nieuws

Ondergronds bouwen krijgt specifieke opleiding

bouwbreed Premium

Ondergronds bouwen wint in de komende jaren aanmerkelijk aan belang. De Hogeschool Zeeland in Vlissingen wil volgend jaar het lesprogramma ‘Ondergronds bouwen’ kunnen aanbieden. De instelling levert dit onderricht dan als eerste ter wereld in modulaire vorm. Techniek vormt slechts een deel van het onderwijs. Veel aandacht zal onder meer ook uitgaan naar het beheer van het ondergronds gebouwde.

“Het ondergrondse deel van de Westerschelde Oeververbinding (WOV) gaf welbeschouwd de aanzet tot de opleiding ondergronds bouwen”, zegt projectcoordinator drs. A. Hulstijn van de Hogeschool Zeeland. “Boren van tunnels vergt andere expertise dan aanleg van een brug. Het zijn vooral buitenlandse bedrijven die deze techniek beheersen. Die maken dan ook de meeste kans op andere ondergrondse projecten. Te denken valt aan de HSL, de Betuwelijn, de ondergrondse wegen, distributiecentra die in de Randstad moeten komen. Willen Nederlandse bedrijven daaraan meewerken, dan moeten ze mensen in dienst nemen die zich in Nederland de noodzakelijke kennis eigen maakten.”

Juichen

“Het Centrum Ondergronds Bouwen, de TUDelft, de aannemerscombinatie voor de WOV juichen met de HSL-groep dergelijk onderwijs toe”, legt Hulstijn uit, “en willen er mede voor zorgen dat dit ook tot stand komt. Daarvoor namen ze zitting in een overleggroep die commissaris Van Gelder van Zeeland voorzit. De besprekingen leveren naar verwacht volgend jaar een hogere opleiding voor ondergronds bouwen op. Die staat onder meer open voor afgestudeerden die geinteresseerd (moeten) zijn in deze vorm van bouw. De tweede groep bestaat uit beginnende studenten die een bredere vakkennis willen opbouwen. In het laatste geval praat je over multidisciplinaire kennis. De opleiding behandelt niet alleen de techniek maar gaat ook in op de vaardigheden die het management vereist. Iets wat onder de grond wordt gebouwd moet immers worden geexploiteerd. Logistiek inzicht speelt eveneens een belangrijke rol.”

Recht

“Naast deze cursus op hbo-niveau komt ondergronds bouwen ook op universitair niveau aan bod”, licht Hulstijn toe. “Deze zogeheten masters-opleiding komt in samenwerking met onder meer de universiteit van het Britse Lincolnshire/Humberside tot stand. Voor een deel gaat het onderricht in op de Nederlandse situatie. Te denken valt aan wet en regel en aan milieubeleid. In die blokken kun je echter net zo makkelijk Europees recht behandelen. Bij de andere onderwerpen maakt het niet zoveel uit of het wel of niet internationaal is. Om die reden zullen we dan ook regelmatig buitenlandse experts voor gastcolleges uitnodigen. Het overgrote deel van de ondergrondse bouwexpertise komt uit Japan en Duitsland omdat het gebruikte materieel veelal uit die landen komt. Voor zover bekend vindt je daar geen specifieke opleidingen voor ondergronds bouwen.”

Materieel

“Het universitaire programma moet mettertijd de aanzet geven tot nieuwe ontwikkelingen in het ondergrondse bouwen”, stelt Hulstijn. “Het is dan niet onmogelijk dat producenten aan de hand van de ontstane kennis nieuw materieel kunnen construeren. Het is daarom dat we veel waarde hechten aan gastcolleges van mensen uit de praktijk. Voor een deel melden die zich zelf aan omdat ze hun kennis met anderen willen delen. Het moet gezegd dat de zittende docenten daar niet altijd even enthousiast op reageren. Wil je bijvoorbeeld post-hbo cursussen geven dan moet je daar vaak dure externe docenten voor aantrekken. Gaat het om een adviseur dan is f. 1250 per dagdeel heel normaal. Dat steekt nogal af tegen het doorsnee docentensalaris. Het bedrag houdt nu eenmaal verband met de CV die iemand kan voorleggen en met de kennis die hij in zijn praktijk heeft opgedaan. Bedenk wel dat een trainer dat honorarium vaak weer moet afdragen aan het bureau dat hem voor het onderricht vrijmaakt.”

Computer

“In het reguliere onderwijs zal de externe adviseur/deskundige niet snel de docent vervangen”, denkt Hulstijn. “Wel moet je er op rekenen dat de computer sommige vakken doceert. De ervaring leert dat dergelijke programma’s soms meer resultaat boeken dan een docent. De verdergaande informatisering leidt er zeker ook toe dat de school als instituut aan belang inboet. Studenten zullen vaker thuisblijven en hun programma via de computer afwerken. De docent kan op zijn beurt ook thuis blijven en via de computer bijvoorbeeld opgaven corrigeren. Ik zie daar echter geen bedreiging voor het onderwijs omdat hetgene waarom het welbeschouwd gaat, het geven van onderricht, natuurlijk blijft bestaan. Het gebeurt alleen op een andere manier.”

Reageer op dit artikel