nieuws

Stortplaatsbeheerders willen de markt op

bouwbreed

De Vereniging van Afvalverwerkers (VVAV) wil dat de stort geen traditionele nutssector blijft, maar verandert in een geconditioneerde markt. De exploitanten dragen dan zorg voor een milieuhygienisch en bedrijfseconomisch verantwoord beheer. De overheid waarborgt de continuiteit en handhaaft de milieuregels van het openbare bestuur. Meer marktwerking is volgens de VVAV een niet te keren proces, mede door de Europese eenwording.

Dat meldt het rapport ‘Storten in balans; een visie op het landelijke stortplan’. Het tempo waarmee de markt vat krijgt op het storten, verschilt per provincie. Zo kent Utrecht al een geconditioneerde markt. In de zuidelijke provincies is sprake van een zogeheten presterende overheid. In Gelderland komen beide situaties in een regio voor.

De VVAV stelt voor om tot 2000 minimumtarieven aan te houden voor de stort. Op die manier krijgen de stortbedrijven voldoende tijd zich in te stellen op de nieuwe gang van zaken. De minimumtarieven voorkomen dat concurrentie de stortbedrijven in de problemen brengt, waarna de maatschappij de tekorten moet aanzuiveren. De markttarieven moeten uitgaan van de reele stortkosten. In de berekening ervan vervallen bijvoorbeeld de nazorgkosten voor stortplaatsen waarmee beheerders geen juridische relatie hebben.

Met een acceptatieplicht voor afval uit een bepaald gebied, waarborgt de stortsector de continuiteit van de verwijdering. Elke exploitant moet regelmatig in een bedrijfsmilieuplan de verwijdering voor een periode van telkens twaalf jaar garanderen. Een onafhankelijke organisatie ziet toe op de continuiteit en de prijsvorming.

De overheden moeten onder meer deze aspecten opnemen in hun nieuwe stortplannen. Zo nodig moet er een wettelijke regeling komen voor de minimumtarieven tijdens de overgangsperiode. Tijdens deze herstructurering mag er geen nieuwe capaciteit bijkomen. De VVAV gaat alleen met uitbreiding akkoord wanneer daardoor de gemiddelde vaste kosten van bestaande exploitaties dalen. Locaties moeten langere tijd beschikbaar blijven voor storten. De vergunning met een exploitatieperiode tot maximaal tien jaar levert teveel beperkingen op.

Schaalvergroting

De VVAV noemt herstructurering noodzakelijk. Steeds meer afval wordt opnieuw gebruikt of verbrand. Momenteel verdwijnt 9 miljoen ton afval naar de stort. De overheid wil dat daar in 2005 3 miljoen ton van over blijft. Daarbij maken regels voor kwaliteit en milieu de bedrijfsvoering van stortplaatsen moeilijker. Alleen schaalvergroting en de marktwerking, die in het verlengde daarvan ligt, kunnen die problemen het hoofd bieden.

De minister van VROM heeft geen bezwaar tegen deze ontwikkeling en tegen de verkoop van stortplaatsen aan particuliere partijen. De vergunningverlening gebeurt op hoofdlijnen, gekoppeld aan milieuzorg en certificering.

Provinciegrenzen

Het AVBB wil dat uiterlijk 1 januari 1999 de provinciegrenzen vervallen voor het vervoer van bouw- en sloopafval. Het gaat hier om afval dat opgaat aan stort, herverwerking en hergebruik. De minister van VROM stelde die opheffing al in het vooruitzicht. Volgens het AVBB zou het de provincies sieren als ze nu reeds voorbereidingen treffen om de komende wetswijziging in de provinciale milieuverordeningen te verwerken. De provincies willen de beperkingen voor het afvalvervoer nog zo’n twee jaar overeind houden. De reden daarvoor ligt in de herstructurering van de stortsector en in lopende contracten. Het interprovinciale exportverbod leidt volgens het AVBB echter tot overbodige administratieve lasten, en beperkt de hoogwaardige toepassing van bouw- en sloopafval.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels