nieuws

Statenlid op de bres voor jonge monumenten in Lisse

bouwbreed

Twintig panden in Lisse stonden op de nominatie voor de selectie tot jong rijksmonument. Maar de sloophamer heeft de keuze inmiddels beperkt. Drie panden zijn verdwenen. Hoe lang zijn de overige zeventien nog vogelvrij?

Zo ke de negen vragen worden samengevat die SGP’er C.L. Freeke als lid van de Provinciale Staten in Zuid-Holland heeft gesteld aan het provinciebestuur. Aanleiding is de sloop, vorige maand, van de negentiende eeuwse villa Rozenheim in Lisse. De villa met achterliggende bollenschuur was medio vorig jaar door de gemeente geplaatst op de “concept-Indicatieve Lijst”. Deze lijst is de neerslag van een eerste (landelijke) inventarisatie van panden uit de periode 1850 – 1940 die mogelijk in aanmerking komen voor bescherming als jong monument. De definitieve selectie moet nog plaatsvinden.

Freeke vraagt aan het provinciebestuur of het inderdaad zo is dat de selectie in Lisse een lage prioriteit heeft op de provinciale planning. En vanaf welk moment geniet een potentieel rijksmonument bescherming tegen sloop? Vragenderwijs suggereert Freeke dat gemeenten zelf van sloopplannen melding zouden ke maken bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg om ze met een versnelde procedure tegen te ke houden, in afwachting van de definitieve keuze of een pand inderdaad een te behouden monument wordt of niet.

Als pleister op de wonde suggereert Freeke om in plaats van de nu gesloopte villa Rozenheim het uit 1880 daterende voormalige politiebureau van Lisse op de concept-Indicatieve Lijst te zetten. Villa Rozenheim is, na enkele jaren leegstand en verloedering, gesloopt door erfgenamen van de oorspronkelijke eigenaar.

Landelijk probleem

Een aantal vragen van Statenlid Freeke heeft betrekking op de situatie in geheel Zuid-Holland. Hoe snel gaat de selectie in de andere gemeenten? Zijn daar ook al potentiele jonge monumenten gesloopt? Freeke wenst niet alleen een overzicht van de stand van zaken, maar ook duidelijkheid over de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen Rijk, provincie en gemeente.

Overigens is het een probleem in vrijwel alle provincies dat er al wel lijsten zijn van mogelijk waardevolle panden uit de periode 1850 – 1940, maar dat de definitieve selectie vertraging heeft opgelopen. Wie de (mogelijke) monumentenstatus hinderlijk vindt voor zijn bezit, heeft zo alle kans om tot sloop over te gaan. In meer of mindere mate proberen provincies en gemeenten een oogje in het zeil te houden. Het verst gaat de provincie Brabant. Daar heeft men besloten voor belangrijke gebouwen, die vrijwel zeker als jong monument zullen worden geselecteerd, een versnelde procedure te volgen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels