nieuws

Gemeenten huiverig voor publiek-private samenwerking

bouwbreed

Publiek-private samenwerking bij infrastructuur is niet goed voor gemeenten. Het financiele risico is te groot. Toch ziet Rijkswaterstaat goede mogelijkheden door koppeling van vastgoedprojecten aan infrastructuur.

Betere vormen van aanbesteding ja, pps-constructies nee. Dat is kort samengevat de mening van de – inmiddels een maand ex – voorzitter van de Vereniging Stadswerk Nederland ing. Henk Vooijs. Hij verkondigde deze op het jaarlijkse wegenbouwcongres, dat door de CROW werd georganiseerd.

“Wij overleggen met NVWB, VAGWW en ook Vereniging Nederlandse Gemeenten over betere aanbestedingsvormen. Daarbij denken we bijvoorbeeld aan garantietermijnen van 10 jaar op werken. We moeten niet direct naar pps-constructies. De risico’s voor de gemeenten en de aannemer zijn te groot. Gevolg is dat gemeenten financieel fors moeten bijdragen. Ik heb nog nooit meegemaakt dat we mochten meedelen in de totale winst”, zo zei Vooijs.

In zijn visie betekent het overlaten van totale projecten aan de markt dat er nieuwe marktposities zullen ontstaan. “Daar heeft niemand wat aan.” Toch ziet ook hij veranderingen in de verantwoordelijkheden. “Met de nadruk op kwaliteit zal de verantwoordelijkheid voor het totale proces veranderen. Meer dan bij pps-constructies – de overheid mag alleen meedoen als het risico voor marktpartijen te groot is – zal de nadruk komen te liggen op construct en design, uitmondend in meerjaren-onderhoudscontracten. De gemeente wordt bij een dergelijke vorm meer coordinator.”

Hij had nog een dringend advies aan aannemers. “Die moeten meer samenwerken. Ze moeten elkaar in ieder geval niet doodconcurreren. Je kunt niet onder de prijs blijven werken, ook al is het voor mij als opdrachtgever leuk als ik een werk van f. 2 miljoen voor f. 1,7 uitgevoerd krijg. Probleem is alleen dat ik dan het verwijt krijg verkeerd gecalculeerd te hebben”, aldus Vooijs.

Sijtwende

Een ander geluid liet ir. Peter Kieft, directeur uitvoering Rijkswaterstaat, horen. Hij voorziet een steeds grotere inbreng van marktpartijen bij de realisering van infrastructuur, al was het maar omdat de overheid niet meer de capaciteit heeft alle projecten zelf te behappen.

Met als voorbeeld Sijtwende ziet hij daarnaast ook mogelijkheden voor pps-vormen waarbij de markt de opdrachtgever is en de overheid slechts afnemer van het product. In Sijtwende, dat volgend jaar van start gaat, is de ontwikkeling van de woonwijk en de A14 hand in hand gegaan.

“Dat alleen al heeft geleid tot een ruimtewinst van 5 hectare. In plaats van 27 hectare gebruiken we nu maar 22 hectare. Bovendien is er sprake van integrale financiering”, zo zei Kieft. Soortgelijke mogelijkheden “maar geen kopieen” ziet hij voor de de traverse Maastricht in de A2, de zuidas in Amsterdam en de A11 Leiden-Voorschoten. Dat stuk weg is momenteel nog zwaar omstreden in onder meer Voorschoten.

Hij ging zelfs nog verder door te suggereren dat wellicht door koppeling van de planontwikkeling aan de HSL de mogelijkheden voor private financiering van (een deel van de) HSL kunnen toenemen. Het is overigens een publiek geheim dat als er een projectontwikkelaar op staat die zegt dat hij de HSL wil aanleggen, Rijkswaterstaat daar op zijn minst welwillend naar zal luisteren.

Voor het midden- en kleinbedrijf in de gww voorziet Kieft dat die een belangrijke rol blijft spelen bij de bouw van infrastructuur. Zelfs bij clustering van bestekken, hetgeen nu gebeurd uit efficiency-overwegingen, blijven er voldoende werken met een wat kleinere omvang over. Bovendien kunnen bedrijven samenwerken, ook met ingenieursbureaus. Voorts biedt onderaanneming en specialisatie kansen voor het MKB.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels