nieuws

Concurrentiekracht blijkt te gering te zijn Grote broer en zzp’er drukken kleinbedrijf dood

bouwbreed

Te groot voor servet, te klein voor tafellaken. Die uitdrukking komt op bij het lezen van een onderzoek naar de positie en vooruitzichten van het kleine b en u-bedrijf. En dan vooral het bedrijf dat niet meer dan tien personeelsleden telt. Voor deze bedrijven ziet het Economische Instituut voor de Bouwnijverheid grote concurrentie van grotere collega’s aan de ene kant en concurrentie van zelfstandigen zonder personeel aan de andere kant.

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de hoofdgroep Burgerwerk en Kleine Aannemingen van het NVOB, waarin zich een groot aantal kleinere bouwbedrijven heeft verenigd. De gesignaleerde tangconstructie is er een die werd geconstateerd naar gegevens uit 1995 en het moet naar de dag van vandaag toe nog zwaarder worden aangemerkt.

De concurrentie van de bedrijven, die een slag groter zijn of zelfs die van de grote bedrijven lijkt sindsdien toegenomen. En het aantal zelfstandigen zonder personeel is sindsdien gigantisch gegroeid. Secretaris H. van der Werff van de Bukla schat dat het aantal nu op zo’n 28.000 zit.

Secretaris Van der Werff noemt de resultaten van het onderzoek, “niet schokkend omdat de meeste onderdelen van het rapport al min of meer bekend zijn.” Nieuw voor hem is wel de constatering dat het kleine bedrijf niet flexibel is waar het de arbeidsmarkt betreft. Ze proberen hun vaste kern aan personeel zo lang mogelijk vast te houden tot het echt niet langer kan of het zelfs te laat is.

Een aantal zelfstandigen zijn overigens ook nog lid van zijn hoofdgroep. Dat komt omdat dat bedrijven met personeel waren, die niet tegen de concurrentie konden opboksen en langzaam maar zeker steeds minder mensen in dienst hadden om tenslotte als zelfstandige in hun eentje aan het werk te blijven.

De moeilijkheden voor het kleinste bouwbedrijf (tot tien personeelsleden) blijkt niet van vandaag of gisteren te zijn. In vergelijking met tien jaar geleden blijkt het aantal van dit soort bedrijven in de b en u-sector met 26% te zijn gedaald, terwijl in diezelfde periode het aantal bedrijven in alle andere grootteklassen allemaal is toegenomen.

Markt groeit

De kleinste bedrijven moeten het vooral hebben van de markt voor onderhoud, herstel en verbouw. Een sector die volgens het onderzoeksbureau in omvang nog altijd toeneemt. Voor deze bedrijven zit er nog wel toekomst in. Eenzelfde positieve gedachte is secretaris Van der Werff toegedaan.

De groei zou ook op kunnen gaan voor het werk dat de professionele opdrachtgever te vergeven heeft. Maar dat gaat zeker niet zonder meer op voor de particulier, waarvan het EIB voorspelt dat die steeds meer aan prijsvergelijking gaat doen. En dat betekent dat de toevlucht wordt genomen tot een zelfstandige zonder personeel, die goedkoper is door lagere overheadkosten.

Een betrekkelijk nieuw fenomeen is, dat zelfstandigen zonder personeel zich bundelen en als groep of ploeg toch weer een grotere klus aankunnen dan in hun eentje het geval zou zijn.

Ook komt het voor dat zzp’ers gaan franchisen. Dat is een samenwerkingsverband, waarin ze hun zelfstandigheid bewaren. De franchisegever neemt hun veel werk uit handen door activiteiten uit te voeren, die anders tot de overhead van het individu zouden behoren.

De zzp’ers zijn op nog een andere wijze debet aan de concurrentie van het kleinste bouwbedrijf. De grotere collega’s huren namelijk die zzp’ers steeds vaker in als onderaannemer in plaats van hun kleinere collega . De zzp’er blijkt naar het oordeel van de inhurende bedrijven doorgaans vakbekwaam en productief.

De grotere b en u- bedrijven schromen trouwens toch niet werk voor het kleinbedrijf weg te kapen. Dat doen ze uit eigen beweging. Maar het komt ook voor dat opdrachtgever kleinere werken bundelen om het geheel aan het grotere bedrijf te gunnen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels