nieuws

Demonstratieproject op weg naar energieneutrale wijk Grondwater verwarmt woningen in Beverwijk

bouwbreed

In de Beverwijkse woonwijk Broekpolder gaan warmtepompen voor de ruimteverwarming en warm tapwater zorgen. Daarbij dient het grondwater op een diepte van 20 tot 60 meter als warmtebron. Voorlopig gaat het om een demonstratieproject van 200 woningen. Als het succesvol is kunnen meer huizen aansluiting krijgen op een dergelijk systeem.

Het project werd gisteren gepresenteerd tijdens een congres over energieneutraal bouwen in het jaar 2010. Demonstratieprojecten als in Beverwijk moeten aan dit doel van de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu (Novem) een bijdrage leveren.

De ingredienten van het concept zijn een ondergrondse opslag, een leidingnet, een warmtepomp en vloerverwarming. “Op zich allemaal beproefde componenten. Maar in deze combinatie zijn ze nog niet eerder toegepast”, zegt directeur ir. J.J. Buitenhuis van DWA Installatie- en Energie Advies. Zijn bureau is verantwoordelijk voor de technische uitwerking van het project.

Met ondergrondse opslagsystemen houdt DWA zich al jaren bezig. Tot nu toe dienden ze echter altijd voor koeling in de utiliteitsbouw. Dat het grondwater ook voor verwarming van woningen zorgt, is nieuw.

Het principe van het systeem is vrij eenvoudig. Er worden twee putten geboord: een ‘warme’ en een ‘koude’ bron. Beide reiken tot een watervoerende zandlaag, een aquifer, op 20 tot 60 meter diepte. Tussen beide bronnen circuleert grondwater, ’s zomers in de ene richting en ’s winters in de andere.

In de winter wordt uit de warme bron grondwater van 13 tot 15 graden Celsius opgepompt. Een warmtewisselaar draagt de warmte over aan het water in een kunststof buizenstelsel dat door de wijk loopt. In elke woning staat een warmtepomp die de warmte aan dit water onttrekt en zo zorgt voor de ruimteverwarming en warm tapwater.

Het tot een graad of zes afgekoelde water gaat weer de ondergrond in via de tweede, koude bron op ruim honderd meter afstand van de eerste.

In de zomer wordt het water uit deze koude bron opgepompt, via een warmtewisselaar aan het oppervlaktewater opgewarmd, om vervolgens via de warme bron weer in de bodem te verdwijnen. In de daaropvolgende winter kan het proces dan weer opnieuw beginnen.

Het belangrijkste voordeel van dit concept boven warmtepompen die met andere warmtebronnen werken, is de temperatuur van de bron. Met ten minste 13 tot 15 graden is de bron, volgens ir. G.J. van Mourik van Novem, zeker 10 graden warmer. Hij vergelijkt dan met systemen die de bodem, heipalen of het oppervlaktewater als warmtebron gebruiken. De aanvoertemperatuur kan daarbij in de winter tot dicht bij het vriespunt dalen.

Meerkosten

Het hele concept draagt bij aan een zeer lage energieprestatiecoefficient van de woningen: tussen 0,63 en 0,78. Dat komt overeen met een energieverbruik van 500 tot 560 kubieke meter aardgasequivalent.

Daarvoor moeten wel veel extra kosten worden gemaakt. Per woning schat Buitenhuis de meerkosten op ruim f. 6000. Afhankelijk van de vorm van exploitatie kan daar nog het voordeel af van fiscale regelingen voor dit soort investeringen (Vamil-regeling voor vervroegde afschrijving, Energie-investeringsaftrek).

Belangrijkste veroorzaker van de meerkosten is de warmtepomp. Met zijn kostprijs van rond f. 9000 is die op het ogenblik eigenlijk nog veel te duur. Maar Buitenhuis is ervan overtuigd dat die prijs snel naar beneden zal gaan. HR-ketels waren tenslotte in het begin ook niet rendabel.

Bovendien gaat het om een demonstratieproject van slechts 200 woningen. “Dat is eigenlijk te kleinschalig voor een dergelijk systeem”, aldus de DWA-directeur.

Novem ziet het concept in elk geval helemaal zitten en zal naar verwachting subsidie verlenen in het kader van het Lange Termijn onderzoekprogramma Gebouwde Omgeving (LTGO). Dit programma moet uiteindelijk leiden tot een woonwijk die evenveel energie levert als gebruikt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels