nieuws

Restauratiepo St. Gerlach in trek bij vaklieden

bouwbreed

De restauratie van de gebouwen op het landgoed St. Gerlach te Houthem bij Valkenburg (L.) is een aantrekkelijke job. Het is daarom niet moeilijk om personeel te vinden. “Men wil hier graag werken, vooral omdat het vakwerk is”, aldus J.A. van de Ven, directeur van bouwbedrijf L. van de Ven BV te Veghel. “Voor veel van onze mensen is restaureren niet alleen hun baan, maar ook hun hobby.” “Het zijn andere mensen. Ze zijn veel meer met hun vak bezig.”

Bij een rondgang over de bouwplaats wordt duidelijk wat Van de Ven daarmee bedoelt. Met veel zorg worden bijvoorbeeld mergelblokken verwerkt door vakmensen, die de blokken zelf uit de groeve halen. De plafonds in het kasteel zijn met opzet niet helemaal strak gestuct, omdat het vroeger ook zo werd gedaan. Houten balken die nog te gebruiken zijn worden zorgvuldig bewaard en opnieuw in het werk gebracht. Kalksteen vloertegels zijn voorzichtig uit het kasteel verwijderd en later in hetzelfde patroon teruggelegd. Voor de houten vloeren wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de originele grenen vloerdelen, aangevuld met nieuwe delen van dezelfde afmetingen. Een aantal vensterbanken van Sint Anna marmer in het kasteel zijn vervangen door platen uit dezelfde groeve. Ze zijn nauwelijks van de oude vensterbanken te onderscheiden. Alle onderdelen die nog goed zijn worden opnieuw gebruikt. Alleen waar het echt nodig is worden ze door nieuwe vervangen. Het is het beleid van Monumentenzorg, om zo weinig mogelijk te wijzigen of te slopen.

Grootste restauratie

De restauratie en gedeeltelijke herbouw van het complex op het landgoed St. Gerlach is een omvangrijk werk. Er wordt een hotel gerealiseerd met 58 kamers, een restaurant en een congrescentrum. Daarnaast worden 39 nieuwe appartementen gebouwd. Zij worden verkocht en beheerd door Camille Oostwegel Holding BV te Kerkrade. De kosten van het po bedragen ca. f. 30 miljoen.

Volgens Van de Ven gaat het om de grootste restauratie die op het moment in Nederland wordt uitgevoerd. Hij herinnert zich goed hoe hij de opdracht heeft verworven. “Ik kreeg een tip van Monumentenzorg. In het weekend ben ik met mijn vrouw gaan kijken. Het landgoed was ernstig verwaarloosd. Maar ondanks de ingezakte daken stonden veel muren, vaak een halve meter dik, er redelijk bij.’s Maandags is de calculator gaan kijken.

Hij zag het helemaal zitten. Vervolgens hebben we een week of zes aan de begroting gewerkt, op basis van foto’s en het bestek van architectenbureau Mertens uit Heerlen. Wij waren uiteindelijk het goedkoopste van de vijf inschrijvers”, aldus Van de Ven.

Gewelven opgehangen

Het complex ligt in het Geuldal. De bodem bestaat uit loss, die ’s zomers hard wordt met flinke scheuren, maar door de regen en de vorst modderig is geworden. De bestaande gebouwen zijn op staal gefundeerd. Onder het kasteel zijn funderingen uitgegraven tot 2,5 meter diep. Er zijn pulspalen aangebracht, met daarop een betonnen vloer van 35 cm dik, ingekast in de muren van mergel. Op die manier is de constructie verstijfd en beschermd tegen verzakken. De nieuwbouw van de appartementen is op heipalen gefundeerd.

De oude gemetselde gewelven onder het kasteel waren in slechte staat. Ze zijn daarom opgehangen aan de betonnen vloer, om instorten te voorkomen.

De houten draagconstructie van de verdiepingvloer is eveneens opgehangen, aan stalen balken. In de ruimte tussen de nieuwe vloer en het oude plafond zijn voorzieningen aangebracht voor de luchtbehandeling. De wanden van de verschillende vertrekken zijn voor een deel teruggebracht in de originele staat en voor een deel afgewerkt. Wanden van mergel zijn ouder dan vakwerkwanden.

Gietijzeren radiatoren

Behalve het kasteel (de proosdij) omvat het complex een kerk, een stiftgebouw, een pachtboerderij en enkele schuren en stallen. Van de kerk is de zuidgevel gerestaureerd. Hij grenst aan het kasteel en stiftgebouw. Er wordt een nieuwe pastorie aan de kerk bijgebouwd. Het stiftgebouw verkeerde in zeer slechte staat. Desondanks wordt het gerestaureerd en worden zelfs oude houten spanten teruggeplaatst.

De pachtboerderij wordt hersteld en voor een deel herbouwd. In de vleugels worden hotelkamers ingericht en aan de zuidzijde wordt een geheel nieuw paviljoen aangebouwd. In het nieuwe hotel worden gerestaureerde gietijzeren verwarmingsradiatoren geplaatst en de bar wordt met oude houten lambrizeringen, afkomstig uit andere gebouwen, ingericht. In de grote stal naast het stiftgebouw is een zwembad in aanbouw. De zolder van dit gebouw is van een betonnen vloer voorzien en krijgt de functie van feestzaal. De overige schuren zijn gesloopt. Op dezelfde plek en met hetzelfde bouwvolumen worden nieuwe hotelappartementen uitgevoerd. Ook in het stiftgebouw worden hotelappartementen gerealiseerd.

Archeologische putten

Van het begin af aan zijn er niet alleen bouwvakkers aan het werk op het landgoed St. Gerlach. “Er zijn al twee jaar lang archeologen bezig.

Zij hebben met ons meegegraven”, aldus Van de Ven. Uit een verslag blijkt, dat bouwbedrijf Van de Ven actief en passief heeft meegewerkt aan deze werkzaamheden. Er zijn totaal zo’n tachtig archeologische putten gemaakt. voldoende om hypotheses over het verleden te ke opstellen.

De resultaten van dit werk zijn te vinden in het Jaarboek 1996 van de Stichting Historische en Heemkundige Studies in en rond het Geuldal, te Valkenburg. Op het terrein is al in het begin van de 13e eeuw een klooster gebouwd. Het landgoed heeft later een bloeitijd doorgemaakt, maar is na het overlijden van de laatste baron in 1979 in verval geraakt. Het is aan de kerk vermaakt, maar die had niet eens de middelen om de successierechten te voldoen. Er moest geld voor worden geleend, laat staan dat het landgoed kon worden onderhouden. Pas in de jaren ’90 is dankzij de de verkoop van 45 hectare land en het initiatief van Camille Oostwegel Holding BV te Kerkrade en De Vechtse Slag NV te Dalfsen de restauratie en nieuwbouw mogelijk geworden.

Linnen behang

Behalve archeologen komen ook restaurateurs, kunstenaars, fotografen en belangstellende bezoekers op het werk. De restaurateurs komen van een semi-overheidsinstelling, die ook zorgt voor het herstel van schilderijen. Zij hebben onder andere ca. 200 meter linnen behang verwijderd, verstevigd en waar nodig bijgewerkt. De situatie voor en na herstel wordt door fotografen vastgelegd. Volgens Van de Ven komen er ook veel groepen belangstellenden het complex bezoeken.

De architect van het po is architectengroep Mertens BV te Heerlen. De directie is in handen van Mulder en Partners BV te Zwolle. Constructeur is A. Palte BV te Valkenburg.

Restaureren is voor de hoofdaannemer geen onbekend terrein. Van de Ven: “Wij hebben een omzet van f. 80 miljoen op jaarbasis. Daarvan wordt 15% aan monumenten besteed. Behalve in Houthem zijn wij op het moment bezig met drie kerken, te Sint Oedenrode, Helmond en Bergeijk, en met een klooster te Haren bij Oss. Mijn vader deed het ook al, restaureren. Ik vind het het mooiste werk, maar het lastige is het gebrek aan continuiteit. Nu eens heb je veel, dan weer weinig werk.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels