nieuws

Architect Nio – trendsetter van nieuwe generatie

bouwbreed

Architect Maurice Nio (37) hoort bij een nieuwe generatie architecten die het succes niet zoekt in het isolement van een eigen klein bureau. Bij VHP zit hij middenin het grote werk. Met succes, gezien de met de Aluminium Award onderscheiden AVI-Twente. “Een insect tussen vuilnisbelten.”

Als je in de jaren zeventig, tachtig afstudeerde en talent had, begon je een eigen architectenbureau. Een heel nieuwe generatie bureaus kwam op – de Mecanoo’s en Coenens – terwijl de oude garde deels ten onder ging. De verandering in het landschap van bureaus ging gepaard met een verandering in architectuuropvattingen en in ideeen over de plaats van de architect in het bouwproces. Door functionalisme en doodgebloede inspraakarchitectuur werd de wacht aangezegd door een zelfbewuste generatie jonge honden die weer Architectuur-met-een-hoofdletter wilden: mooi, uitdagend, geen verantwoording verschuldigd dan aan zichzelf. In hun beroepspraktijk eisten ze weer de centrale positie van bouwmeester op. Voor hen was (en is) het ontwerp het moment dat alle aspecten van een opdracht worden geintegreerd, en niet zelf een van de deelaspecten.

Nu lijkt weer zo’n kentering gaande. Als de tekenen niet bedriegen is de tijd voorbij dat almaar jonge bureaus worden opgezet. De nieuwe trend lijkt dat de jonge avant-garde naar grote, anonieme bureaus gaat. Daar is een prozaische oorzaak voor te geven: de steeds complexere regelgeving maakt het moeilijker in je eentje te beginnen. Maar ook meer ideologische aspecten spelen mee.

Inspiratie en bouwkansen

Maurice Nio is een voorbeeld van de nieuwe avant-garde. Spraakmakend student; schreef artikelen, maakte video’s, studeerde in 1988 cum laude af. Was, na een startstipendium van het Fonds voor de Beeldende Kunst weliswaar korte tijd actief in het samen met Lars Spuybroek opgerichte bureau Nox, maar stapte al gauw over naar Bureau De Gruyter (BDG). Daarmee doorbrak hij een taboe. BDG behoort tot de grootste bureaus van Nederland maar figureert zelden of nooit in de toonaangevende architectuurbladen.

Je met dit soort alledaagse bouwerij inlaten was ‘not done’. Wat heeft een cultureel hoog ontwikkeld talent daar nu te zoeken? Nio: “Het was uit financiele nood dat ik naast Nox bij BDG ging werken. Het bleek heel leuk te zijn. Ik koos voor zo’n anoniem bureau omdat mij dat kansrijker leek dan in een toonaangevend bureau te werken onder het regime van een hoofdontwerper. BDG staat midden in een commerciele wereld die heel interessant is. Gelijk kreeg ik opdrachten van een omvang waar je als jong bureau alleen maar van kunt dromen.”

Achteraf verwondert Nio zich over het taboe: “Eigenlijk is het zo vreemd dat iedereen zo graag wil ploeteren in al die kleine bedrijfjes!” Bij BDG kreeg hij alle vrijheid die hij wenste en alle soorten opdrachten. Wat wil een beginnend architect nog meer?

Het mes sneed aan twee kanten: BDG bood Nio de kans om daadwerkelijk te bouwen, Nio bood BDG inspiratie en talent waarmee het aan de weg kon timmeren. Dat was hoognodig door het effect van de schokgolf die de Mecanoo’s teweeg brachten: architectuur is belangrijk geworden – er zijn rijksnota’s over geschreven, zelfs de kleinste gemeenten willen grote namen binnenhalen, in het toenemend aantal prijsvragen en meervoudige opdrachten komt het aan op het maken van wervende beelden. De anonieme bureaus ke zich niet langer permitteren anoniem te zijn.

Meest in het oog springend voorbeeld tot nu toe van deze trend, waarbij talent en zakelijkheid wederzijds profiteren van elkaars kracht, is het samengaan van de multinational De Weger met Rem Koolhaas/OMA.

Geboeid door het ‘maken’

Deze trend van het tegen elkaar aanschurken van talent en zakelijkheid gaat wederom gepaard met een verschuiving in de opvattingen over architectuur. De opvatting dat architectuur voornamelijk verantwoording verschuldigd is aan zichzelf, een discipline die vernieuwing put uit de eigen traditie, maakt plaats voor een interactieve opstelling. Als bron van vernieuwing wordt juist de confrontatie met alle beperkingen en invloeden van buiten gezien. Het ontwerp kan wisselende vormen aannemen, naar gelang dat krachtenspel. Beperkingen leiden tot inventies. Nio: “Zoals het verbod in Hollywood op openlijke vrij-scenes heeft geleid tot de prachtigste oplossingen”.

Een voorbeeld daarvan is de manier waarop Nio de met de Aluminium Award bekroonde AVI-Twente ontwierp. De vorm is zo gekozen dat die afhankelijk van de installaties erin – die bij het begin van het ontwerp nog niet precies bekend waren – nog gerekt en geplooid kon worden. Wat Nio voor ogen schemert is een ononderbroken reeks van mutaties: zoals een gebouw wordt voortgebracht door de omstandigheden, zo kan in de toekomst uit de architectuur ook weer iets nieuws groeien.

Ook het productieproces beinvloedt de vorm die de architectuur aanneemt.

Nio: “Het is boeiend om aan tafel te zitten met de mensen die het maken – ontwikkelaars, aannemers. Vooral onderaannemers dragen vaak goede ideeen aan, slimmer, beter, duurzamer. Dat ‘maken’ fascineert mij, dat er daadwerkelijk mensen aan de slag gaan.” Het geeft Nio voldoening om te zien hoe een ontwerp in materialen en details zijn uitdrukking vindt.

Waar het maken en de makers zo’n belangrijke rol spelen, moet de architect als all-rounder ke optreden, vindt Nio.

“Het is leuk om zoveel mogelijk disciplines om je heen te hebben. Ik werk met nieuwe media, geef les, schrijf. Ik wil geen vakidioot worden. Ook in de architectuur ben ik tegen specialismen. Installaties bijvoorbeeld maken een kwart van het budget uit, zo’n wezenlijk onderdeel zijn ze. Het gaat over lucht en licht – als een architect dergelijke onderdelen, net als de constructie, niet meer onder controle kan houden, wordt het een marginaal vak.”

“Een schrikbeeld voor mij is dat de architect alleen nog maar ontwerper van gevels of van een vorm is. Dat zou wel heel armoedig zijn. Juist de raakvlakken met andere disciplines maken architectuur tot meer dan louter vorm, juist die interactie is een impuls voor vernieuwing.”

Lange lijst met werken

Bij BDG maakte Nio de fusie met het Rotterdamse bureau voor stedenbouw en landschapsarchitectuur VHP mee. Hij ging daarheen om de architectuur op poten te zetten. Sinds januari dit jaar is de fusie weer ongedaan gemaakt. Nio bleef bij VHP.

Nio: “Bij VHP is er een minder sterke scheiding tussen architecten en projectleiders dan bij BDG. VHP is een jonge club waar ik meer kansen zie. Want ik ben heftig geinteresseerd in de overgang tussen architectuur, stedenbouw en landschap. Het werken aan infrastructuur biedt kansen voor een architectuur die kan groeien of veranderen, groter en kleiner worden, en die andere ontwikkelingen kan genereren.”

Nio heeft inmiddels een respectabele lijst met gerealiseerde werken opgebouwd. Ze varieren van kleine verbouwingen, een parkeergarage, bioscoop, woningen en winkels, een brandweerkazerne tot miljoenenopdrachten als het te succes: de net opgeleverde AVI-Twente.

Het gebouw is bedoeld als embleem: een insect in het landschap van vuilnisbelten, een dierlijke vorm waarin het verteringsproces van vuil tot rook plaatsvindt. Nio is trots op het resultaat. Hij is tevreden dat hij er in de loop der jaren steeds beter in is geslaagd om een idee consequent en radicaal uit te werken. De AVI benadert ideeen die hij eerder al aan papier toevertrouwde: het insect is een “mutant” van techniek en biologie.

Werelden apart

Toch zijn het nog werelden apart, die van zijn videobeelden, zijn theoretisch onderzoek van “dat wat ons ontglipt” en de wereld van zijn veelal prozaische gebouwen. Is dat het lot van de architect die niet kiest voor een eigen marginaal bureau maar voor het volle leven?

In 1991 is Nio begonnen met een serie tijdschriftachtige boekjes onder de titel Nox. De onderwerpen van de serie volgen het alfabet. Verschenen zijn inmiddels de A van “Actiones in Distans” (over de rol van afstanden), de B van Biotech (de versmelting van techniek met het menselijk lichaam), de C van Chloroform (over bedwelmende omgevingen van Disneyland tot Singapore en suburb) en de D van Djihad (over absolutisme, vergelding en heil). Door al het echte bouwen gaat het nu trager. Of de Z ooit wordt bereikt is de vraag.

De vraag is of ergens onderweg de lijnen elkaar kruisen, die van het gebouwde werk en het geschreven woord. Die vraag alleen al zou Nio waarschijnlijk duiden als een verkramping van “normalen, puristen en rasveredelaars”, een poging om de wereld te homogeniseren. Voor hem telt vermoedelijk de reis meer dan het doel. Het geheim dat onoplosbaar blijft telt meer dan welke oplossing ook.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels