nieuws

Aanbesteding bij inschrijving en opbod

bouwbreed

Zijn naam getrouw, gaf het ‘Advertentieblad’ in zijn eerste bestaansjaren uitsluitend of nagenoeg uitsluitend advertenties en berichten van verkopingen. Er werd evenwel ook ruchtbaarheid gegeven aan bijvoorbeeld ‘Haagsche Kermisvermakelijkheden’.

In 1863 verschijnen zelfs in brallende taal gestelde advertenties van Circua Blannow, de menagerie van Schmidt uit Bremen, de Merkwaardige Diergaarde uit Milaan van mejuffrouw Chevrier en de wavelkraam van Maas. Wie had ooit gedacht, dat Cobouw’s voorloper zich op dat pad zou hebben gegeven.

Van dat soort ‘afwijkingen’ zijn er trouwens wel meer in die dagen. Reeds in de eerste jaargangen is er behalve de rubriek ‘Verkoopingen’ en zij het nog wat povertjes, een hoek van het weekblad ingeruimd voor ‘Aanbestedingen en Uitslagen’.

Bij de ‘Uitslagen’ worden trouwens alleen de laagste inschrijvers vermeld.

‘Eenige opmerkingen’.

Aan de aanbestedingen blijken in die tijd, evenals nu, ook feilen te kleven en wel van die aard, dat zij de uitgever van het ‘Advertentieblad’ aanleiding geven in zijn blad van Maandag 28 julij 1862 een artikel ‘Eenige opmerkingen omtrent openbare aanbestedingen’ te plaatsen.

Dat kan hij in die periode gemakkelijk doen vanwege het gebrek aan een woordvoerder van een aannemersorganisatie. Die bestaat dan nog niet. Eerst in 1895 word pas de Nederlandsche Aannemersbond in Amsterdam opgericht.

Aan dit artikel van uitgever T.C.B. ten Hagen ontlenen we het volgende: ‘De aanbestedingen bij inschrijving en opbod zijn onder vele opzigten af te keuren.’ (Deze wijze van aanbesteden schijnt destijds nogal gebruikelijk te zijn geweest.)

Ten Hagen stelt: “Het is ongerijmd, om aan den minsten inschrijver het werk niet te gunnen, wanneer hij geen kwade antecedenten heeft en de borgen goed zijn. Hij heeft zoo goed als een ander tijd en geld opgeofferd, om te ke mededingen; de billijkheid vordert alzoo, dat men hem het werk gunne en dat hij, als minste schrijver, niet worde voorbijgegaan ten gelieve van den ander, aan wien men het werk, misschien uit gunst of om andere beweegredenen, wil toestaan.”

In acties van de aannemersbonden in de vorige eeuw, maar ook later, zijn deze motieven van uitgever Ten Hagen ook terug te vinden. Ook toen al was er de invloed van het blad, dat uitgroeit tot het enige bouwvakdagblad in ons land en in vele andere landen.

Ik herinner me nog dat ik bij een bezoek aan een sjeik in de golfstaat Abu Dhabi werd aangekondigd als de hoofdredacteur van het enige ‘Bouwvakdagblad op de wereld’. Gevolg daarvan was, dat de ambassadeur uit Zwitserland, die voor mij op audientie was, zijn plaats moest inruimen voor de ‘sjeik van Cobouw’, omdat hij naar de mening van deze Arabier toch wel een heel belangrijk man moest wezen(!). Hij had eens moeten weten. Dat hebben we in feite allemaal te danken aan de invloed … en ‘het vingertje’ van de grondlegger van Cobouw, T.C.B. ten Hagen, die het opnam voor ‘den minsten inschrijver’.

Klant de dupe

En dat te weten dat in het jubileumjaar van Cobouw de voorzitter van het Algemeen Verbond Bouwnijverheid (AVBB), mr.drs. L.C. Brinkman, nu juist laat weten dat ‘als de laagste prijs centraal komt te staan, de klant uiteindelijk de dupe zal worden’.

“Want”, zo is zijn mening, “kwaliteit, goede scholing en innovatie zullen niet mogelijk zijn als er onder de kostprijs moet worden gewerkt.”

Hij is van oordeel dat het uitspelen van leveranciers en aannemers, beter bekend als leuren, de sector schaadt.

Om nog even op de historie terug te komen. Van het aanbestedingsinstituut werd in de zestiger jaren van de vorige eeuw natuurlijk nog lang niet het gebruik van tegenwoordig gemaakt. Het waren hoofdzakelijk de officiele lichamen, die werken of leveranties aanbesteedden.

Tekenend voor zijn verspreiding in alle delen van het land, reeds in de eerste jaren, is, dat het ‘Advertentieblad’ de aanbestedingsadvertenties voorkomen van onder meer de gemeenten Amsterdam, Amersfoort, Zwijndrecht, Breda, Middelburg, Wieringen, Sluipwijk (Reeuwijk) en Hellendoorn. Bij particulieren was het houden van een aanbesteding toen nog geen mode. Men zocht zich gewoonlijk een gegadigde in de kring van vrienden en kennissen. Het zogenoemde ‘een-een-verkeer’.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels