nieuws

‘Onderwijs moet inspelen op behoefte aannemers in regio’

bouwbreed Premium

Stem het bouwonderwijs zoveel mogelijk af op wat regionale aannemers belangrijk vinden. Informeer aan welke kennis zij waarde hechten, want het gebeurt nog te vaak dat jongens en meisjes met een mts-opleiding net niet voldoen aan wat een plaatselijke ondernemer vraagt, aldus luidt de boodschap van W. Verhaar opleidingsmanager van het Regionaal Opleidingscentrum (ROC) Utrecht.

Verhaar is samen met de Stichting Vakopleiding Bouw (SVB) van het begin af aan betrokken bij de oprichting van het Bouwnetwerk Utrecht. Deze organisatie wil overleg tussen ondernemers en docenten op gang brengen, zodat het bouwtechnisch onderwijs beter kan worden afgestemd op de behoeften van de aannemer. Zaken die op het programma staan zijn onder meer stages voor docenten en gastdocentschappen van technisch specialisten uit het bedrijfsleven.

Volgens Bouwnetwerk zijn er verschillen tussen het landelijk beeld waaraan mts-ers moeten voldoen, en de eisen die aannemers uit de verschillende regio’s stellen.

Bouwnetwerk heeft inmiddels zijn eerste succes behaald in de vorm van een enquete onder regionale aannemers waarin hen onder meer werd gevraagd welke eisen zij stellen aan nieuw personeel.

Hieruit kwam onder meer naar voren dat aannemers uit de regio Utrecht kennis van marketing heel belangrijk vinden. “Zou je zo’n enquete bijvoorbeeld in Noord-Brabant of in Gelderland houden, dan komt er misschien weer iets heel anders uit de bus.”

Een probleem is dat de exameneisen landelijk worden vastgesteld. Daardoor is er weinig ruimte om aan de wensen uit de regio tegemoet te komen. De lesuren die de scholen elk jaar vrij ter beschikking hebben kunnen worden benut, maar dan nog komt men tijd tekort.

Grootste gemene deler

Overigens kwam tijdens overleg tot uiting dat niet elk bedrijf hetzelfde beeld heeft van wat leerlingen moeten kunnen. Zo vindt de ene architect handmatig tekenen een ‘must’, terwijl de andere architect al tevreden is als nieuwkomers kunnen tekenen met behulp van de computer. Het is dus zaak om met het bedrijfsleven tot overeenstemming te komen en de grootste gemene deler te vinden.

Het gaat Bouwnetwerk niet uitsluitend om het peilen van de behoeften van het bedrijfsleven. Het is ook heel belangrijk dat docenten goed op de hoogte zijn van de ontwikkelingen in het bedrijfsleven. Docentenstages zijn hiervoor het aangewezen middel, maar veel moet nog worden geregeld. Verhaar verwacht dat het bedrijfsleven wel stageplaatsen beschikbaar zal stellen. Het uitsturen van een docent brengt echter kosten met zich mee en hiervoor is vooralsnog geen budget. Verhaar: “Moet de school dat betalen, krijgen we subsidie of moet de docent in zijn vrijetijd stage lopen? Dat is allemaal nog niet duidelijk.”

Oud-studenten

Een ander punt waarover Bouwnetwerk zich buigt is het aantrekken van gastdocenten uit het bedrijfsleven. Hiermee is inmiddels succes geboekt, want in Utrecht hebben enkele oud-leerlingen van het middelbaar technisch beroepsonderwijs gastlessen gegeven. Het ging met name om bouwkundigen die vertelden over hun ervaringen en hun carriere. “Zo iemand kan zich inleven in de leerlingen, weet wat ze interesseert en met welke vragen over hun loopbaan ze zitten. Als je de taal van de leerlingen spreekt komt de boodschap over.”

Aannemers uit de regio Utrecht vinden kennis van marketing heel belangrijk, maar in andere regio’s stellen ze weer andere eisen, aldus W. Verhaar van Bouwnetwerk Utrecht.

Reageer op dit artikel