nieuws

Primaire opleiding te zwaar voor Amsterdamse vbo-ers

bouwbreed

De gemiddelde vbo-leerling uit Amsterdam heeft onvoldoende niveau om door te stromen naar de primaire opleiding van het leerlingwezen. Het probleem speelt met name onder leerlingen van buitenlandse afkomst omdat ze nauwelijks Nederlands spreken. Volgens R. Cosse, directeur van het samenwerkingsverband SSP-Amsterdam, speelt dit probleem ook in andere grote steden.

De meeste leerlingen van het voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) in Amsterdam zijn allochtoon. Het gaat daarbij ook om jongeren die in het kader van gezinshereniging nog maar pas in Nederland verblijven en nog geen tijd hadden om de taal te leren. “Het gaat er niet om dat die jongens niet willen”, zegt Cosse. “Dat idee is pertinent onjuist. Meestal zijn het kanjers die maar al te graag willen, maar doordat ze de taal niet voldoende spreken, ke ze niet meekomen.”

Volgens Cosse worden de problemen versterkt doordat leerlingen die een diploma op vbo-B niveau hebben zonder meer het recht hebben om door te stromen naar de primaire opleiding. “Directeuren van VBO-scholen geven hun leerlingen veel te gemakkelijk een ‘B-status’, met als resultaat dat ik hier veel jongens krijg die niet geschikt zijn en uiteindelijk afvallen, terwijl er geen subsidie wordt gegeven om hen te laten deelnemen aan een voorschakeltraject.”

Cosse heeft daarom een brief geschreven aan directeuren van Amsterdamse vbo-scholen met het verzoek om minder leerlingen op B-niveau af te leveren want als ze een diploma op A-niveau hebben komen ze wel in aanmerking voor subsidie voor een voorschakeltraject. “Ik zeg liever een 9 op A-niveau dan een 6 op B-niveau”, aldus Cosse.

Bijscholing

Het bezit van een vbo-diploma op A-niveau betekent niet automatisch dat de bezitter ervan wordt toegelaten tot een voorschakeltraject. Eerst wordt hij tijdens een diagnostische week getest op motivatie en aanleg. De jongens die hierdoor heen komen, gaan doorgaans van het voorschakeltraject door naar de primaire opleiding.

In de stadsdelen Oost, Noord en West loopt met steun van de Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf (SVB) een po waarbij vbo-scholen leerlingen klaarstomen voor deelname aan de primaire opleidingen.

De jongens worden in een ‘kop-klas’ geplaatst en krijgen bijscholing. Deze moet er op gericht zijn om jongens die bijvoorbeeld pas kort in Nederland zijn de mogelijkheid te geven een jaar langer te leren, zodat ze de opleiding met succes doorlopen en vervolgens alsnog ke doorstromen naar een voorschakeltraject of de primaire opleiding.

Langdurig werklozen

Ook worden docenten op de hoogte gehouden van de nieuwe ontwikkelingen in de bouw. Volgens Cosse is dit nodig omdat veel docenten al lang uit de bouwpraktijk zijn vertrokken.

Cosse is bijzonder te spreken over de Bouw Opleidings Pool (BOP), een project voor langdurig werklozen. Sinds twee jaar werken hier 43 mensen en binnenkort komen er nog zeven bij. Het gaat om volwassenen van allochtone afkomst die veelal nog niet eerder in de bouw hebben gewerkt. Zij volgen een voorschakeltraject waarna ze tot de primaire opleiding worden toegelaten. Dit traject is afgestemd op de persoonlijke behoeften van de deelnemers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels