nieuws

NVOB maakt zich zorgen over Limburgse bouw

bouwbreed Premium

Het Limburgse bouwbedrijfsleven zit in de tang. Enerzijds worden de bouwers geconfronteerd met lagere inkomsten door het systeem van openbaar aanbesteden en de oneigenlijke concurrentie. En anderzijds kampen ze met hogere kosten als gevolg van trage besluitvorming en een toenemende regelgeving. “Bedrijfseconomisch kent onze bedrijfstak nogal wat problemen.”

Het was geen vrolijk geluid wat A.J.H. Cremers, voorzitter van het gewest Limburg van het Nederlands Verbond van Ondernemers in de Bouwnijverheid, gisteren in het MECC liet horen.

Op de jaarlijkse algemene ledenvergadering benadrukte de voorzitter dat het met de bouw in Limburg nu niet al te zeer wil vlotten.

Zo voldeed dit jaar geen van de Vinex-stadsgewesten, evenmin als de overige gebieden in de provincie, aan de taakstelling.

“In een tijd van buitengewoon gunstige omstandigheden slagen wij er vooralsnog niet in om de afgesproken netto-uitbreiding te realiseren. Dat is teleurstellend, omdat juist nu gebruik gemaakt zou moeten worden van omstandigheden als een lage rentestand, stijgende woningprijzen in de voorraad en een gretige vraag naar koopwoningen. Er zijn zelfs, gemeten naar de bouwtaak in de Vinex-contracten, te weinig woningen opgeleverd”, aldus de gewest-voorzitter.

Mogen opdrachtgevers nog positief zijn over de nabije omgeving, het is het soort optimisme wat door Cremers zeker niet wordt gedeeld: “In Limburg zal de terugslag door de bevolkingsafname het eerst te merken zijn, doordat dit de eerste provincie is waar bevolkingsdunnning zal plaatsvinden.”

Problemen

Volgens het NVOB-gewest kent de bedrijfstak bedrijfseconomisch nogal wat problemen. Zo wakkert het grote aantal ondernemingen in de bouw de concurrentiestrijd aan en hinderen beunhazen en de doe-het-zelfsector vooral kleinere bedrijven in de b en u. Bovendien vormen zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel) in toenemende mate een groep en voeren dan gehele bouwwerken.

“Dit betekent voor de middelgrote bedrijven dat zij aan de onderkant worden bedreigd door de zzp’ers en aan de bovenkant door acquisiteurs van grote bouwondernemingen, die actief zijn om desnoods tegen minimaal rendement aan het werk te komen”, aldus Cremers.

Bezorgd is hij ook over het feit dat met name de gemeenten steeds vaker het apparaat en de vakbekwame mensen missen om bouwplannen volgens de laatste technische knowhow te ontwikkelen en die goed te begeleiden. “Dit betekent voor de bouwbedrijven extra inzet die niet betaald wordt.”

Uitzendbureaus

Moeite heeft de gewest-voorzitter verder met het werk van uitzendbureaus die personeel aanbieden. Personeel dat in zijn visie helemaal niet voor handen is. “Bij de arbeidsbureaus zijn zelfs geen bouwvakhelpers meer als werklozen ingeschreven. Wij weten maar al te goed dat vakbekwaam personeel op dit moment een vast dienstverband heeft. Wanneer uitzendbureaus aan personeel komen doordat zij werknemers die in opleiding zijn bij scholingsinstituten aanbieden, of doordat werknemers uit het reguliere bestand van kleine bedrijven worden weggehaald om bij grote bedrijven te worden uitgeleend, dan is dat een slechte zaak.”

Ook is het in dit verband volgens Cremers van belang dat men zich bij het inschakelen van uitzendbureaus bewust is dat dit een opwaartse werking op de loonkosten heeft. “Het collegiaal uitlenen van personeel zal een veel betere oplossing zijn zonder loonkostenverhoging.”

Tang

Verder is er dan nog het openbaar aanbestedingsbeleid dat in Limburg door de overheid verplicht wordt gehanteerd. “Dit systeem schaadt mijns inziens het bouwproces en de kwaliteit, en zet de rendementen onder ontoelaatbare druk”, aldus de gewest-voorzitter.

Al met al zaken die in de visie van Cremers illustreren dat het bouwbedrijfsleven in de tang zit. “Onze inkomsten dalen terwijl onze kosten stijgen. Een verharding van de relaties en de mogelijke vermindering van de bereidheid om deel te nemen aan bijzondere projecten is tevens het gevolg.”

Reageer op dit artikel