nieuws

‘Architect heeft meer belangstelling voor esthetisch ontwerp’ Aannemer krijgt vaak slecht V- en G-plan

bouwbreed

Als in de ontwerpfase van een bouwpo geen of een slecht Veiligheids- en gezondheidsplan (V- en G-plan) is opgesteld, moet de uitvoerende aannemer daar nooit mee instemmen. Want doet hij dat wel en gaat er dan iets mis op de bouwplaats, dan is hij daarvoor verantwoordelijk. Met alle vervelende gevolgen van dien.

Dit werd duidelijk op het mini-symposium Ontwerp en Arbeidsomstandigheden, dat tijdens de Bouwbeurs in Utrecht werd gehouden door de Stichting Arbouw en de Bond van Nederlandse Architecten (BNA).

Op grond van het Bouwprocesbesluit moet de opdrachtgever ervoor zorgen, dat in de ontwerpfase een V- en G-plan wordt opgesteld, aldus drs. ing. P.J. Huijzendveld, algemeen directeur van de Arbeidsinspectie.

Daarmee is de opdrachtgever medeverantwoordelijk gesteld voor de arbeidsomstandigheden bij de uitvoering van het door hem geinitieerde bouwplan.

Echter, veel opdrachtgevers kiezen helaas voor een minimale, meest administratieve invulling van hun arbo-verplichtingen. In een poging de eigen verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid zoveel mogelijk te beperken, worden vervolgens verplichtingen ten onrechte doorgeschoven naar de uitvoering.

Niet in bestek

Het V- en G-plan maakt dan -eveneens ten onrechte- geen deel uit van het bestek. Integendeel, het wordt later in zijn geheel door de aannemer opgesteld.

Arbouw-directeur L. Akkers ontraadt de aannemers om dat te accepteren:”Zij zijn in de uitvoeringsfase volledig verantwoordelijk voor de veiligheid en de gezondheid op de bouwplaats. Bij een ongeval zullen zij zich in de meeste gevallen niet ke beroepen op het in gebreke blijven van de opdrachtgever.”

Kortom, een goed V- en G-plan in de uitvoeringsfase, is van wezenlijk belang voor de verantwoordelijke aannemer. Een probleem is echter, dat het in de ontwerpfase dikwijls door de architect opgestelde V- en G-plan maar al te vaak niet aansluit op een V- en G-plan van de aannemer.

Akkers: “Dit heeft onder meer te maken met de werkwijze en de daarmee samenhangende problemen op gebied van veiligheid en gezondheid van de architect en de aannemer. De ontwerper beoordeelt per onderdeel het bouwwerk, terwijl de aannemer een beoordeling moet geven in de verschillende fasen waarin het bouwwerk tot stand komt’. De vraag die zich nu voordoet, is hoe deze aansluitingsproblemen ke worden opgelost.”

Kennisgebrek

Huijzendveld uitte in dat verband ook fikse kritiek op de architecten: “De ontwerper heeft beroepsmatig vooral belangstelling voor het ‘esthetisch ontwerp’ en niet voor de uitvoeringsmethodiek”, stelde hij vast.

Niet bekend

Volgens de directeur van de Arbeidsinspectie pleit dit alles ervoor om in de opleiding van architecten (en raadgevende ingenieurs) het begrip arbeidsomstandigheden te institutionaliseren.

Akkers bevestigde dat de V- en G-plannen waarmee de aannemer wordt geconfronteerd, dikwijls nog te summier en ongeschikt zijn om op voort te borduren tijdens de uitvoeringsfase.

Volgens prof. ir. M. Wijk, directeur van EGM Onderzoek BV, komt dat omdat er nog steeds architecten zijn die denken dat arbeidsomstandigheden ‘des aannemers’ zijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels