nieuws

Nog geen duidelijkheid over wet grote poen

bouwbreed

Minister De Boer (VROM) zal binnen drie maanden laten weten hoe zij aankijkt tegen het maken van speciale wetten voor de uitvoering van grote projecten als de tweede Maasvlakte, eventueel een tweede Schiphol en dergelijke.

In een debat dat in verwarring begon en zo ook eindigde, wilde De Boer van de Tweede Kamer weten wat zij aanmoest met een eind vorig jaar aangenomen motie. Daarin had de Kamer gevraagd om de voor- en nadelen van speciale wetten op een rijtje te zetten. Achtergrond was de stroperigheid van procedures rond grote poen, die zo een doorlooptijd hebben van tien jaar en langer.

De Kamer toonde zich nogal verbaasd over de vraag van de minister, omdat de motie toch volstrekt helder was. Het was de Kamer bekend dat de minister niet staat te springen om een lex specialis voor grote poen, maar liever de lijn volgt die de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid heeft geadviseerd.

Die lijn houdt in eerst een verkenningsfase ter verkrijging van het benodigde maatschappelijke draagvlak. Vervolgens de beginselfase waarin knopen worden doorgehakt over de hoofdlijnen. Tenslotte de uitvoeringsfase. Daarmee werd tevens het correctief referendum afgeschoten onder het motto: liever een maatschappelijke discussie vooraf dan een maatschappelijk debat achteraf.

VVD-Kamerlid Jan te Veldhuis bleek wederom een groot voorstander van de lex specialis. “Met de huidige procedure kun je poen van nationaal en soms zelfs internationaal belang eindeloos traineren. Het lijkt wel of het individueel belang van elke Nederlander hoger wordt geacht dan besluiten van het parlement”, zo zei hij. Bovendien, zo wees hij erop, is er eigenlijk weinig nieuws onder de zon. De Deltawet Grote Rivieren over de noodzakelijke dijkversterkingen en de Verdiepingswet Westerschelde zijn feitelijk voorbeelden van speciale wetgeving voor een po. Het argument van de minister dat er gedegen wetenschappelijk onderzoek nodig zou zijn alvorens zij kan vertellen wat de voor- en nadelen zijn, maakte dan ook geen enkele indruk op de Kamer. Op de minister zelf klaarblijkelijk ook niet. Want als zij zich houdt aan de termijn van drie maanden, dan kan daar onmogelijk wetenschappelijk onderzoek aan ten grondslag liggen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels