nieuws

Kleine architectenbureaus profiteren niet van herstel

bouwbreed

Het goede nieuws is een bescheiden groei van de winst en werkgelegenheid in 1996, en optimistische verwachtingen voor 1997 – daarmee lijkt de architectenbranche op weg naar herstel na een het dieptepunt van 1995. Het slechte nieuws is dat de talrijke kleine bureaus hier nauwelijks van profiteren. Daardoor draait nog steeds bijna de helft van de branche met verlies. Dit blijkt uit een onderzoek van de Vrije Universiteit dat deze week zal worden gepresenteerd.

De Bond van Nederlandse Architecten (BNA) haalde begin dit jaar alle kranten met het zorgwekkende bericht dat bijna de helft van de architectenbureaus met verlies draaide. Dat bleek uit onderzoek dat het Economisch en Sociaal Instituut van de Vrije Universiteit (ESI-VU) over 1995, voor het derde achtereenvolgende jaar, onder de BNA-leden had uitgevoerd.

Deze week komt de BNA met de cijfers naar buiten over 1996. Daaruit blijkt dat de malaise nog steeds groot is, maar dat met name de middelgrote bureaus op weg zijn naar herstel. Deze boekten ruim tien procent groei van de netto-omzet – meer dan het gemiddelde van de branche als geheel (7,5%). Wat het nog lopende jaar betreft, verwacht ruim de helft van alle bureaus dit met een omzetgroei van meer dan vijf procent af te sluiten. Goed nieuws zijn ook de door ESI-VU gesignaleerde “inhaalinvesteringen” in automatisering en acquisitie en het feit dat de werkgelegenheid met drie procent is gegroeid.

Het slechte nieuws betreft de kleine bureaus (met minder dan vier personen): hun netto-omzet is afgenomen, net als het aantal werknemers. Minder dan de helft van deze bureaus is winstgevend. Met een exploitatieresultaat van 3,4% blijven ze achter bij het gemiddelde van de branche, dat op 6% ligt. (Het exploitatieresultaat is de netto omzet minus de kosten, uitgedrukt als percentage van de netto omzet.)

Het exploitatieresultaat van de branche als geheel is in 1996 licht gestegen ten opzichte van 1995 (4,8%) maar nog ver beneden 1994 (8,7%) en 1993 (8,9%). Voorts blijkt uit het ESI-VU onderzoek dat ook de productiviteit (netto-omzet per werknemer) is gestegen, met ruim drie procent. Toch behoort deze nog steeds tot de laagste in de dienstverlening. De productiviteit van ongeveer f. 114.000 blijft bijvoorbeeld zo’n f. 50.000 achter bij die van ingenieursbureaus.

Verschillen

Net als in voorgaande jaren zijn de verschillen tussen de grotere en kleinere bureaus opvallend. “Een duidelijke scheidslijn ligt bij de grens van drie werkzame personen. Daaronder is minder dan de helft winstgevend, daarboven is ruim tweederde winstgevend”, aldus het verslag van ESI-VU.

De productiviteit is het grootst bij de grootste bureaus (met meer dan vijftien werknemers). Maar omdat daar ook de kosten het hoogst zijn blijkt de exploitatie van bureaus met zeven tot vijftien werknemers het meest winstgevend. De groei van de werkgelegenheid komt ook grotendeels voor rekening van die categorie. Daar zijn de verwachtingen voor 1997 ook positiever.

De groei van de omzet is vrijwel geheel te danken aan professionele opdrachtgevers. Kleine bureaus werken daar minder voor, de (middel)grote meer. Deze profiteren daarom ook meer van de groei in opdrachten voor kantoren en, de belangrijkste sector, woningen.

Het zijn ook de middelgrote bureaus die, dankzij hun goede contacten met professionele opdrachtgevers, op de Vinex-gebieden aan de slag gaan. Hoewel de groeicijfers minder positief zijn dan eerdere cijfers van het CBS, die de waarde van de orderportefeuilles bij architecten zag stijgen met 27%, zijn de vooruitzichten voor met name de middelgrote bureaus zonniger naarmate de woningbouwstroom meer op gang komt.

De grootste bureaus zijn meer dan de andere actief in de gezondheidszorg en scholenbouw. Zij realiseerden in 1996 zowel in omzet als exploitatieresultaat een goede groei. Over de jaren heen gezien, van 1993 tot nu, maken ze van alle categorieen nog de meest stabiele ontwikkeling door.

Moeilijk

De kleinste bureaus hebben het al die jaren onverminderd moeilijk gehad. Van BNA-zijde is bekend dat ze in toenemende mate proberen zich te wapenen door samenwerkingsverbanden aan te gaan. Dit blijkt overigens niet uit het ESI-VU onderzoek. Wel signaleren de onderzoekers de trend tot samenwerken, maar deze loopt door alle grootte-categorieen heen. Veertien procent van de onderzochte bureaus maakt al deel uit van een contractueel geregeld samenwerkingsverband. Nog eens twintig procent zegt het voornemen te hebben om binnen vijf jaar te gaan samenwerken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels