nieuws

Vlaamse bouw kraakt Ruimtelijk Structuurplan

bouwbreed

Tot 28 februari a.s. ke organisaties en particulieren die het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) niet zinnen, hun bezwaren bij de Vlaamse overheid indienen. Tot nu toe heeft dat geresulteerd in driehonderd bezwaarschriften.

De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB), de Vlaamse afdeling van de nationale aannemersorganisatie (NCB), vindt dat geringe cijfer veelbetekenend voor de ingewikkeldheid van het RSV en voor de onwetendheid en daardoor ongeinteresseerdheid bij het overgrote deel van de Vlaamse bevolking.

Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen heeft de bedoeling om de schaarse ruimte die Vlaanderen nog rest, zo goed mogelijk te beschermen door onder meer een ongebreidelde bouwzucht tegen te gaan. Dat er iets moet gebeuren na de jarenlange verwaarlozing door de politiek op het gebied van de ruimtelijke ordening, wordt overigens door niemand in Vlaanderen bestreden.

De VCB vindt evenwel dat de politieke gezagsdragers nu van het ene uiterste in het andere dreigen te vallen. Vroeger mocht alles, nu mag niets meer, luidt de kritiek.

Het structuurplan voorziet onder andere in aanzienlijk minder grote bouwpercelen. In stedelijke gebieden gaat het plan uit van minimaal 25 woningen per ha. Dat betekent een gemiddelde oppervlakte per bouwperceel van 3,2 are. Daardoor wordt het moeilijk om in deze gebieden nog vrijstaande woningen met een tuin eromheen te bouwen. In de open ruimte wordt gestreefd naar minstens 15 woningen per hectare. Dat komt neer op 5 ha per perceel. Ook buiten de stedelijke gebieden zal dus op een kleinere oppervlakte gebouwd moeten worden.

Volgens Marc Dillen, algemeen-secretaris van de VCB, dwingt die kleinere oppervlakte de gezinnen tot gestandaardiseerde en vooral kleinere woningen hetgeen ten koste gaat van de individuele vrijheid en creativiteit. Bovendien verwacht de VCB dat de grondprijzen als gevolg van het Structuurplan de hoogte in zullen gaan.

Uniforme woonbuurten

De VCB wijst erop dat de regeling zal leiden tot uniforme woonbuurten want urbanistisch is het immers niet verantwoord om op de veel kleinere bouwpercelen nog grote verschillen in bouwstijl toe te staan. “Het succes van een bouwbeurs als Batibouw is gebaseerd op de interesse van de particulier om op een creatieve wijze een eigen woning te realiseren. Dat dreigt nu op termijn door een weinig creatieve standaardisatie te worden ondermijnd.”

Het RSV gaat volgens de Vlaamse aannemersorganisatie ook uit van een aantal verkeerde veronderstellingen. Zo voorziet het plan in de bouw van 400.000 nieuwe woningen vanaf 1991 tot het jaar 2007, d.w.z. 25.000 woningen per jaar waarvan maar 40 procent (of 10.000 woningen per jaar) in het buitengebied mag worden gebouwd.

De VCB wijst er echter op dat tussen 1991 en 1996 met de bouw van 195.000 woningen werd begonnen. “Indien we daarvan 5000 woningen aftrekken die als tweede verblijfplaats worden gebruikt (vooral aan de Belgische kust) komt dit nog steeds neer op een aantal van bijna 165.000 nieuwe woningen in zes jaar tijd.

Voor de periode 1997-2007 mogen, volgens de bepalingen van het RSV, dan maar 235.000 woningen worden gebouwd, d.w.z. nog maar 23.500 per jaar. Daarvan zou 40 procent buiten de stedelijke gebieden mogen worden gerealiseerd of nog maar 9.400 woningen per jaar. Dit zal een enorme schaarste tot gevolg hebben, zelfs wanneer de behoefte aan woningen de komende jaren zou afnemen.

Keuzevrijheid

De VCB wijst erop dat stadscentra niet opnieuw leefbaar gemaakt ke worden door louter planologische maatregelen en door enkel het wonen in de buitengebieden te beperken. Gevreesd moet immers worden dat vooral minder kapitaalkrachtige burgers naar de stadscentra zullen verhuizen.

Er zullen dus extra maatregelen genomen moeten worden om de leefbaarheid van de stad te vergroten. De VCB denkt daarbij aan grootschalige stadsvernieuwingspoen en de uitbouw van een efficiente binnenstedelijke infrastructuur voor een vlot openbaar vervoer. Maar in het Structuurplan wordt daarover met geen woord gerept. “Toch vergen zij extra financiele middelen van de Vlaamse overheid omdat die in de betrokken steden over het algemeen ontbreken”, zo meent de Vlaamse aannemersorganisatie.

Bouwverbodzones

De VCB vreest dat het RSV ook enkele tienduizenden arbeidsplaatsen in de Vlaamse bouw zal kosten. Door het aantal extra woningen in de buitengebieden drastisch te beperken wordt immers ook de totale omvang van de woningbouw fors teruggebracht.

De Vlaamse regering wil met het RSV ook het wonen en werken in Vlaanderen concentreren binnen de zogeheten ‘Vlaamse ruit’; het gebied tussen Antwerpen, Sint-Niklaas, Gent, Aalst, Brussel en Leuven. Volgens de VCB zal dat leiden tot enorme fileproblemen. Bovendien worden door deze maatregel de vestigingsmogelijkheden voor internationale bedrijven beperkt die vaak tot gebieden buiten deze ruit worden aangetrokken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels