nieuws

Cao-werkgeversonderhandelaar Frans van Hove: ‘Bouwbonden zijn te behoudend’

bouwbreed

“De bouwbonden hebben moeite maatschappelijke vernieuwingen een plaatsje in een cao te geven. Ze bezitten een grote hang om zaken te houden zoals ze zijn. In zoverre zijn deze cao-onderhandelingen een testcase: zijn de vakbonden in staat en hebben ze het leadership om vernieuwingen aan te gaan. Eerlijk gezegd, denk ik dat ze van hun achterban geen grote ransel met elastiek hebben meegekregen.”

Dat zegt mr. Frans van Hove, voorzitter van de werkgevers-onderhandelingsdelegatie bij de bouwcao de dag, voorafgaande aan de achtste onderhandelingsbijeenkomst.

Die onderhandelingen duren nu drie maanden. Hij noemt dat op zich niet lang “omdat onze inzet verder reikt dan de formele looptijd van deze cao. Wij hebben toekomstbepalende thema’s aan de orde gesteld. Dat zijn ze niet gewend en dus is er tijd nodig. Maar nu wordt het tijd dat de bonden laten zien hoe serieus ze ke onderhandelen”, aldus Van Hove.

“Na de staking in 1995 verscheen er van vakbondszijde een boek onder de titel ‘Hakken in het zand’. Ik hoop niet dat dit ook gaat gelden voor onze voorstellen. Ik zou het een shame vinden als we als bedrijfstak niet in staat blijken te zijn de noodzakelijke vernieuwingen, gedoseerd, door te voeren”.

‘Al langer dan een jaar’

Hij herinnert aan akkoorden in de Stichting van de Arbeid (“die hebben de vakbonden toch ook ondertekent”), waarin die maatschappelijke ontwikkelingen en hun weerslag op de arbeidsmarkt goed zijn uitgetekend.

“Zaken als ‘scholing en opleiding’, ‘flexibiliteit en zekerheid’, ‘oudedagsvoorziening’ en ‘werkgelegenheid’, die door maatschappelijke ontwikkelingen worden beinvloed zijn daar aan de orde geweest, evenals in het Strategisch Overleg, een informele overlegvorm met de bouwbonden voorafgaande aan de officiele cao-besprekingen om elkaars uitgangspunten te vernemen met de bedoeling al te grote verrassingen te voorkomen. “Er wordt al meer dan een jaar over deze onderwerpen gesproken.”

Vakmanschap

Wat die vernieuwende elementen dan zijn, licht Van Hove hierna omstandig toe. Daar is allereerst het onderwerp ‘scholing en opleiding’, waarbij in de visie van werkgevers de nadruk wordt gelegd op een instroom, die gewapend is en wordt met vakmanschap. “Vakmanschap geeft binding aan de bedrijfstak en zekerheid op de arbeidsmarkt, dus is het voor alle partijen goed.”

Hij vervolgt: “Tegenover de erkenning van het recht op zelfstandige scholing en het scheppen van voorwaarden voor het aantrekken van meer bedrijfsleermeesters , moet het de vakbonden toch mogelijk zijn ons te volgen in het bepalen van de lonen voor jeugdigen in opleiding op maximaal 140 % van het wettelijk minimum loon. Anders verspelen we de fiscale stimulans. We compenseren die verlaging met een premie, nadat men een vakdiploma heeft verworven, die nagenoeg overeenkomt met de verlaging in de schaal”.

Arbeidstijden

Een ander heikel punt is de flexibilisering van de arbeid. “De Nieuwe Arbeidstijdenwet maakt het mogelijk tot 10 uur per dag te werken. Omdat de bouw een fysiek zware bedrijfstak is, willen wij niet verder gaan dan de standaardregeling in die wet: 9 uur per dag, 45 uur per week. We stellen voor dat in samenspraak met de or wordt afgesproken dat de werktijden gedurende dertien weken gemiddeld aht uur per dag zullen zijn. Wat er in een deel van die termijn meer wordt gewerkt dan acht uren per dag, wordt in een ander deel gecompenseerd door evenzo veel uren minder lang te werken. Daarbij willen we bovendien een extra baangarantie bieden. Wij willen de beslissing hierover op bedrijfsniveau brengen en beslist geen model in de cao vastleggen. Wij slaan alleen piketpaaltjes, waarin dat overleg moet plaats hebben.De bonden willen toch ook dat er op zo laag mogelijk niveau beslissingen ke worden genomen.”

‘Geen wisselgeld’

En dat is er nog het punt van de externe flexibiliteit, ook wel uitzendarbeid genoemd. Van Hove spreekt tegen dat met minister Melkert zou overeen zijn gekomen dat er geen experiment nodig is.

Maar wel een experiment op condities zoals uitzenden in alle andere bedrijfstakken gaat, op basis van de ABU-cao dus. Met als tegemoetkoming aan de bonden de belofte dat een uitzendkracht na zes maanden volgens de bouwcao gehonoreerd kan gaan worden.

Hebben werkgevers er wel belang bij dat uitzenden in de cao wordt geregeld ? Als er niets wordt afgesproken, krijgen ze per 1 januari a.s. toch hun zin omdat minister Melkert dan het uitzendverbod opheft. “Dat is wel zo, maar wij willen dat een en ander netjes geregeld wordt en ook algemeen verbindend wordt verklaard”, aldus Van Hove, die toegeeft dat de voorstellen voor in- en externe flexibiliteit van de arbeid aan elkaar zijn gekoppeld “maar niet als wisselgeld ke worden beschouwd”.

Toekomstgericht

Ten slotte willen de werkgevers nog in of bij de cao vastgesteld zien dat er paritair gepraat gaat worden over integratie van vut en pre-pensioen. Hoe houden wij de uitkeringen betaalbaar en volgens welke modellen. “Tot aan het jaar 2000 wordt er niet aan de vut getoornd, maar wij willen wel dat nu al wordt bestudeerd hoe het na dat jaar zal moeten gaan.”

Van Hove zegt zeer benieuwd te zijn “of die strategisch vernieuwende issues een plekje ke krijgen in de cao of dat zijn indruk juist is dat de bouwbonden niet toekomstgericht genoeg zijn”.

Op heel korte termijn kan hij antwoord verwachten. Vanmorgen om elf uur komen partijen voor de achtste keer bijeen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels