nieuws

Uitsluiten aannemers middel tegen bouwfraude

bouwbreed Premium

Het uitsluiten van aannemers kan een middel zijn in de strijd tegen bouwfraude. Tijdens de IRT-enquete bleek dat de bouw (nog) niet is geinfiltreerd door de georganiseerde misdaad. Maar echt zuiver gaat het er niet aan toe. Een mini-enquete gehouden op een Dordrechts symposium over bouwfraude, wees uit dat bouwfraude een grote omvang kent.

Bijna een kwart van de ondervraagden liet weten een of meer keren gevallen van fraude in zijn omgeving te hebben meegemaakt. De daarmee gepaard gaande schade voor de bouw bedraagt f. 900 miljoen per jaar.

Aannemers zouden in principe bij alle aanbestedingen van bouwprojecten moeten kunnen worden geweerd. Dat kan door de uitsluitingsgronden, vermeld in de Europese richtlijn Werken, te gebruiken als gunningscriteria.

Die stelling poneerde mr. P.J.P. Severijn, voorzitter van de sectie bouw- en aanbestedingsrecht van een advocatenkantoor in Dordrecht, op het symposium over bouwfraude.

“Niets hoeft de aanbestedende dienst te beletten deze uitsluitingsgronden ook toe te passen bij aanbestedingen die niet onder de richtlijn vallen”, aldus Severijn. Hij suggereerde om in de aankondiging en het bestek de mogelijkheid van het weren van aannemers op te nemen. Dwingend voorschrijven van die maatregel noemde hij “niet verstandig.”

Het kabinet heeft in juli dit jaar het wetsvoorstel “Bevordering Integere Besluitvorming Openbaar Bestuur” (BIBOB) ingediend bij de Tweede Kamer. Dit beoogt versterking van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) met een bureau, dat de (lagere) overheid adviseert over de risico’s die gelopen worden met een gegadigde voor een aanbesteding.

Maar mr. B.W.M. van der Lugt, bestuurslid van de Stichting Beroepsmoraal en Misdaadpreventie heeft nogal wat bezwaren tegen het BIBOB-model. De overheid heeft dan volgens hem “een monopolie.” Hij wil op zijn minst ook semi-publieke instellingen zoals nutsbedrijven gebruik laten maken van het bureau.

Hij betwijfelde voorts of een landelijk bureau voldoende daadkracht heeft. Immers, vragen rond integriteit spelen zich af op lokaal dan wel regionaal niveau. En tenslotte wees hij er op dat een nationale regeling een beperkte waarde heeft: “het aanbestedingsrecht moet vooral in Europees verband worden gezien.”

Reageer op dit artikel