nieuws

Nog niet openbaar gemaakt rapport van SZW: Bouwprocesbesluit slecht nageleefd in ontwerpfase

bouwbreed

Niet bekend

Dit zijn de belangrijkste resultaten van een vorig jaar uitgevoerd onderzoek naar de werking van het BPB. De studie is vorig jaar al verricht door het Leidse bureau ‘Research voor beleid’ in opdracht van het ministerie van Sociaal Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Maar tot op heden is het stuk niet openbaar gemaakt. Een woordvoerder van SZW ontkent “politieke onenigheid”. Volgens hem, “werkt staatssecretaris De Grave nog aan een beleidsnotitie ter begeleiding van het rapport”. Hij verwacht dat het onderzoeksrapport “binnen een maand” zal worden openbaar gemaakt.

Bevreemdend is het echter wel, dat coordinerend SZW-beleidsmedewerker drs. A.J. van Yperen (hij is verantwoordelijk voor het arbeidsomstandighedenbeleid voor de bouwnijverheid) vorige week verboden werd op een congres van het Nederlands Studie Centrum (NSC) in Rotterdam in te gaan op de resultaten van het onderzoek.

Verboden

Van Yperen zou de bewindsman “in verlegenheid” hebben ke brengen. De woordvoerder van SZW bestrijdt die visie echter. Volgens hem is het gebruikelijk, dat een door een extern bureau verricht onderzoek pas na enkele maanden wordt geopenbaard “om het ministerie in staat te stellen een eigen beleidsnotitie te maken”.

Maar die uitleg wordt onderuit gehaald door een eerder gebeurtenis. Want algemeen directeur drs. ing. P.J. Huijzendveld van de onder SZW ressorterende Arbeidsinspectie ging op een Arbouwsymposium tijdens de Internationale Bouwbeurs in Utrecht (op 7 februari dit jaar) omstandig in op het BPB-onderzoek. Hij werd niet teruggefloten.

Ander daglicht

Die bijdrage van Huijzendveld komt in een heel ander daglicht te staan, nu topman Van Yperen er niet over mocht praten.

Het nog steeds vertrouwelijke rapport, waaruit de directeur van de AI uitputtend heeft geciteerd, geeft aan dat opdrachtgevers en ook architecten de in het BPB-aangegeven arbo-preventieprincipes op grote schaal aan de laars lappen

De opdrachtgevers hebben het geld er niet voor over en de ontwerpers ontberen de benodigde arbo-kennis: “Belangstelling voor en kennis van de arbeidsomstandigheden ontbreken nog grotendeels in de beroepsgroep architecten en raadgevend ingenieurs”.

Het rapport dringt aan op “een vertaalslag van de arbo-kennis, die aanwezig is bij instituten zoals Arbouw, Aboma/Keboma en Arbodiensten naar opleidingstrajecten”. Gedacht wordt daarbij aan “relevante technisch onderwijs op middelbaar en hoger niveau” alsmede aan “integratie in opleidingen en nascholingstrajecten”.

Het onderzoek wijst ook uit dat opdrachtgevers een invulling aan het BPB geven “die gericht is op het zoveel mogelijk beperken van verantwoordelijkheden en aansprakelijkheid”. Verplichtingen voor de opdrachtgevers worden “ten onrechte doorgeschoven naar de uitvoering”.

Blijkens het onderzoek moet die aannemer in de meeste gevallen zelf maar een veiligheids- en gezondheidsplan (V en G-plan) opstellen. “Opdrachtgevers hebben onvoldoende oog voor de kwalitatieve spin-off die toepassing van het BPB kan hebben, doordat het bouwproductieproces van beging tot het eind moet worden doordacht. Samenwerking en coordinatie hebben positief effect op doorlooptijd en bouwkwaliteit”.

Potentiele markt

Het rapport geeft aan, dat de architecten en/of raadgevend ingenieurs hun rol van arbo-coordinator in de ontwerpfase niet of nauwelijks waarmaken: “Er is onvoldoende inzicht in en betrokkenheid bij de uitvoering.”

Ontwerpers zijn zich nog steeds niet bewust van het feit dat juist zij veel invloed hebben op de arbeidsomstandigheden via bouwmaterialen keuzen en dimensionering:

“De beroepsgroep is zich nog nauwelijks bewust van de potentiele markt die is ontstaan. Verplichtingen worden gezien als ballast en kostenpost en niet als mogelijkheden om zich in de markt van bouwontwerpen te profileren”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels