaan. Een opknapbeurt kostte in 1987/1990 al gauw f. 80.000 per woning. Het ging slechts om uitstel van executie. Voor het eerst werd er zo massaal tot sloop van een naoorlogse wijk overgegaan, omdat de kwaliteit zo slecht was dat hergebruik er niet meer inzat.

Grote teleurstelling

Ten tweede het stedenbouwkundige ontwerp van De Horsten. Ondanks alle lovende woorden van toen en nu is Zuidwijk door geldgebrek en regelzucht van de gemeente Rotterdam een slap aftreksel geworden van de ideale wijk, zoals Van Tijen die voorstond. Tot ongenoegen van hem werden de huizen kleiner dan de bedoeling was, de bevolkingsdichtheid veel hoger en werd het voorzieningenpakket tot een minimum teruggebracht.

De eerste plannen van Zuidwijk dateren al uit 1943/1944. De idealen krijgen vorm in wijkgebouwen, kerken, wijkverpleging en een indianenterrein. Van Tijen, de geestelijk vader van Zuidwijk, schakelt voor de uitwerking gast-architecten in als Gerrit Rietveld.

“Van Tijen was richtinggevend in de ontwikkeling van het concept voor de wijkgedachte”, valt te lezen in ‘Een geruisloze doorbraak’. De ideale wijk zal er nooit komen.

Na de oorlog krijgt de stedenbouwkundige Van Tijen officieel de opdracht Zuidwijk te ontwerpen. Het eerste plan ademt nog wel de wijkgedachte uit. Gedwongen door de woningnood, het tekort aan middelen en gebrek aan durf en visie aan de kant van de gemeente neemt Van Tijen na de zoveelste aanpassing het besluit om in 1950 het bijltje erbij neer te gooien. Het enige wat overblijft, is de basisstructuur van Zuidwijk.

De Horsten is de enige buurt van Zuidwijk die volledig volgens de stedenbouwkundige plannen van Van Tijen is gebouwd. Hij ontwierp samen met H.A. Maaskant alle woningen in de wijk. De winkels werden getekend door Groosman en de winkels met bovenwoningen door Romke de Vries. Het feit dat de winkelwoningen op de traditionele wijze werden gemaakt, heeft hun levensduur niet verlengd. Ook deze zullen verdwijnen onder de slopershamer.

Niks Vinex

Het is inmiddels tropisch warm geworden in het kleine kantoor van STZ als de staatssecretaris als laatste het woord voert.

Voor hem heeft de aannemer gezegd dat de kracht ligt in de stad en niet in de nieuwe wijken in het weiland. Tommel: “Wijken slijten, maar een goede stedenbouwkundige structuur is opnieuw te gebruiken. Hier in de Horsten moest daarom alleen de eenzijdigheid van het aanbod worden doorbroken. Het moeilijke proces van sloop is nodig om weer een kwaliteitswijk te krijgen. En”, zegt de staatssecretaris, “het is mooier dan in een weiland bouwen. Hier is alles al. Van mooie bomen, winkels tot de infrastructuur. Dit is de beste investering voor de toekomst.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels